Beroemd door de eeuwen heen

Het verlangen om beroemd te worden is een historisch verschijnsel.

Maar de aandacht vasthouden is niet zo gemakkelijk als men denkt.

‘Misschien een beetje raar’, dat vond hij zelf ook wel. Maar Charly Luske, een halve BN’er, doet toch gewoon mee aan The Voice of Holland. Als zelfs Raffaëla (die had nota bene al een keer gewonnen!) het had gedaan, waarom dan nog moeilijk doen? En ja, het lijkt zo gemakkelijk. Doe mee aan een Idols, X-Factor of The Voice, onthul je verborgen talenten en de rest gaat vanzelf.

Het verlangen om beroemd te worden en de behoefte aan beroemdheden zijn klassieke historische verschijnselen. Volgens antropologen gaat het om een vorm van seculiere zingeving. We vergoddelijken onze helden om ons eigen leven een beetje interessanter te maken. Een figuur als Justin Bieber is dan een hogepriester van het ietsisme. Niet toevallig waren veel van de Griekse idolen ook halfgoden. De oorspronkelijke betekenis van ‘idool’ is dan ook ‘afgodsbeeld’.

De dappere strijders uit de Ilias van Homerus zijn tot op de dag van vandaag legendes die brede bewondering oogsten. Eeuwenlang hebben ze een voorbeeldfunctie vervuld en tijdloze morele lessen gedoceerd. Achilles: „Liever roemvol sterven, dan roemloos leven.” Odysseus: „Wie niet sterk is moet slim zijn.” Helena: „Mooie vrouwen zorgen altijd voor gedonder.” En Paris (de Justin Bieber van de Oudheid): „Mietjes gaan er altijd met de mooiste vrouwen vandoor.” Beroemdheden zijn rolmodellen waar we ons eigen gedrag op afstemmen. Het zijn uitvergrotingen van de samenleving door wie ze worden vereerd.

Beroemdheid is onlosmakelijk verbonden met roddel en achterklap. De oudste schandaaljournalist die we kennen is de Romeinse biograaf Gaius Suetonius Tranquillus. Als secretaris aan het keizerlijk hof had hij toegang tot allerlei persoonlijke documenten. Op een slechte dag werd hij op staande voet ontslagen, waarschijnlijk vanwege zijn verhouding met de keizerin (als we de roddels mogen geloven althans). Dat gaf hem de tijd om aan het schrijven te gaan. Suetonius beschreef de keizerlijke levens met veel gevoel voor detail: uiterlijk, karakter, schandalen, maar ook het seksleven van de betrokkenen kwamen uitgebreid aan bod. Zo zou keizer Augustus zijn beenharen zacht hebben gemaakt met hete walnotenschillen. Nog altijd is zijn boek een belangrijke bron voor historische romans en films – die overigens net als het boek meer over onze verbeelding dan over de historische werkelijkheid zeggen.

De beroemdheden van de Middeleeuwen waren een stuk kuiser. Christelijke heiligen werden de nieuwe rolmodellen. Zij lieten zien hoe een deugdzaam leven in elkaar zat en, nog belangrijker, hoe je in de hemel kon komen. Evenals de Griekse helden waren de heiligen een soort halfgoden. De heilige zou direct na zijn dood naar de hemel zijn gegaan en dus een kort lijntje met God hebben. Heiligenverering was een typische vorm van ‘volksdevotie’: de heiligen maakten het geloof tastbaar en brachten God dichter bij de gewone sterveling.

Heiligenlevens werden opgetekend door ijverige monniken en hun stoffelijke overschotten werd zorgvuldig geconserveerd. Het kwam zelfs een enkele keer voor dat een dier heilig werd verklaard. Guinefort van Bourgondië was een hond die een baby zou hebben verdedigd tegen een slang. Zijn heiligverklaring kon overigens niet door de beugel van de Inquisitie. Dieren hebben in de katholieke geloofsleer namelijk geen ziel. Op den duur was er sprake van een enorme heiligeninflatie: iedere stad, dorp, beroepsgroep, ziekte of dag kreeg zijn eigen heilige. Pas in de late Middeleeuwen ging de Kerk de heiligverklaring reguleren.

De absolute voorwaarde voor faam is natuurlijk een publiek. Met de komst van de massamedia is dat publiek steeds ‘vloeibaarder’ geworden. Een groot publiek is snel bij elkaar gesprokkeld, maar ook zo weer verdwenen. De aandacht krijgen is relatief gemakkelijk, de aandacht vasthouden is ontzettend moeilijk. Kijk maar naar de winnaars van de talentenshows van de afgelopen jaren: wie weet nog wie Sita Vermeulen, Boris Titulaer, Nikki Kerhof, Sharon Kips, Lisa Hordijk en Jaap van Reesema zijn? Ik moest Wikipedia er in ieder geval op naslaan. Charly Luske wacht hetzelfde lot.

De moderne celebrity scene lijdt aan de middeleeuwse heiligeninflatie. De kunstenaar Andy Warhol zei dat in de toekomst iedereen beroemd is gedurende vijftien minuten. In New York staat op Times Square een enorm billboard dat ‘15 seconds of fame’ biedt aan iedere klant die iets koopt bij de bijbehorende winkel. De ironie is dat het helemaal geen ‘seconds of fame’ zijn, want als iedereen beroemd is dan is niemand het.

Het meest verontrustende aan de moderne beroemdheidscultuur is haar groeiende willekeur. Paris Hilton heeft als talentloze nietsnut het ‘beroemd zijn om het beroemd zijn’ uitgevonden. Rebecca Black, een dertienjarig scholiere, maakte begin 2011 een filmpje van zichzelf dat zo slecht was dat het in enkele weken door honderd miljoen mensen was bekeken. Inmiddels heeft ze een platencontract en verdient ze goud geld aan iedereen die benieuwd is naar haar wanprestatie.

Lachen om talentloze clowns lijkt nog onschuldig, maar als de clowns ook maatschappelijke invloed krijgen wordt het zorgelijk. Talkshows worden inmiddels gedomineerd door praatpalen die van toeten nog blazen weten, maar wel een vlotte babbel hebben. Ook in de politiek wreekt de ‘beroemdheid om de beroemdheid’ zich. Rita Verdonk was, voordat ze in de politieke goot belandde, een van de meest gevraagde televisiegasten. Ook zonder partijprogramma. Sterker nog, het ging pas mis toen ze een eigen partijprogramma kreeg!

Of de democratie op den duur bestand zal zijn tegen de moderne beroemdheidsinflatie, dat valt te bezien. Het succes van de mafkezen wijst de serieuze staatsmannen en vrouwen in ieder geval op het enorme belang van charisma, humor en een goede kapper.

Rutger Bregman (1988) is historicus. In maart verschijnt zijn boek ‘Met de kennis van toen. Actuele problemen in het licht van de geschiedenis’ bij de Bezige Bij.