Paul en ik

Nooit heeft een schaker zijn loopbaan uitvoeriger en minutieuzer beschreven dan Paul van der Sterren in zijn monumentale boek Zwart op wit Verslag van een schakersleven. Het heeft bijna 500 dichtbeschreven grote bladzijden; in een meer gangbaar formaat hadden het er duizend kunnen zijn.

Van der Sterren, geboren in Venlo in 1956, begint het boek met zijn wedstrijden als jongmaatje in Limburg, waar hij al gauw geen tegenstand meer had. Zijn grootste succes kwam in 1993, toen hij zich plaatste voor de kandidatenmatches, iets dat in Nederland verder alleen aan Euwe en Timman was voorbehouden. In 2001 kreeg hij genoeg van het schaken. Hij bleef nog een tijdje voor zijn club spelen, maar dat was ook snel afgelopen. Vanaf vorig jaar heeft hij weer voorzichtig een teen in het water gestoken, maar anders dan vroeger. Voor de aardigheid, zonder hemelbestormende ambitie.

Het boek is geschreven met een openhartigheid die me soms schokte, en me deed beseffen dat hij een ander mens was dan ik tientallen jaren had gedacht. Als ik mijn database mag geloven – waarschijnlijk niet – speelden we voor het eerst tegen elkaar in het kampioenschap van Nederland in 1975. Tot dit boek verscheen zag ik hem als een kalme, vriendelijke man die de heftige emoties van andere schakers met een glimlach bezag. Van de baaierd van hartstochten die hem verscheurden in een afwisseling van hemelhoog juichen en dodelijke droefenis, had ik geen benul. En ook niet van zijn fanatieke ambitie. Natuurlijk, we waren allemaal ambitieus, maar zoals Paul het van zichzelf beschrijft, dat gaat wel ver.

In 1983 bereidt hij zich voor op een partij voor zijn club tegen Viktor Kortchnoi. Hij onderzoekt thuis een openingsvariant en heeft aan de andere kant van zijn schaakbord een foto van Kortchnoi gezet, wat bijna aan voodoo doet denken. Zoiets deed zelfs Botwinnik niet.

In 1984 speelden Paul en ik in het Ohratoernooi in Amsterdam een partij die werd afgebroken in een stelling die remise had moeten worden. Paul speelde ten onrechte op winst, maakte een blunder en verloor. Hij schrijft dat hij in de hel was gekomen en dat het de enige keer was dat hij huilde na een partij. Niet waar ik bij was, overigens.

Maar zijn wraak was zoet. Kort daarna speelden we weer. Hij schrijft: „Iets van de haat die je tegen jezelf koestert, richt je op HEM, hoe onredelijk dat ook is. Tijdens het Nederlands kampioenschap, amper een een paar weken later, lag die haat nog vers in mijn gemoed.”

Paul won die partij makkelijk en schrijft: „Misschien heeft Hans iets gevoeld van de agressie, van de vijandelijkheid zelfs, die ik moet hebben uitgestraald.” In alle eerlijkheid, ik had geen idee.

Tegen het eind van het boek krijg je de indruk dat Van der Sterren zelf verwonderd terugkijkt op de extreme stormen in zijn ziel, maar met behulp van dagboeken en oude aantekeningen heeft hij ze met grote eerlijkheid beschreven zoals hij ze toen beleefde, en niet met wat hij nu ‘de vrede van het oudemannenhuis’ noemt.

Toen hij de volgende partij gewonnen had, schreef hij in zijn dagboek over mij: „De spanning moet hem teveel zijn geworden of anders een overmatige oppervlakkigheid.” Oppervlakkigheid OK, stompzinnigheid desnoods, maar spanning die me teveel werd, in dat vakantietoernooitje in Oostende? We leefden in andere werelden.

Hans Ree - Paul van der Sterren, Oostende Open 1989

1. g3 d5 2. Lg2 Pf6 3. Pf3 g6 4. b3 Lg7 5. Lb2 c5 6. c4 d4 7. b4 0-0 8. 0-0 Pfd7 9. d3 e5 10. a3 Een oppervlakkige zet. Het was nog niet nodig om veld a3 aan de stukken te ontnemen. 10...a5 11. b5 Te8 12. Dc2 f5 Scherp en ambitieus, maar hij heeft nog een paar slapende stukken. 13. Pbd2 Pf6 14. Tae1 Pbd7 14...e4 zou eigenlijk de consequentie van zijn opbouw zijn, maar zwart is er nog niet klaar voor. 15. e3 h6 16. exd4 exd4 17. Txe8+ Pxe8 18. Te1 Wit zou prachtig staan als hij ook nog zijn Lb2 en Pd2 goed in het spel kan brengen, maar dat valt niet mee. 18...Pd6 Dit geeft wit de gelegenheid tot een gewelddadige oplossing. 19. Pxd4 cxd4 20. c5 Pxb5 Wat had ik eigenlijk na 20...Pf7 willen doen? Waarschijnlijk 21. c6 bxc6 22. bxc6 Pb6 23. c7, maar duidelijk is dat niet. Een andere mogelijkheid is 21. Pb3 gevolgd door 22. Dc4 met geweldige compensatie voor het geofferde stuk. 21. Dc4+ Kh7

Zie diagram links.

22. Dxb5 Wit heeft groot voordeel. 22...Pe5 Meteen nadat hij dit had gedaan, zag Paul dat wit kan winnen met 23. Txe5 Lxe5 24. c6. Na 24...Lc7, wat hij als de beste kans voor zwart aangeeft, is 25. Dc4 de simpelste weg naar winnend voordeel. 23. f4 Ik zag het niet. 23...Ld7 24. Dxb7 Voort op weg naar de afgrond. Na 24. Db3 a4 25. Dc2 Pc6 26. Pc4 zou wit nog een tikje beter staan. 24...Tb8 25. Dd5 Hier dacht ik misschien nog dat zwart op moest geven na 25...Txb2 26. fxe5. 25...Pxd3 Wreed ontwaken. Het is wit die op kan geven. 26. Tb1 De7 27. Lxd4 Txb1+ 28. Pxb1 Lc6 29. Dc4 De1+ 30. Lf1 De4 Wit gaf op.