Game als lesstof over verslaggevers in Afghanistan

Een nieuw computerspel laat zien hoe journalisten werken in conflictgebieden. Emilie van Outeren speelt de game. Het valt niet mee om een goed radio-item te maken.

Ja, ik ben ontegenzeggelijk in Afghanistan. Het oude busje hobbelt over een stoffige weg tussen het chaotische verkeer door. Groene velden strekken zich uit tot aan de imposante bergen. Bebaarde mannen hangen voor lemen huisjes. Meisjes in schooluniformen schuifelen voorbij. Zeer herkenbare beelden van mijn eerste reis naar Afghanistan afgelopen herfst.

Maar dit is een computerspel. Een game die zich afspeelt in oorlogsgebied. Dus het schieten kan elk moment beginnen. Zou je verwachten. Op de passagiersstoel liggen echter de enige wapens die ik als speler mag gebruiken: laptop, notitieboekje, pen en geluidsrecorder.

On the ground reporter: Afganistan, gemaakt door goede doelen-collectief Butch & Sundance Media en gratis beschikbaar op internet, is geen doorsnee computergame. Het is meer een interactieve documentaire, waarbij de speler zelf het verhaal bepaalt. Het is ook lesmateriaal: bij de game hoort een lespakket, dat op mbo-scholen gebruikt kan worden bij de vakken burgerschap en mediawijsheid. Het moet de leerlingen inzicht geven hoe oorlogsjournalistiek werkt, en hoe ze de betrouwbaarheid van informatie kunnen inschatten.

Presentatrice Eva Jinek stuurt virtuele verslaggevers erop uit om drie radioreportages te maken in Afghanistan. Als mbo-scholieren daar vanachter hun scherm de weg kunnen vinden, moet een journaliste die dit jaar tien dagen in het land doorbracht het spel toch zo uitspelen?

Ik stap uit de auto in de stad Herat om een verhaal te maken over de lokale opiumproductie. Daar moet ik eerst op zoek naar mijn ‘fixer’, een man die me begeleidt en voor me vertaalt. Meteen word ik omringd door hulpvaardige mannen die zich aanbieden als tolk. Als ik met de verkeerde meega, word ik meteen uitgeleverd aan ontvoerders – game over.

Ook de culturele obstakels zijn opgenomen in het spel. Zo moet ik wachten tot de dorpsoudste mij aanspreekt, in plaats van andersom. In het spel duurt dat maar tien seconden, maar daar kan ik als Nederlandse het geduld niet voor opbrengen. Zeker niet met een naderende deadline. Nu ik hem beledigd heb, wil niemand in het dorp meer met me praten en zit ik zonder informatie.

Bronnen bij elkaar scharrelen, blijkt vrij eenvoudig. Ik kan me vrijer bewegen dan toen ik écht in Afghanistan was. De gangbare praktijk van embedded verslaggeving, onder de hoede en dus controle van militairen, komt in het spel niet voor.

Na tientallen citaten en rapporten te hebben verzameld, mag ik er maar een paar gebruiken voor een minuutje radio. De selectie is niet te doen. Wat is er belangrijker, de ervaring van de arme boer ter plekke, of het oordeel van de VN? Hoe weeg ik de kakofonie aan ‘feiten’ die elkaar tegenspreken? Eva Jinek complimenteert me, maar ik haal minimale punten voor mijn eerste uitzending. Ben ik hier wel geschikt voor? En waarom liegt een collega tegen me? Existentiële twijfel slaat toe.

Ondertussen bekruipt me ook een rottig gevoel over hoe ik word neergezet. De makers veronderstellen dat journalisten nogal makkelijk een draai aan de werkelijkheid geven, blijkt uit keuzes die het spel voor me maakt. Als ik op een verpieterd grasperkje sta, vertelt mijn alter ego de luisteraar dat er een smetteloos gazon ligt. Bij een bezoek aan een gebombardeerd dorp hoor ik mezelf zeggen dat ik wil uitzoeken hoeveel burgerdoden er zijn „omdat ik de woordvoerders van het leger niet vertrouw”. Dat is gezond journalistiek wantrouwen, maar ik heb op dat moment nog helemaal geen militaire woordvoerder gesproken.

Zelf maak ik ook betwistbare keuzes. Ik kies soms voor het mooiste citaat, terwijl dat niet het meest representatieve is. Schaamteloos. Maar misschien ook wel realistisch.

www.onthegroundreporter.nl/afghanistan