Afscheid van het 'eigen' museum

Kunstenaar Armando is onlosmakelijk verbonden met Amersfoort. Toch is er voor ‘zijn’ Armando Museum geen plek meer in de stad. „Ze willen me niet meer.”

Hij zit op de voorste rij van het Armando Museum Bureau en luistert aandachtig naar muziek en toespraken. Er is koffie en gebak. Nergens uitbundige kleding. Het is alsof Armando (83) getuige is van zijn eigen afscheid. En zo voelt het voor de kunstenaar ook wel een beetje. Gisteren was de laatste dag dat het Armando Museum in Amersfoort de deuren opende. Zíjn Amersfoort, dat zo bepalend is geweest voor zijn oeuvre. Het museum maakt een doorstart in Utrecht op landgoed Oud-Amelisweerd. De kunstenaar: „Natuurlijk hoor ik in Amersfoort, maar ze willen me niet meer.”

Met ‘ze’ bedoelt Armando – die voor de ‘finissage’ uit zijn huidige woonplaats Berlijn overkwam – de gemeente Amersfoort. Sinds 1998 bevond het Armando Museum zich in de Elleboogkerk, in het centrum van de stad. Dat veranderde in oktober 2007, toen een grote brand vrijwel de gehele aanwezige collectie verwoestte. Het was de bedoeling dat het museum zou terugkeren in de kerk, maar de gemeente krabbelde terug. Er moest 515.000 euro bezuinigd worden op het museumbudget. Kees Spaan, voorzitter van de stichting Amersfoort in C die de gemeentelijke cultuursubsidies verdeelt: „De kaasschaaf was uitgewerkt. Kiezen dus.” Onder de stichting vallen naast het Armando Museum ook het Museum Flehite, het Mondriaanhuis en kunsthal KAdE. Een van de vier moest verdwijnen. Het werd het Armando Museum.

Dit tot ontsteltenis van veel Armando-fans. Jan-Willem van Lieshout, voorzitter van het Armando Genootschap, vertelt dat een aantal leden woedend het Genootschap verliet. Armando hoort volgens hen in Amersfoort. De kunstenaar groeide op in de stad, woonde in de Tweede Wereldoorlog vlakbij Kamp Amersfoort. Vooral die oorlogservaringen dienen als basis voor zijn werk, dat hij omschrijft als Gesamtkunstwerk.

Nu zal dat wat na de brand van de Armando-collctie resteert, een plek vinden op de eerste etage van landhuis Oud-Amelisweerd in Utrecht. De naam van het museum verdwijnt. Armando moet de locatie delen met Chinese behangsels op de begane grond. Amelisweerd is een bosrijke omgeving, die geldt als belangrijke toeristische trekpleister in Utrecht. Naar schatting zal het museum jaarlijks 30.000 bezoekers trekken. Dat waren er in de Elleboogkerk zo’n 12.000. Voor Utrecht vormt het een belangrijke troef in de race om de status van Culturele Hoofdstad van Europa in 2018.

Yvonne Ploum, hoofd van het Armando Museum, stelt dat Armando’s werk eigenlijk meer heeft met een bosrijke omgeving dan met een kerk: „Armando hoort eigenlijk in Amersfoort, maar zijn werk past prima in Oud-Amelisweerd. De bossen in Amersfoort hebben Armando erg geïnspireerd.” Armando is op Oud-Amelisweerd geweest en vond het „een mooie plek” voor zijn kunst.

De verhuizing is nog niet helemaal rond. De gemeente Amersfoort heeft de nieuwe stichting Museum Oud-Amelisweerd een miljoen euro beloofd voor de overname van het Armando Museum. Dat kost eenmalig geld, maar de gemeente is daarna af van de jaarlijkse subsidielast van 515.000 euro. Daarmee zal in 2014 de bezuinigingsoperatie rond zijn. De gemeenteraden van Amersfoort en Utrecht zullen naar verwachting op 9 december stemmen over het plan.

Oud-Amelisweerd opent vermoedelijk pas in 2013. Tot dan zal de Armando-collectie in een opslag terechtkomen. Het levert boze reacties op in het Armando Museum Bureau. Van Lieshout: „De sluiting kan al niet op veel begrip rekenen, maar de lange duur tussen de sluiting nu en de volgende opening zet ook veel kwaad bloed.” Armando zelf is er koel onder. Amelisweerd hoeft hij niet per se meer mee te maken. „Nu heb ik mooi de tijd om dood te gaan. Als ik nog zó lang moet leven; stel je voor.”