De onmogelijke droom van David

David is blij met een extra gast. Zoveel mensen kent hij hier niet. Hier, dat is Pune, de stad in India waar ik werk aan mijn volgende voorstelling. Ik zag hem al een paar uur geleden een tafel klaarzetten in de tuin van het hotel. Hij heeft gedekt voor veertien mensen. Er zitten er zeven.

David viert dat hij niet failliet is. Het scheelde weinig. Hij investeerde vier miljoen in een zendmast vlak buiten de stad. Het is zijn droom om iedereen op de wereld mobiel bereik te brengen. Communicatie is mijn passie, zegt hij terwijl hij een fles champagne opentrekt. Het probleem is alleen dat those Indians zijn droom niet begrijpen. Niemand houdt zich aan de afspraak, de Indiër die garant zou staan voor een belangrijke lening is al weken onbereikbaar en steeds meer investeerders trokken zich terug. Hij heeft een maand niet kunnen slapen van de stress. Maar gisteren kreeg hij een mail uit Geneve. Een kennis van hem wil garant staan. De ramp is afgewend.

Nu heeft hij iedereen uitgenodigd die hij de afgelopen maand in Pune ontmoette. Nou ja, alleen de Westerse mensen. Want van Indiërs heeft David zijn buik vol. We toasten op zijn miljoenendeal. Is het niet vreemd, vertrouwt David het gezelschap toe, dat je uiteindelijk toch altijd met je eigen mensen eindigt, ook al ben je in een ander werelddeel? Het gezelschap knikt bevestigend. Yeah, that’s the way it is. Een voor een komen de gasten met een klaagzang op India. Ik denk aan de woorden van een Nederlandse politicus: Als het je hier niet bevalt, dan ga je toch weg. Maar dat zou zonde zijn zeggen de gasten. Want ze hebben India veel te bieden.
David telefoneert met het restaurant. Hij is woedend. Het eten had er al lang moeten zijn. Zo gaat dat hier, foetert hij en opent een nieuwe fles champagne. Hij komt naast mij zitten, vraagt of ik hem een asshole vind.

Ik haal mijn schouders op. Je kijkt erg kritisch, zegt hij. Jij bent vast zo iemand die van India houdt. Die hier schoonheid en rust vindt. Maar ik kan je vertellen dat je op een feestje van Indiërs niet zo hartelijk was ontvangen. Ik zeg dat hij zich weinig openstelt voor iemand met een communicatie-passie. Thank you for being honest. Hij kijkt niet erg dankbaar. Look, zegt hij, ik ben een idealist. Maar dan moeten mensen wel meewerken, want op deze manier word ik ontzettend ongelukkig. Ik zeg dat hij nu toch iets te vieren heeft, een miljoenendeal. Hij zucht. Mijn vrouw wil bij me weg, zegt hij. En mijn dochter wil niet met me skypen. Hij kijkt zo mistroostig dat ik een heel klein beetje medelijden voel.
Ik vraag wanneer hij voor het laatst gelukkig was. Hij staart naar zijn glas. Vorig jaar. Een vriend van mij was jarig en iedereen moest een musical-lied voorbereiden. Ik zong The impossible Dream uit The man from La Mancha. En toen kwam ik erachter dat ik kan zingen. Hij grijpt naar zijn telefoon, schreeuwt dat het eten nu moet komen en eist dan een microfoon met versterking als compensatie voor het wachten.
Een half uur en drie flessen champagne later arriveren eten en microfoon. David kijkt mij ernstig aan. Daar gaan we, zegt hij. Hij ademt in, sluit zijn ogen.

To dream the impossible dream
To fight the unbeatable foe
To bear with unbearable sorrow
To run where the brave dare not go.

Hij lijkt niet erg gelukkig.