' ' t Is hier heel in 't wilt

Geschiedenis Het vredige natuurgebied het Zwanenwater heeft een woest verleden, vol bloedige ruzies over konijnen.

Marion de Boo

Het Bokkeneiland, midden in het Zwanenwater, stikt van de vogels. Grauwe ganzen, meeuwen en aalscholvers kibbelen in de motregen om de beste plekjes. “Het zou leuk zijn als er nou eens een zeearend langs kwam”, zegt ecoloog Rolf Roos van stichting Natuurmedia, terwijl hij hoopvol de grijze lucht afspiedt, maar tevergeefs. Dan bukt hij zich maar eens om een molshoop te inspecteren. “Soms halen die mollen in deze zanderige grond eeuwenoude potscherven van vroegere bewoners naar boven.”

Het Zwanenwater ligt tussen Petten en Callantsoog in de Noordkop van Noord-Holland. Bezoekers wanen zich in een ongerept duinlandschap waar de tijd eeuwenlang heeft stil gestaan. Maar dit kalme landschap heeft een woeste geschiedenis, blijkt uit het boek Duinen en mensen: Noordkop en Zwanenwater, dat eerder deze maand onder redactie van Roos verscheen. Dit duingebied is in feite een jong, ingepolderd waddenlandschap. In de late Middeleeuwen werden zand en veen hier weggeslagen door de zee. Eeuwen later werd het landschap met moeite weer stukje bij beetje ingepolderd en bedijkt.

“Tot in de late Middeleeuwen klotste hier de zee”, vertelt Roos. “Er lagen twee grotere waddeneilanden, Huisduinen en Callantsoog, naast vele kleintjes, die door de eeuwen heen in een nieuw landschap van dijken en duinen zijn opgenomen. Bijzonder is ook dat de duinen ten zuiden van Callantsoog, anders dan de meeste Nederlandse duingebieden, nooit zijn ontwaterd voor de drinkwaterwinning. Daarom vind je hier een rijke planten- en dierenwereld. Het is hier nat, er treedt veenvorming op, met bijzondere soorten als veenpluis, moeraskartelblad en moeraswespenorchis. En in het wilgenstruweel zingt de blauwborst.”

Konijnconflicten

In het Zwanenwater broedt ook een lepelaarskolonie, die in de 19de eeuw vogelliefhebbers uit heel Europa trok. Toen was dit natuurgebied nog heel jong. De twee duinmeertjes die zich nu zo stil onder de grauwe hemel spiegelen, zijn op een kaart uit 1722 nog niet eens ingetekend. “Dit zijn de Oostvaardersplassen van de 16de eeuw, zomaar bij toeval ontstaan”, zegt Roos. “Het was te nat voor landbouw; landeigenaren gebruikten het gebied om te jagen. Alles in dit landschap verschuift: het veen, het zand, de zeearmen, dijken en zelfs hele dorpen langs de kust. Door oude kaarten te vergelijken krijg je er een heel andere kijk op.”

Aan het boek Duinen en mensen hebben tientallen experts en liefhebbers meegewerkt. Ze hebben veel oude kaarten en foto’s gebruikt. De kaart uit 1722, die Rolf Roos in het stadsarchief van Haarlem ontdekte, was zoals de meeste kaarten gemaakt om bezitsverhoudingen vast te leggen, inpolderingen aan te geven en conflicten te beslechten – in dit geval na een moord. Een konijnenfokker (‘duinmeier’) had een stroper doodgeslagen na een lange reeks conflicten tussen boeren en duinmeiers.

Het Zwanenwater ontstond na de aanleg van de Zijperzeedijk (1596). De dijkenbouwers lieten de zeewaarts gelegen duinen bewust verstuiven. Ze maakten strand en duin ruw door het zand met paarden te eggen (‘mollen’) zodat de westenwind er meer vat op kreeg. Zo lieten ze de dijken hoger opstuiven, zodat die weer in duinen veranderden. Rond 1680 waren er zoveel duintjes opgestoven dat de Heer van Callantsoog en de Vrouwe van Petten het duin gingen verpachten, aan duinmeiers. Die hielden er intensief konijnen voor vlees en bont.

De pacht leverde de adellijke landheren extra inkomsten op, maar de dijkbeheerders en de boeren in de achterliggende polders vreesden een konijnenplaag. Duinmeiers en boeren gingen regelmatig op de vuist, dijkbeheerders procedeerden tegen de Heren. Dijkbeheerders moedigden de boeren ook aan om in de duinen konijnen te gaan stropen – waarna ze werden aangevallen door de duinmeiers.

Een van die stropers, Bessel Gijsbertsz Vos, werd in 1710 tot bloedens toe geslagen door duinmeier Cornelis Gerritsz, waarna de stroper het leven liet. Elf jaar eerder was de duinmeier door diezelfde stroper al zo afgetuigd dat men hem per viskar naar de lokale chirurgijn moest brengen om opgelapt te worden. In 1697 schrijft de schout aan de Heer van Callantsoog: ‘’t Is hier heel in het wilt, elk regt hem selven; die de sterckste is sal wel haast het beste regt hebben. De duynmaaier Klaas Kat doet self ook regt over de gene, die hem te nae komen in sijn duin, want hij snyt se met het mes in de huyt.’

Drie jaar eerder was diezelfde duinmeier door boeren uit de Zijpe in handen en voeten geschoten omdat door hem uitgezette konijnen de dijk ondergroeven. “Aan deze reeks conflicten, eindigend in de moord, is de landkaart uit 1722 te danken”, concludeert Roos. “En naast de strijd over het landgebruik zie je op die historische kaarten natuurlijk ook de eeuwige strijd tegen het water.”

Voormalige eilanden

Tot het jaar 800 na Chr. vormde de Noord-Hollandse kust een gesloten geheel met het waddeneiland Texel. De kustlijn lag vele kilometers westelijker dan nu, met moerassig veen achter een reeks lage strandwallen. Vanaf de vroege Middeleeuwen werd steeds meer veen ontgonnen, waardoor het achterland daalde. In de twaalfde eeuw sloeg tijdens stormen steeds meer land weg; er ontstond een waddenlandschap. “De voormalige waddeneilanden Huisduinen en Callantsoog zijn nog altijd in het landschap herkenbaar”, zegt Roos. “Hier zijn de duinen ouder. Het zand is door eeuwenlange regenval sterker ontkalkt, en op dit kalkarme zand groeit hei. Aan de westkant van het Zwanenwater, waar overstuiving tot enkele tientallen jaren geleden gewoon was, groeit minder heide.”

Ook Wieringen wordt een eiland. Na 1250 wordt de hele Noordkop stukje bij beetje bedijkt en ingepolderd. Dijkdoorbraken en stormvloeden zetten de klok weer terug. Pas vanaf 1550 wordt het terugveroveren van de Noordkop grootschaliger aangepakt. In de 16de en 17de eeuw worden lange zanddijken aangelegd, ongeveer een kilometer uit de branding. Men laat het landschap met opzet flink stuiven. Dijken raken ondergestoven en veranderen in duinen, terwijl omgekeerd ook weggeslagen duinen veranderen in dijken, zoals de Hondsbossche Zeewering.

Op de kaart uit 1722 zijn met een fijn pennetje de contouren van nieuwe duintjes ingetekend, en erfgrenzen. Er staan ook nieuw aangelegde stuifdijken op de kaart. Je ziet het landschap groeien en het raakt bewoond. De huisjes van de duinmeiers staan op de kaart ingetekend. Maar er staan nog geen meertjes op, overal is nog open afwatering naar zee. In de loop van de 18de eeuw raakt de kustlijn geleidelijk gesloten, al zal de zee nog diverse malen doorbreken. De kwelderachtige strandvlakte raakt afgesnoerd van de zee en vult zich geleidelijk met regenwater. Zo ontstaan de beide meren van het Zwanenwater. Opmerkelijk is dat het hoogste waterpeil van de meren nu twee meter hoger staat dan het strandpeil.

Volgens ecoloog Roos is het Zwanenwater een interessante mix van ecosystemen: duinlandschap met natte duinvalleien en laagveenmoeras. En, zegt hij: “In de duinen ten noorden van Callantsoog zitten nog altijd veel konijnen.”

‘Duinen en mensen: Noordkop en Zwanenwater’. Onder redactie van Rolf Roos, 168 pag, € 34.50 (www.duinenenmensen.nl).