Valse vooruitgang

Nog maar kort geleden tuimelden psychologen over elkaar heen om aan het publiek uit te leggen dat het geval van Diederik Stapel te maken had met rottigheden in hun eigen vak. Psychologen zouden geen kaas hebben gegeten van statistiek. Ze zouden onvoldoende kritisch zijn bij het beoordelen van elkaars onderzoek. Ze zouden te veel jacht maken op sexy thema’s. Er verschenen ook ingezonden brieven van belastingbetalers, die altijd al hadden geweten dat psychologie een slappe uithoek van de wetenschap is.

Er ontbrak iets aan de ophef: een verwijzing naar Valse Vooruitgang, dat mooie boekje van Frank van Kolfschooten over fraudegevallen in de vaderlandse wetenschap. De laatste editie loopt tot en met 1996. Als je de parade van fraudeurs en plagiaatplegers in Valse Vooruitgang aan je voorbij laat trekken, dringen drie conclusies zich op. De eerste: een boek over zwendelarij buiten de wetenschap zal vele malen dikker zijn dan Valse Vooruitgang. De tweede conclusie: het is een raadsel wat er in het hoofd van zwendelende wetenschappers omgaat. Je verwacht dat de wetenschap een aantrekkingskracht uitoefent op mensen die de werkelijkheid willen ontrafelen; niet op mensen die de werkelijkheid willen fictionaliseren.

De derde conclusie: psychologen zijn alles behalve koplopers in de bonte stoet van Van Kolfschooten. En kijk: afgelopen week was daar het geval van de Rotterdamse hoogleraar in de geneeskunde. De man is een gevierd onderzoeker. Zijn artikelen verschenen in topbladen als The Lancet. Naarmate zijn ster aan het firmament van de geneeskunde hoger steeg, schiepen meer collega’s er een eer in om als mede-auteurs bij zijn artikelen aan te schuiven. Totdat duidelijk werd dat de professor meetgegevens had gefictionaliseerd. Drylabbing, zeggen de Amerikanen.

Wat dacht deze dokter toen hij aan het drylabben was? Waarschijnlijk niet veel meer dan dat hij op deze manier zichzelf, zijn vak en zijn patiënten toch vooruit hielp. De kans dat de man je wegwijs kan maken in de krochten van de zwendelende ziel is klein. Bij Stapel ligt dat anders. Stapels wetenschap gaat over hemzelf. Wat je verder ook van hem mag denken, Stapel is een groot kenner van de sociale psychologie. Dat vak heeft interessante ideeën over wat er gebeurt als mensen het ene zeggen en het andere doen. Er moeten dagen zijn geweest dat Stapel aan het drylabben was en tegelijkertijd terugdacht aan zijn eigen publicatie over de plagiërende professor Diekstra. Er moeten ook dagen zijn geweest dat Stapel tijdens een college ethiek uitlegde waarom drylabben verkeerd is en even later een artikel met gefopte gegevens instuurde naar een tijdschrift.

Op zulke dagen zal Stapel last hebben gehad van wat, in het jargon van zijn collega’s, cognitieve dissonantie heet. Dat knaagt aan iemand. Want mensen streven naar een coherent beeld van zichzelf. Als dat er niet is, creëren ze het. Zoiets kan op velerlei manieren: je hebt de route van de pathologische leugenaar, die in zijn eigen bedenksels gaat geloven en zich zo kan blijven vastklampen aan de overtuiging een fatsoenlijk mens te zijn. Je hebt ook de route van de psychopaat, die zo’n overtuiging terzijde schuift omdat hij morele codes iets voor kneuzen vindt. En je hebt de route van de berouwvolle zondaar, die gedurende de hele rit wordt geplaagd door het besef dat het verwerpelijk is wat hij doet.

Welke route volgde Stapel? Je vraagt je af of het een schuldbewuste zelfverwijzing was toen hij destijds in zijn artikel over Diekstra opmerkte dat ‘bepaalde manipulaties van de sociaal psycholoog een slachtoffer kunnen maken van de fenomenen die hij bestudeert.’ Hoe zou Stapel trouwens presteren op de Impliciete Associatie Test, het onderzoeksinstrument bij uitstek van veel van zijn vakgenoten? Met zo’n test kun je aantonen dat nogal wat blanke proefpersonen – ook al ontkennen ze het – een donkere huidskleur associëren met ongunstige adjectieven. Of dat alcoholisten – zonder dat ze het doorhebben – opbeurende kwaliteiten toedichten aan sterke drank. Zou Stapel ‘ik’ en ‘fraude’ met elkaar associëren en daarmee onbewust blijk geven van de berouwvolle route? Hoe zou priming, dat andere grote onderzoeksthema binnen de sociale psychologie, bij hem hebben uitgepakt? Nog niet zo lang geleden meldden Amerikaanse sociaal psychologen dat je besodemieterij kunt tegengaan door mensen – bij wijze van morele prime – een stichtende tekst te laten lezen. Bij Stapel ook?

Stapels geval is minder belangrijk dan dat van de Rotterdamse dokter, want die ging over patiënten. Maar Stapel bevindt zich wel in een unieke positie. De psychologie snapt weinig van hoe bedrog kan voortwoekeren in het cognitieve apparaat. Als dat apparaat aan getalenteerde wetenschappers toebehoort, tasten we helemaal in het duister. Stapel kan zijn wetenschap alsnog een dienst bewijzen. Door zichzelf langs de meetlat van de sociale psychologie te laten leggen. De resultaten van zo’n analyse kunnen in een volgende uitgave van Valse Vooruitgang. Die zal een tikkeltje dikker zijn, maar wel veel dieper kunnen gaan. Dat is dan weer echte vooruitgang.