'Trackers' zijn niet zo goedkoop als ze lijken

Twee big swinging dicks uit de wereld van de beleggingsfondsen slaan elkaar dezer dagen verbaal en zeer publiekelijk de hersens in. Inzet is de snel groeiende markt in exchange traded funds (ETF’s) die automatisch onderliggende waarden volgen – een beursindex, een mandje aandelen of grondstoffen. Daarom heten ze ook wel trackers (volgers). De grootste aanbieder ter wereld is het Amerikaanse BlackRock, met zo’n 450 miljard euro onder beheer waarvan 83 miljard in Europa. Lyxor, een dochter van de Franse Société Générale, is de Europese nummer drie met dertig miljard.

,,Als je ETF’s koopt van Lyxor, ben je onverzekerd schuldeiser van SocGen”, zei BlackRock-CEO Larry Fink onlangs op een congres in New York. Laurent Seyer, de boze baas van Lyxor, kwalificeerde Fink’s uitlatingen meteen als ‘vals en misleidend’.

In de Europese beleggingsmarkt nemen ETF’s nog maar een bescheiden positie in, maar die groeit wel hard, ten koste van traditionele beleggingsfondsen. Dat komt door hun beweerdelijk lage kosten. ETF’s hoeven immers niet te worden beheerd: de computer doet het werk. ETF-aanbieders claimen een total expense ratio (TER), de kostenmaatstaf voor beleggingsproducten, van 0,1 tot 1 procent van het belegde vermogen. Bij fondsen is dat 1 tot 3 procent, soms nog meer. En fondsmanagers slagen er zelden in duurzaam de markt te verslaan. Waarom dan geen ETF’s gekocht? Dan doe je het in ieder geval nooit slechter dan de markt, tegen lagere kosten.

Maar klopt dat verhaal wel, vroeg Marcel Tak zich af, onafhankelijk beleggingsadviseur en columnist van de beleggerssite IEXProfs.nl. Hij wierp zich op tot recensent van de ETF’s die in Nederland te koop zijn. Zijn eerste zes recensies verschenen afgelopen week op IEXProfs. Wat blijkt? De werkelijke kosten van ETF’s zijn ruim twee tot drie keer zo hoog als de geclaimde TER. ‘Handelende Tak’, zoals hij zichzelf noemt, deed iets heel eenvoudigs. Hij vergeleek de koersontwikkeling van de zes ETF’s met de prestaties van hun onderliggende waarden. Alle zes doen het iets slechter. Zo bleef de iShares AEX van BlackRock in 2008 0,45 procent achter bij de Amsterdamse beursindex, in 2009 1,19 procent en in 2010 0,67 procent.

Aangenomen dat de ETF’s hun waarden zo nauwkeurig mogelijk volgen, kan daarvoor maar één verklaring zijn: verborgen extra kosten. Tak schat dat de werkelijke kosten van de iShares AEX 0,77 procent zijn – ruimschoots twee keer de geclaimde TER van 0,3 procent. De Lyxor Short AEX ‘doet’ feitelijk 0,91 procent, en de Lyxor Leveraged AEX zelfs 1,47 procent, terwijl beide een TER claimen van 0,4 procent.

In feite zijn ETF’s dus geen trackers, maar trailers – achterblijvers. ,,Ha ha ha!”, lacht Marcel. ,,Die vondst ga je vast voor je column gebruiken!”

Joost Ramaer

    • Joost Ramaer