Eén les is al geleerd: zo doen we het dus nooit meer

De commissie-De Wit hoort de komende weken de hoofdrolspelers in de bankencrisis van 2008, onder wie Bos, Wellink en Balkenende. De eerste drie weken leverden spannende verhoren op – en genoeg materiaal voor een inhoudelijke politieke finale.

Voormalig toezichthouder Arnold Schilder hoefde geen seconde na te denken. Als een bank nu toestemming zou vragen voor een grensoverschrijdende fusie, volgt direct een veto van De Nederlandsche Bank. Naar een vergunning kan de aanvrager fluiten. „Dat doen we dus niet meer”, zei hij vrijdag tegen de parlementaire enquêtecommissie die de bankencrisis van 2008 onderzoekt. En op een uitgebreide argumentatie van de afwijzing hoeft niemand te rekenen. „Daar gaan we niet eens een verhaal bij houden. Zonneklaar.”

Zijn ervaringen als toezichthouder tijdens de mislukte overname van ABN Amro hebben Schilder afkerig gemaakt van grensoverschrijdende fusies. Niet verbazingwekkend, gezien het spoor van vernieling dat Fortis heeft achtergelaten – met toestemming van De Nederlandsche Bank.

De voor de hand liggende opmerking van Schilder speelt de critici van de onderzoekscommissie in de kaart. Die is de vorige oorlog aan het uitvechten, menen ze en ze betwijfelen of de parlementaire enquête iets toevoegt. Wat hebben we aan de wetenschap dat De Nederlandsche Bank nu geen vergunning meer zou uitgeven? Mocht zich zo’n rampzalige situatie nog eens voordoen, dan handelt toch iedereen anders. Zullen de conclusies die de commissie straks trekt echt iets veranderen nu alle politici en toezichthouders druk bezig zijn met de redding van de euro?

Het mag dan wellicht over een vorige oorlog gaan, de eerste drie weken van verhoren hebben aangetoond dat de commissie veel geleerd heeft van de ervaringen als onderzoekscommissie, anderhalf jaar geleden. Toen lazen de parlementariërs geregeld de vragen van deskundigen voor en waren ze vaak niet in staat om vervolgvragen te stellen als een van de gasten trachtte te ontsnappen door veel jargon te gebruiken. ‘Nieuwelingen’ als Rik Grashoff (GroenLinks), Roos Vermeij (PvdA) en Maarten Haverkamp (CDA) maken zonder meer een sterke indruk.

Hun inbreng zorgde er mede voor dat de eerste drie weken voor soms spannende verhoren zorgden, als voorspel voor de finale die vandaag is begonnen.

Wat viel vooral op? In 2008 was het al een politiek gegeven dat Wouter Bos tijdens de redding van Fortis de leiding had. Die indruk werd afgelopen week versterkt, onder meer door het verhoor van topambtenaar Kajsa Ollongren, de financieel adviseur van premier Balkenende. Zij schetste de grote rol van Bos, die bij belangrijke maatregelen vooraf de premier inlichtte en meestal achteraf de ministerraad. En daarna de Tweede Kamer.

Op het ministerie van Algemene Zaken leidde dit niet tot wrevel. „Het financiële stelsel stond op het spel”, aldus Ollongren. En had de premier vrede met zijn rol toen? Ja, zei de topambtenaar.

Uit de verhoren is ook gebleken dat Nederland in het eerste weekend allerminst voorbereid aan tafel kwam toen Fortis en ABN Amro gered moesten worden. De Belgen en Luxemburgers waren op zaterdag 27 september al druk aan het onderhandelen over de nationalisatie van de bank. Dat signaal werd door Lex Kloosterman van Fortis aan Den Haag en aan De Nederlandsche Bank doorgegeven, maar gek genoeg bleef actie uit. Pas in de avond vertrok een delegatie en deze slechte start zorgde er voor dat Bos op zondag onder onnodig hoge druk akkoord ging met de overname van 49 procent van de Nederlandse onderdelen. Later bleek die deal niet de steun van de markt te krijgen waarna in die week de Nederlandse onderdelen voor de volle honderd procent werden ingelijfd.

Ook de gespletenheid van de financiële wereld kwam duidelijk aan het licht. Simpel gezegd: de financieel oergezonde Rabobank versus de rest. Topman Bert Bruggink trok fel van leer tegen De Nederlandsche Bank. Die had volgens hem veel eerder moeten ingrijpen bij zijn (zwakkere) concurrenten. Twee weken voor de noodzakelijke redding van Fortis had Bruggink de toezichthouder al laten weten dat de Rabobank wel heel veel spaargeld van Fortis-klanten ontving.

Bruggink was ongemeen fel over het zogeheten depositogarantiestelsel, dat de tegoeden voor kleine spaarders moet garanderen. Maar was het nu echt nodig om die grens op te trekken van 40.000 naar 100.000 euro, vroeg Bruggink zich af. Zo wordt de spaarder die extra risico neemt (bij de IJslandse internetspaarbank IceSave bijvoorbeeld) nooit gestraft. En wie draait er op voor die extra garantie? Inderdaad, de Rabobank – die op de spaarmarkt eerst voorbij werd gestreefd door dit soort concurrenten.

Niet alleen op de spaarmarkt ging er veel mis. ING kreeg in Amerika grote problemen nadat het veel opgehaald spaargeld in hypotheken had gestoken. Na het uitbreken van de financiële crisis moest Nederland met een garantie van 22 miljard euro die portefeuille met ‘rommelhypotheken’ overeind houden.

Dat had volgens Dick Harryvan van internetbank ING Direct niemand kunnen voorzien want de hypotheekportefeuille bestond in de zomer van 2008 nog voor 99 procent uit triple A-beleggingen. Volgens Tonko Gast van het kleine financieel adviesbureau Dynamic Credit was ING veel te optimistisch. Hij constateerde sneller dan ING dat de portefeuille voor 90 procent bestond uit laag gewaardeerde Triple C-beleggingen. „Veel mensen verschuilen zich achter een rating, zonder te weten wat er achter zit”, zo zette hij het financiële concern weg.

Een opmerking die nog altijd actueel is, want die ratings spelen niet alleen in de ‘vorige oorlog’ een belangrijke rol, maar ook in de huidige.