Wordt Nederland het volgende land met politieke crisiswissel?

Kabinetten vallen in Nederland als de stemming te slecht wordt. Openlijk gaat het dan over iets relatief zakelijks – vroeger omroep- of grondpolitiek of vijftigduizend woningwetwoningen, tegenwoordig over belastingen of het buitenland, Srebrenica, Uruzgan, Hirsi Ali – maar eigenlijk valt de boel uit elkaar als men elkaar niet meer pruimt.

Afgaande op de stemmingsbarometer werd de vraag deze week actueel of Nederland het volgende land wordt dat in dit Europese stormseizoen toe is aan een regeringswissel. Na Griekenland, Italië, Spanje, het aanhoudende vacuüm in België en de junkstatus voor Portugal zou het gedoogkabinet-Rutte weleens kunnen bezwijken in het komende half jaar. De humeurenoorlog is losgebarsten.

Het achterdoek van de verhevigde schermutselingen is – binnen de kabinetsvisie – de groeiende noodzaak extra te bezuinigen, boven op de al afgesproken 18 miljard euro. Partijen zijn het oneens over alles waarover ze geen afspraken hebben. Vorige week schoot Geert Wilders al voor de boeg – dan maar voor 4 miljard euro aan ontwikkelingshulp schrappen. Vier op de vijf VVD-kiezers zijn het daar mee eens, peilde Maurice de Hond.

Het CDA hecht binnen de coalitie het meest aan internationale naastenliefde. Het thema kwam uitvoerig aan bod bij de begrotingsbehandeling. Eerst wisselden CDA-lid Ferrier en PVV’er Driessen bittere woorden over politiek fatsoen rond het gelukwensen van ‘de crimineel Bouterse’ met diens verkiezing destijds. Later bevestigde staatssecretaris Knapen (CDA) dat het kabinet blijft bij 0,7 procent van het bruto binnenlandse product voor ontwikkelingssamenwerking. Dit ontlokte Wilders een nieuw salvo.

In een ander debatje, over uitbreiding van de Europese Unie, maakte CDA-Kamerlid Ormel een sneer naar „onze eurofobe collega’s”. Dit ging regelrecht naar zijn PVV-collega, die eraan herinnerde dat zes op de tien Nederlanders tegen uitbreiding zijn. Wilders verzekerde later dat hij niet uit is op de val van het kabinet. Wat wel? „Het wordt het jaar van de waarheid. Ik ga keihard onderhandelen.”

Inmiddels zit het kabinet-Rutte ruim een jaar. De VVD geniet zo lang het kan van een eigen minister-president. Rutte doet het goed bij zijn achterban en ver daarbuiten. De partij vraagt iedere bestuurder die tegen de lamp loopt het VVD-shirt snel onzichtbaar te maken en het beeld van corrumperende macht verre te houden. Het aantal rommelaars rond de publieke zaak loopt wel op.

‘Maak Nederland liberaler’ is het motto van het congres, vandaag in Zaandam. De uitwerking van dit ideaal moet nog steeds handen en voeten krijgen. De VVD wil een kleinere overheid en meer zelfredzaamheid, maar voorbij deze leuzen en het bezuinigingsbeleid wordt steeds meer PVV-retoriek zichtbaar. Dit valt ook de jonge liberalen op. JOVD-voorzitter Jonk waarschuwde vrijdag voor een anti-Europese grondtoon en het inruilen van privacy voor veiligheid.

Gisteren erkenden premier Rutte en fractievoorzitter Blok voor het eerst impliciet dat de zwakte van het CDA gevaarlijk kan worden voor het voortbestaan van het kabinet. Rutte wenste zijn coalitiegenoten „alle goeds” toe, zoals bij een zieke. Hij riep Wilders op zijn toon te matigen. Deze woorden markeren de afgrond waarin zijn gedoogconstructie dreigt te zakken.

Wie zich afvraagt wat Wilders met zijn verbale kamikazebeleid bezielt, vindt geen antwoord door alleen te kijken naar zijn successen. De PVV heeft in tal van onderwerpen de toon van het kabinet sterk beïnvloed, zo niet bepaald. Verkeer, justitie, buitenlands beleid, paspoorten, sociale zaken, kunsten, omroep – allemaal gebieden waar de rechtervleugel van de VVD haar instincten kan volgen, dankzij de PVV. Instinctief rechts regeert.

Toch zet Wilders de coalitie vrijwel dagelijks op het spel. Terwijl de VVD-fractie moeizaam meestemde met de christenpartijen om de weigerambtenaar tijd te gunnen, floot de PVV vrolijk mee met links, dat genoeg heeft van de homoblokkade op sommige stadhuizen.

Toch wil de PVV-hoofdzaak niet vlotten. Het immigratiebeleid is van toon veranderd, maar het aantal instromers is niet gedaald. Terwijl Wilders niet nalaat de EU én Turkije laatdunkend te bespreken, reist de financiële buitenlandploeg rond om Unie en euro te redden.

Premier Rutte beweerde gisteren nog dat president Obama en hij elkaar volgend week recht in de ogen kunnen kijken over de Nederlandse NAVO-bijdrage in Afghanistan. Ten eerste is dit niet waar. Ten tweede wordt ook die half miljoen euro per agent in Kunduz ondanks en niet dankzij de PVV uitgegeven, bij wijze van NAVO-fooi. Hiermee wint Nederland geen G-20-zetel.

Zou iemand binnen het CDA de brief nog wel eens hebben herlezen waarmee Ab Klink op 1 september 2010 afscheid nam van de kabinetsformatie? Hij voorspelde haarscherp dat samenwerking met de PVV niet alleen zou gaan over concrete dingen die je afspreekt. De partij zou voortdurend worden uitgedaagd op haar christelijke grondslag en democratische motieven. „De dieptelaag van de motieven doet er toe in de politiek.”

Wilders moet zo hard roepen om de steeds zichtbaarder uitglijders van zijn zwakke fractieleden te verhullen. Hij kan zo ver gaan als hij doet, omdat het schrikbeeld van nieuwe verkiezingen de CDA’ers bijeendrijft in het Achterhuis van dit kabinet. Maar de steeds openlijker bijtende opmerkingen van niet-radicale CDA’ers zijn vooraankondigingen van een naderende ontploffing. Een coalitie die het fundamenteel over zo veel én over de grootste crisis van onze tijd oneens is, kan niet lang regeren.

marc chavannes

U kunt de auteur emailen via opklaringen@nrc.nl