Hoe dichter bij de finale, hoe ijziger de sfeer zal zijn

In maart komt de commissie-De Wit met haar conclusies over de rol van overheid en toezichthouders tijdens de bankencrisis. Maar kon de politiek wel anders?

Een tip voor al die (voormalige) politici, bankiers en toezichthouders die de komende twee weken voor de parlementaire enquêtecommissie moeten verschijnen. Leg vooral niet uit dat het rond de redding van ABN Amro en ING hectisch was. Zeg niet, zoals de afgelopen drie weken wel vaker is gedaan, dat er in het najaar van 2008 „zo ontzettend veel gebeurde” in de financiële wereld. Dit soort excuses zorgt voor de nodige irritatie, vooral bij commissievoorzitter Jan de Wit. „Dat weet ik, dat er veel gebeurde”, zegt de SP-parlementariër dan koeltjes. „Daar gaat ons onderzoek over.”

De sfeer zal de komende twee weken wel vaker ijzig worden als de enquêtecommissie de finale ingaat. Na een jaar studie – voortbordurend op de resultaten van de onderzoekscommissie-De Wit – en drie weken van openbare verhoren komen nu de hoofdverantwoordelijken aan het woord. Hoe hebben zij gehandeld, hebben zij hun verantwoordelijkheid op tijd genomen en zijn de maatregelen om de Nederlandse banken overeind te houden – die tientallen miljarden kostten – wel proportioneel geweest?

De conclusies volgen in maart, maar er zijn na drie weken van verhoren al wel contouren te schetsen.

De Nederlandsche Bank

Met name de toplieden van De Nederlandsche Bank (DNB) lijken het zwaar te krijgen. Sommige vragen van de commissie wekten de schijn dat zij intern al voorzichtige conclusies heeft getrokken. „Als u in 2007 slagvaardiger had opgetreden”, zo begon bijvoorbeeld een vraag aan toezichthouder Aerdt Houben vorige week. En uit de vraag „heeft u als DNB de urgentie (...) voldoende voor ogen gehad?” valt met enige fantasie het antwoord van de commissie zelf wel te destilleren.

Toch is er nog geen enkele conclusie getrokken, bezweert voorzitter De Wit, wiens onderzoekscommissie Nout Wellink en de DNB anderhalf jaar geleden al hard aanpakte. Het is eenvoudig zijn plicht om „scherp en vasthoudend” de waarheid op tafel te krijgen, zei De Wit vorige week. Niemand wordt extra aangepakt of extra gespaard.

Fortis/ABN Amro

Veel kritische vragen zijn gesteld over de 16,8 miljard euro die in het najaar van 2008 door de overheid is betaald voor de Nederlandse onderdelen van Fortis (ABN Amro en verzekeraar ASR). Was dat niet een beetje veel? Die vraag dringt zich des te meer op omdat de Nederlandse Staat later kapitaal bij moest storten, waardoor het bedrag uiteindelijk uitkwam op in totaal 30 miljard euro. Analisten gaven de bank, die zich in een deplorabele toestand bevond, destijds een faillissementswaarde van 5 miljard.

Inderdaad veel geld die 16,8 miljard, zal Wouter Bos (toen minister van Financiën) volgende week zeggen. Maar waren we niet verder van huis geweest als de systeembank ABN Amro, en daarmee wellicht het financiële stelsel, was omgevallen? Bovendien gingen we ervan uit, zei een topambtenaar van Financiën afgelopen week,dat de wereld zich weer zou herstellen. En daarmee de miljardenwinsten. Maar het liep anders.

Rol politiek

Hoofdrolspelers als Bos en ex-premier Jan Peter Balkenende zullen de nodige kritische vragen te verwerken krijgen. Konden zij de problemen van Fortis niet eerder zien aankomen? En hadden zij niet in 2007 een actievere rol moeten spelen om de vijandige overname va n ABN Amro te voorkomen?

En was er niet vaker de gelegenheid om de Tweede Kamer te informeren? Die laatste vraag speelde met name in de eerste week van de verhoren. Het ging immers om uitgaven van zo’n 50 miljard euro die zonder veel democratische inspraak vooraf de schatkist uitvloog. Ook hier kan een beroep worden gedaan op de hectische omstandigheden, de noodzakelijke snelheid, de vertrouwelijkheid. De commissie mag bepalen of die excuses voldoende zijn.

De bankiers

Eén groep lijkt vooralsnog de dans te ontspringen en dat zijn de hoogste bankbestuurders zelf. Met name de Belgische topmannen van Fortis (Verwilst, Lippens, Votron) en ING (Tilmant) schitteren door afwezigheid omdat zij – anders dan Nederlanders – niet verplicht zijn te verschijnen voor de commissie.

In de verhoren werd duidelijk dat die topbankiers lange tijd hebben gezwegen over hun problemen. Toen Michel Tilmant van ING augustus 2008 door premier Balkenende op het Catshuis werd uitgenodigd om over de problemen in de financiële sector te spreken, zei hij niets over zijn eigen sores. Pas later, toen er steun werd gegeven, volgde openheid. Dat die topbankiers weigeren om openbaar verantwoording af te leggen zegt wellicht iets over hun rol. Maar ze zijn nog niet van de commissie af. Er zijn vertrouwelijke gesprekken (ook met de buitenlandse betrokkenen), vertrouwelijke stukken en correspondentie. En op basis daarvan, „beschikken we ook zonder hun aanwezigheid over veel relevante informatie”, aldus De Wit.