Rauwdouwer die zich verdiept in boeddhisme

Gertjan Verbeek (49) is de succesvolste trainer in Nederland. Hij gaat met AZ aan de leiding in de eredivisie en wordt alom geprezen om zijn vakmanschap. Hij komt soms hard over, maar is vooral een mental coach. Waarom het mis ging bij Feyenoord? „Een mismatch.”

Gertjan Verbeek ergerde zich eens wezenloos aan de houding van Berry Hoogeveen. Hij greep de voetballer naar zijn zeggen „bij kop en kont” en smeet hem uit de kleedkamer van Heracles. De spelersgroep had weinig begrip voor zijn optreden en vroeg de beginnende hoofdtrainer zoiets niet meer te doen. Nu is Verbeek kalmer. Hij windt zich nog twee keer per jaar hevig op in de kleedkamer, maar daar blijft het bij.

Niet dat het dit seizoen nodig is bij AZ, koploper in de eredivisie. Verbeek is boegbeeld van de club, een trainer met het imago van een rauwdouwer, een hork met Spartaanse trainingsmethoden. Maar wie een conservatieve oefenmeester veronderstelt, heeft het mis. Een rondgang langs vrienden en kennissen leert dat Verbeek zich de afgelopen jaren heeft verdiept in onder meer boeddhisme, werking van de ogen, ‘breinkunde’ en mental coaching.

De mens Verbeek leent zich voor een biografie, vindt schrijver Kees ’t Hart, vriend van de trainer. „We hebben het er wel eens gekscherend over gehad. En ik sluit ook niet uit dat dat er van komt. Hij is er in ieder geval interessant genoeg voor”, zegt ’t Hart.

’t Hart leerde Verbeek kennen toen hij voor zijn boek Het mooiste leven... een seizoen SC Heerenveen volgde. Hij heeft altijd contact gehouden met de toenmalig assistent-trainer de Friese club. ’t Hart noemt Verbeek selfmade. „Ik ken hem helemaal niet als een nukkige man, integendeel. Je kan heel goed met hem over van alles ouwehoeren. Hij is behoorlijk geschoold en denkt na over het leven. Dat gaat verder dan voetbal.”

Verbeek stuitte bij Feyenoord in het seizoen 2008-2009 op een spelersgroep die hem tegenwerkte. Zijn methoden waren te vooruitstrevend voor de ervaren spelers, wat binnen een half jaar leidde tot zijn vertrek. „Feyenoord en Gertjan bleken een mismatch, hoe goed zijn opvattingen en karakter ook bij de club passen”, zegt Dick van Well, president-commissaris Feyenoord. „Ik heb hem leren kennen als iemand die honderd procent leeft voor zijn vak.”

Van Well prijst de door de Feyenoorders verafschuwde krachttraining in een door Verbeek zelf verbouwde ruimte. „Hij kreeg geblesseerde spelers snel weer fit en wist de jongeren te overtuigen van het belang van fysieke sterkte in het voetbal. Zijn aanpak bleek helaas vooral te werken bij een leergierige selectie. Ik vind het nog steeds ontzettend jammer dat ze geen vertrouwen meer in hem hadden. Met de jonge spelers van nu was het misschien anders gelopen.”

Toon Gerbrands, algemeen directeur van AZ, wijst erop dat Verbeek meer propageert dan arbeid in het krachthonk. „Iedereen krijgt een stempel opgeplakt, maar daarmee doe je hem tekort. Als je zijn ploegen ziet spelen, die zitten altijd aanvallend en strategisch goed in elkaar.”

Gerbrands ziet dat zijn trainer continu op zoek is naar kennis. „Als je bijna vijftig bent, ga je jezelf als trainer niet nog eens opnieuw uitvinden. Maar hij is wel constant op zoek naar die één of twee procent die hem beter maken. En in topsport maken die percentages het verschil.”

Als voorbeeld noemt Gerbrands de cursus die hij met Verbeek volgde bij Universiteit Nyenrode. „Zes colleges van zes hoogleraren over de werking van de hersenen. Daar zit je met zeventig mensen in zo’n collegezaal en dan is hij degene die de hele tijd vragen stelt. En als het antwoord hem niet aanstaat, vraagt hij steeds door.”

Verbeek investeert zelfs uit eigen zak als de club niet gelooft in zijn plannen. Zo nam hij tien jaar geleden bij zijn aantreden bij Heracles op eigen kosten sportpsycholoog Paul van Zwam mee van SC Heerenveen. „Gertjan loopt echt voor de troepen uit. Ver voordat dat normaal werd, of zelfs modieus, had hij al aandacht voor het mentale aspect van topsport”, zegt Van Zwam.

Verbeek heeft veel aandacht voor de zachte kant van topsport, maar zijn verpakking is vaak ruw. Hij is soms ronduit bars en ontziet zijn collega’s niet. Vraag maar aan Harm van Veldhoven, de trainer van Roda JC. Verbeek noemde hem na een persconferentie ooit openlijk een „vervelende kerel”. Excuses wilde Verbeek niet maken, dus stapte hij uit de vereniging Coaches Betaald Voetbal.

Ook verslaggevers krijgen wel eens te maken met een bokkige Verbeek, oordelend over „domme vragen” en weigerend antwoord te geven. „Gertjan is een beetje wantrouwend als het om sportjournalistiek gaat”, zegt ’t Hart. „Ik begrijp dat wel. Steeds wordt weer datzelfde beeld bevestigd. Van een sterke kerel, een macho. En vaak in een ongunstig opzicht. Hij heeft gewoon geen zin om te praten met mensen die niet veel verstand hebben van zijn vak.”

Maar wie naar zijn enerverende verleden vraagt, krijgt Verbeek op de praatstoel. De geboren Deventenaar, opgegroeid in Enschede, heeft een bijzondere levenswandel. Van leren moest hij weinig hebben in zijn jeugd. Hij koos voetbal en boksen en mocht zich op een bepaald moment kampioen van Twente noemen in de klasse halfzwaargewicht.

Of hij vertelt hoe hij in Enschede twee jaar lang niet veilig was na een ruzie met Turkse jongeren van een andere boksschool. Of hoe hij tijdens de strenge winter van 1985, toen hij als voetballer onder contract stond bij SC Heerenveen, weer zijn bokshandschoenen aantrok omdat er even weinig gevoetbald werd.

Dat was de tijd dat Riemer van der Velde, oud-voorzitter van SC Heerenveen, hem leerde kennen. „Gertjan was stijf links”, herinnert hij zich. „De trainer wees hem een transformatorhuisje bij het veld, en zei dat hij eerst maar eens met zijn rechterbeen tegen de muur moest schieten. Daar kon hij zich helemaal op focussen. Hij heeft een fanatiek karakter, we zetten hem wel eens in de spits om de boel te slopen.”

Van der Velde zag meteen een trainer in Verbeek. „Hij verdiepte zich in meerdere sporten en stak zijn mening niet onder stoelen of banken. Wie denkt dat het anders moet, heeft sterke argumenten nodig. Misschien moet hij wat flexibeler zijn. Maar als Gertjan zich anders opstelt, is hij zichzelf niet meer. Hij is ook een trouwe vent en komt zeker nog eens terug bij Heerenveen, met veel meer levenservaring, kennis en kunde. Dat heb ik hem ook geadviseerd.”

Verbeek combineerde profvoetbal met een boksschool en behaalde tegelijkertijd de derde dan in het keuzevak judo. Hij woonde toen in op de woonboerderij van zijn judoleraar op het CIOS, Leo de Vries. De oud-bondscoach is zeer gecharmeerd van zijn voormalige pupil, „met zijn herkenbare markante kop en grote luizenbos haar”.

Met een kerel als Verbeek win je de oorlog, stelt De Vries. „Hij was echt niet altijd even makkelijk, maar ik kan met hem lezen en schrijven. Ja is ja en nee is nee. Hij is heel loyaal, ook naar zijn oude meester. Hij stond als eerste aan mijn bed toen ik een herseninfarct had gehad.”

De Vries kan zich voorstellen dat spelers hun trainer als intimiderend ervaren. „Hij kijkt niet altijd even vriendelijk uit zijn ogen. Is kort voor de kop, weinig diplomatiek, maar dat stugge valt reuze mee. Hij vindt gewoon dat jongens die veel verdienen ook best hard mogen werken.”

Verbeek lijkt niet snel fouten te accepteren, zeker niet van scheidsrechters. „Hij wil presteren en winnen”, zegt Gerbrands. „Je gevoel bij een verkeerde beslissing is dat je onrecht wordt aangedaan. Dat hij daar zo vaak mee onder de aandacht komt, daar is hij zelf voor verantwoordelijk. Daar praten we bij AZ niet met hem over. Maar als een scheidsrechter zijn fout erkent, accepteert Gertjan dat binnen twee seconden.”