CPB: 'Hamsteren hield werkloosheid laag'

In de vorige recessie bleef de werkloosheid laag – tegen alle verwachtingen in. Dat komt, zegt het Centraal Planbureau nu, doordat bedrijven personeel ‘hamsterden’.

Het Nederlandse bedrijfsleven heeft de ‘Grote Recessie’ in 2008 en 2009 verrassend goed doorstaan. Ondanks een krimp van de economie van 3,5 procent, steeg de werkloosheid tot slechts 4,6 procent van de beroepsbevolking, een percentage dat lager is dan de werkloosheid in 2004, toen er geen sprake was van krimp en 5 procent van de beroepsbevolking thuis zat.

Een verklaring voor die relatief lage werkloosheid? Het Centraal Planbureau CPB), dat de cijfers eind vorige week presenteerde in het onderzoek ‘Lage werkloosheid in Grote Recessie’, wijst vooral naar de rol van werkgevers: die hielden hun personeel in dienst, ook al was er minder werk. „De recessie in 2008 en 2009 is qua ernst en omvang te vergelijken met de recessie in de jaren dertig van de vorige eeuw”, aldus wetenschappelijk medewerker Jasper de Jong van het CPB. „Dan zou je verwachten – en dat deed iedereen dus ook – dat de werkloosheid flink zou stijgen. Mogelijk tot 7 procent van de beroepsbevolking. Maar dat scenario is dus niet uitgekomen.”

Nederland heeft, ook in vergelijking met andere Europese landen, anticyclisch gereageerd op wat het CPB de ‘Grote Recessie’ noemt. Bedrijven hebben arbeid (personeel) ‘gehamsterd’. En áls er al ontslagen vielen, ging het meestal om personeel in vaste dienst. De verwachting dat vooral tijdelijke krachten, de zogeheten flexwerkers, in tijden van recessie de wacht worden aangezegd, is niet uitgekomen. Dat is in afwijking van landen als Spanje en Ierland, waar de arbeidsmarkt scherper reageerde op de productie-uitval en vooral tijdelijk personeel af liet vloeien. Hoe minder de arbeidsmarkt gereguleerd is, hoe sterker de werkloosheidsreactie is op productie-uitval, geeft het CPB als verklaring. Volgens De Jong heeft vooral krapte op de arbeidsmarkt bedrijven ervan weerhouden om, in lijn met de productiedaling, personeel te ontslaan. „Ontslag en het vinden van geschikt nieuw personeel kost tijd, moeite en dus geld. Bedrijven hebben meer personeel in dienst gehouden dan noodzakelijk, gezien de productiedaling.”

Flexwerkers hebben, tegen de verwachting in, niet de rekening van de recessie betaald. Werkgevers ontsloegen eerder personeel in vaste dienst dan tijdelijke contractanten. Hoe komt dat?

„Uit cijfers over 2008 blijkt dat er een sterke toename was van werknemers met een vast dienstverband dat ontslagen werd. We hebben daar geen echte verklaring voor gevonden. In een land als Spanje, met een veel hoger percentage flexwerkers op de arbeidsmarkt, zag je een omgekeerde ontwikkeling. Mogelijk hebben Nederlandse bedrijven de recessie aangegrepen om de schil van flexwerkers te vergroten. Maar over de hele linie is het denkbaar dat bedrijven personeelsschaarste als permanent ervaren. Daarom is een scherpe stijging van de werkeloosheid uitgebleven. Bedrijven zijn personeel gaan hamsteren.”

Bedrijven hebben nauwelijks gebruik gemaakt van de mogelijkheid om personeel gedeeltelijk te laten afvloeien via deeltijd-WW. Terwijl van een soortgelijke voorziening in Duitsland massaal gebruik is gemaakt. Is daar een verklaring voor?

„In Nederland hebben op het hoogtepunt van de crisis ongeveer 40.000 mensen gebruik gemaakt van die crisismaatregel. Ze werkten gemiddeld 60 procent van hun oude arbeidstijd en dat over een periode van ongeveer 7,5 maanden. Die crisismaatregel heeft daardoor slechts beperkte invloed op de groei van de werkgelegenheid gehad. Deeltijd-WW heeft het gemiddelde werkgelegenheidspercentage met maximaal 0,1 tot 0,2 procent verlaagd. In Duitsland hebben 1,5 miljoen werknemers van een soortgelijke maatregel, de door de overheid gesubsidieerde Kurzarbeit, gebruik gemaakt. Dat heeft ertoe bijgedragen dat de toename van de werkloosheid minimaal was. Het is niet bekend waarom er in Nederland zo weinig gebruik is gemaakt van die maatregel. Mogelijk waren de beschikbare budgetten in Duitsland groter.”

Ook de veronderstelling dat onder zelfstandigen zonder personeel, de zzp’ers, verborgen werkloosheid schuil gaat, blijkt achteraf niet te kloppen.

„De verwachting in 2009, ook die van het CPB, was dat zij als gevolg van de recessie 13 procent inkomensverlies zouden lijden. Maar uit de meest recente cijfers blijkt dat die inkomensdaling ongeveer 8 procent is. Dat is slechts een paar procentpunten meer dan de productiedaling in de marktsector. Het is dus niet zo dat zelfstandigen hun inkomen opvallend scherp zagen afnemen. Zelfstandigen vormen nog steeds ook maar een beperkt deel van de beroepsbevolking. Het ging in 2010 om ruim 14 procent van de beroepsbevolking, dat is 1,7 procent meer dan tien jaar geleden. Hun aandeel in de werkloosheidsschommelingen is dus nog steeds gering.”

Hoe zal de arbeidsmarkt zich bij een nieuwe recessie gaan ontwikkelen? Gaan bedrijven dan opnieuw personeel ‘hamsteren’?

„Dat valt niet te voorspellen. Bedrijven stonden er aan het begin van de recessie in 2008 financieel florissant voor. Bovendien was er sprake van krapte op de arbeidsmarkt: bedrijven hadden moeite om personeel te vinden. Die krapte is nu veel minder. De vermogenspositie van het Nederlandse bedrijfsleven is nu nog goed, maar het winstniveau is, na bijna een halvering in 2009, beduidend lager en kan bij een nieuwe recessie verder afkalven. Bedrijven hebben in de recessiejaren bovendien kunnen profiteren van fiscale meevallers, zoals het vervroegd afschrijven van investeringen. In 2008 en 2009 scheelde dat zo’n 0,6 tot 0,8 miljard euro op een winstniveau van 20 miljard euro. Dit gaf de financiële ruimte om personeel in dienst te houden. Maar investeringen kun je maar één keer afschrijven. Dat zal in de toekomst dus minder gebeuren. En dát zou betekenen dat bij een volgende recessie de werkloosheid wél sterk oploopt.”

    • Jos Verlaan