Spullen, spullen, spullen - en het leven zelf

De Rotterdam Designprijs geldt als de belangrijkste op zijn gebied. Vrijdag werden de nominaties bekendgemaakt. Er zitten onverwachte kanshebbers bij. En NRC Handelsblad.

Spullen, spullen, spullen. Wanneer zijn nieuwe producten een teken van vooruitgang, wanneer verraden ze vooral materialisme? Rond de eeuwwisseling stortte die vraag vormgevers als Philippe Starck en Martin Margiela in een existentiële crisis. Zij waren opgegroeid met de naoorlogse opvatting dat modernisme en design bijdroegen aan efficiëntie en welvaart. Het zou ons tijd opleveren zodat we konden gaan genieten van andere mooie dingen in het leven. Maar dat gebeurde niet. In plaats daarvan gingen we meer spullen kopen. De wegwerpmaatschappij was begonnen.

Sommige ontwerpers reageren nu met een pleidooi voor onthaasting. Dimitri Roels ageert met zijn Vlaamsch Broodhuys tegen de snackcultuur. Monique van Heist negeert de seizoensmodes met een tijdloze kledingcollectie. Anderen willen bijdragen aan duurzaamheid met hightechslimmigheden. Neem Mike Thompson. Zijn lamp met algen moet je voeden als een huisdier om de lichtgevende groene massa in leven te houden. Zijn bloedlamp is een glazen peertje met een chemische stof die oplicht na contact met bloed. De bloedbanken bleken niet mee te werken, daarom maakte Thompson er een peertje van dat je kapot moet slaan, om met de scherven je eigen bloed te oogsten. Los van het fysieke ongemak brandt de bloedlamp te kort om de spaarlampen thuis te vervangen, maar het is een begin. Zonder experiment geen vooruitgang. Thompsons uitvindingen zijn mogelijk dankzij Waag Society: een Amsterdamse opensource-instelling die designers vrije toegang geeft tot nieuwe technologie.

Gisteravond werd bekendgemaakt dat Waag Society is genomineerd voor de Rotterdam Designprijs, net als Monique Van Heist en Dimitri Roels. Bij de prijs, die geldt als de belangrijkste op designgebied in Nederland, hoort behalve een bedrag van 15.000 euro, een tentoonstelling in Museum Boijmans Van Beuningen. Eerdere winnaars zijn boekontwerper Joost Grootens voor zijn Atlassen (2009), bureau Thonik voor de huisstijl en campagne van de SP (2007) en Hella Jongerius voor haar bekledingsstof Repeat (2003).

Voor de prijs koos museum Boijmans dit jaar voor een nieuwe selectieprocedure, waarbij vijf scouts elk drie ontwerpers mochten voordragen. Dat leverde een lijst op van vijftien mensen die er vaak zelf nooit aan hadden gedacht om mee te dingen. Jeanne van Heeswijk is bijvoorbeeld voorgedragen voor haar inspanningen in de Rotterdamse Afrikaanderwijk. Daar brengt ze de lokale bevolking samen in een keuken en naaiatelier, om lokale ambachten te stimuleren en de wijk nieuw leven in te blazen. Bij zoiets denk je niet gauw aan een vormgevingsprijs. Maar de scout heeft gelijk: letterlijk betekent vormgeving het geven van vorm aan iets dat anders onzichtbaar blijft. Zoals het leven in de Afrikaanderwijk.

Ontwerpen is zichtbaar maken en samenballen. NRC Media is genomineerd vanwege de vernieuwingen in zijn kranten, zodat complexe informatie inzichtelijk wordt gemaakt. Iets bestaat pas als je het kunt zien. Dat merkte Rietveld Landscape, dat op de Architectuurbiënnale Vacant NL presenteerde. Het was een enorme maquette van leegstaande publieke gebouwen en iedereen schrok. Die ongebruikte weelde, wat zonde. Het kwam zelfs op de politieke agenda. Dat kan design dus ook betekenen.

Voor een museum is zulk antimaterieel idealisme een zegen. Nadat Boijmans halverwege de vorige eeuw had besloten design te verzamelen, nam de massaproductie een vlucht, en dat heeft de depotbeheerder geweten. In depot ligt nu onder meer een enorme collectie pikhouwelen – ook vormgeving. Maar dan moet je behalve pikhouwelen ook ijsklemmen opnemen, en bergschoenen. Juist in sportdesign was in de jaren tachtig veel productinnovatie. Maar waarom wel sportartikelen maar geen bureaustoelen, tafels, telefoons? Kortom, de collectie groeide.

Was de pikhouweel een gevolg van technologische verbetering, nu kan de designer die vóór zijn en bijsturen. Philips werd genomineerd met een LED-lamp. Die is vooral interessant omdat design- en technologische afdelingen intens samenwerkten. Als vormgevers niet de massa-industrie volgen, kunnen ze met techneuten meedenken over welk product wel of niet een goede bijdrage aan het welbevinden van de mensheid is. Waar dat toe kan leiden, is niet alleen te zien bij de Designprijs. Een verdieping hoger heeft Boijmans de expositie Nieuwe Energie ingericht, met de bloedlamp van Thompson, maar ook met een zuinige Porsche, een luchtzuiveringssysteem van hout en een fiets die windenergie verzamelt.

De tentoonstelling ziet eruit als een laboratorium, maar dat betekent nog niet dat technologisch design steriel is. Toen James Auger en Jimmy Loizeau een grafkist ontwierpen die de bio-energie van ontbindende lichamen opslaat in batterijen, vroegen ze aspirant-proefpersonen wat ze met die batterijen zouden doen. De een koos voor een geurdoosje van Ambi Pur, een ander voor de afstandsbediening van de televisie. Een derde koos voor een vibrator. Dan kon hij zelfs postuum nog heel dicht bij zijn geliefde zijn. Zo worden zelfs massaproducten persoonlijk.

Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam: ‘Rotterdam Designprijs’, t/m 12/2; ‘Nieuwe energie in design en kunst’, t/m 26/2. Di-zo 11-17 uur. Inl: www.boijmans.nl