Hoe kon taal ooit ingewikkeld worden?

De Nederlandse naamvallen zijn verdwenen. Het woordgeslacht verdwijnt en het lidwoord ‘het’ zou verdwijnen. Dat brengt Marijn van Zon uit Leiden tot de vraag: „Als de taal alsmaar simpeler wordt, hoe heeft taal dan ooit zo ingewikkeld kunnen worden?”

Geen makkelijke vraag. Want de oorsprong van taal is een raadsel. Ontstond het 2 miljoen jaar geleden, toen een simpele taal de vroege mensen misschien enorm hielp bij snelle jacht? Of is taal maar 50.000 jaar oud, toen ook de eerste kunst ontstond? De oudste bewezen taal is 5.000 jaar oud: op kleitabletten.

„Hoe ingewikkeld het ooit allemaal begon, weten we dus niet”, zeg Jan-Wouter Zwart, hoogleraar Theoretische Taalwetenschap in Groningen. „Complexe talen vind je nu vooral in geïsoleerde gebieden, in de afgelegen valleien van Nieuw-Guinea bijvoorbeeld. ” Maar of isolement ook de oorzaak is van complexiteit?

„Marijns algemene indruk dat het altijd maar simpeler wordt is grosso modo wel correct”, vervolgt Zwart. En de belangrijkste motor achter die taalversimpeling is onderling contact. Kijk naar het Latijn, dat ontzettend is versimpeld in de Romaanse talen. „Als maar genoeg mensen van buiten een taal gaan spreken kan het snel gaan. In het Duits gooien wij al die verbuigingen en vervoegingen ook snel door elkaar.” Dat overkwam het Engels. In de Middeleeuwen kwamen er op dat eiland eerst veel Denen bij, die het lokale Angelsaksisch overnamen en versimpelden. En later kwamen er nog eens Normandiërs. Hoe meer contacten en nieuwe sprekers, hoe meer vereenvoudiging.

Maar niet alles versimpelt. Er zijn ook processen die een taal complexer maken, al zijn die meestal niet sterk genoeg om de versimpeling te compenseren. Belangrijk is ‘grammaticalisatie’: woordconstructies worden grammaticale constructies. Het oud-Germaanse werkwoord had bijvoorbeeld geen echte verleden tijd. Wie toen ‘wij zochten’ wilde zeggen, zei: ‘soki dedun’: ‘zoek deden’. Dat ‘deden’ werd later een grammaticale uitgang: -den en -ten, die wij nu achter een werkwoord plakken om er verleden tijd van te maken. Mede daardoor is het tijdensysteem van het Nederlandse werkwoord complexer dan dat van de oude Germanen geworden. Maar goed, die lui hadden weer wel vijf of zes naamvallen.

Hendrik Spiering