Geen blijvertje in België

België is ook nu weer de uitzondering in Europa. België is het eerste land waar een regering onder druk van de eurocrisis tot stand komt en niet valt of wordt weggestemd. In Ierland, Portugal, Slowakije, Italië, Griekenland en Spanje zijn regeringen verdreven door de staatsschuldcrises, daartoe gedwongen door de partners in de Europese Unie of door de kiezers. In België wordt eind deze week juist een kabinet beëdigd.

Een dag nadat Standard & Poor’s de kredietwaardigheid van België had afgewaardeerd, kreeg formateur Elio Di Rupo zaterdagnacht het programma rond voor een ‘grote coalitie’ van socialisten, liberalen en christen-democraten uit Vlaanderen en Wallonië. Na 531 dagen hadden de coalitiepartners zaterdag door dat ze niet waren opgewassen tegen de marktpressie. Op de valreep kwamen ze bij zinnen.

Op de financiële markten wist de handel vanmorgen nog niet goed raad met het feit dat de Belgen na anderhalf jaar een institutie krijgen die ze al bijna waren vergeten: een quasi-nationale regering. De rente op staatsobligaties – net vandaag wilde België voor twee miljard euro schuldpapieren aan beleggers zien te slijten – schommelde heen en weer tussen 5,8 en 5,9 procent. De effectenbeurzen van Brussel en elders in Europa reageerden eenduidiger positief. Het enthousiasme van de Belgische burger voor de fiscaal aantrekkelijke ‘staatsbons’ voor particulieren was ook een goed teken.

Maar morgen kan alles weer anders zijn. Het regeerakkoord van Di Rupo garandeert op voorhand namelijk geen langdurige stabiliteit. Al is het maar omdat er over tweeënhalf jaar verkiezingen op de rol staan.

Bovendien zal er maatschappelijke tegenstand komen. In de mix van beperking van de overheidsuitgaven, belastingverhogingen, fiscale discipline en hervormingen kunnen de drie hoofdstromen zich een beetje herkennen. Maar de vakbonden hebben verzet aangekondigd tegen maatregelen zoals het verhogen van de vut-leeftijd.

En bij dat soort sociale onrust hoeft het niet te blijven. Want per saldo hebben de Vlamingen reden om het gevoel te hebben dat ze relatief meer moeten bijdragen dan de Walen. Deze spanning tussen ‘noord’ en ‘zuid’ kan de moeizame staatkundige compromissen over bijvoorbeeld de kiesdistricten rond Brussel gaan belasten. Temeer omdat de NieuwVlaamse Alliantie (N-VA), met circa 30 procent veruit de grootste partij in Vlaanderen, zich als boze buitengeslotene kan gaan gedragen.

De zes regeringspartners onderkennen dat gevaar. Behalve premier Di Rupo, voorzitter van de Franstalige socialisten, willen de vijf andere partijen hun leiders niet naar het kabinet afvaardigden, ook de Vlaamse socialisten niet. Zo geven ze te kennen dat ze niet persoonlijk in deze coalitie willen investeren. De net op tijd bedwongen Belgische crisis krijgt een staartje. Misschien wel sneller dan goed is voor het land.