Al dat gepraat over de eurocrisis is maar onzin

Ik ben het niet graag oneens met Jaap van Duijn (wij zijn jaargenoten van het Rotterdamsch Studenten Gezelschap), maar nu moet ik het toch zijn. De definitievergelijking van het nationaal inkomen luidt: Y = C + I + G + E – M. Hierbij staat Y voor het nationale inkomen, E voor de export en M voor de import. Als de export met 100 euro stijgt, neemt het nationale inkomen met 100 euro toe. Hier valt geen speld tussen te krijgen. Uit deze vergelijking blijkt waarom de opmerkingen van Jaap van Duijn over de wederuitvoer (Opinie, 17 november) onjuist zijn. Als er voor 200 euro wordt geïmporteerd, neemt het nationale inkomen met 200 euro af. Worden deze goederen vervolgens geëxporteerd, dan neemt het nationale inkomen met 200 euro toe. Per saldo blijft het nationale inkomen ongewijzigd. Ik zou bijna willen zeggen: Jaap, je had beter moeten opletten bij Van Eijck, de hoogleraar bij wie wij – in het begin van de jaren zestig van de vorige eeuw – colleges macro-economie hebben gevolgd.

Overigens is het al anderhalf jaar durende gepraat over de eurocrisis onverantwoord en ook onzin. Elke eerstejaarsstudent economie kan u uitleggen dat een begrotingstekort van een land niets van doen heeft met de waarde van de valuta van dat land. Het prijspeil in het eurogebied is niet voor niets vrijwel stabiel.

Dr. A.M. (Ton) Mulder

Oud-hoofddocent monetaire economie, Erasmus Universiteit