Onzin over strafregels

Orde is het probleem van slechte leraren

Het grote probleem van scholen is orde, beweert leraar Ton de Kok in Opinie & Debat van 19 november. Hij ergert zich aan het slechte gedrag van de leerlingen in zijn les en is bekeerd tot de strafregel op maat. In zijn betoog geneert hij zich niet om de woorden „iedereen lult erdoorheen” gebruiken om aan te tonen dat onze jeugd straffen verdient die „sporen in de grijze cellen” achterlaten.

Ton de Kok is zij-instromer. Ik vrees dat hij van het type is dat bij zijn loopbaanswitch de aanbevolen colleges didactiek wegwuifde met de verzuchting dat didactiek hem alleen maar zou storen bij het vertonen van wat hij zelf aanduidt als „zijn kunstje”.

Orde is niet het grote probleem van scholen. Het is het probleem van slechte leraren. De grote meerderheid van de leerlingen respecteert zijn leraren. Goede leraren hebben zelden ordeproblemen. Goede leraren vertonen geen kunstjes voor een geeuwend en etend publiek. Wel hebben ze een koffer vol trucs om hun leerlingen uit te dagen tot leren. Laat De Kok zijn persoonlijke ervaringen niet tot een landelijk probleem maken. Dat is het niet. Laat hij de nascholing ‘Doceren is meer dan oreren’ bezoeken. Ik denk dat hij dan nog eens tien jaar wil toevoegen aan zijn mooie vak. De leerlingen willen wel leren. Meer dan je denkt is het de leraar voor wie ze het doen – of niet dus.

Marijn Backer

Oud-columnist NRC Handelsblad en leraar op de Werkplaats Kindergemeenschap in Bilthoven

Passie is onontbeerlijk

De bijdrage van leraar Ton de Kok over orde in de klas is verbijsterend. Het probleem is in zijn ogen opgelost met het x-maal oppennen van op de overtreding gerichte strafregels. Hij wekt de schijn hiermee een klas onder controle te krijgen en te houden. Ik geloof hem geenszins.

Het is de leraar die door zijn gedrag een klas tot het gewenste gedrag dient te brengen. Hiervoor zijn drie basisregels: vakkennis, structuur en passie. Ten eerste moet de leraar goed op de hoogte zijn van zijn vak en met de daarmee verwante vragen uit de voeten kunnen tegenover zijn leerlingen. Vervolgens moet hij de leerling met zijn puberende brein ter wille zijn door de leerstof goed te structureren en in hapklare leerbrokken op te dienen. Ten slotte – maar zeker niet het minst belangrijk – is passie voor het vak en de leerling nodig. Een leraar die de schijn wekt dat kind noch leerstof hem ook maar iets interesseert, zal nooit gemotiveerde leerlingen krijgen die bereid zijn zich voor zijn vak in te spannen, in en buiten de lessen.

Anneke de Vries

Leraar klassieke talen en Frans aan de Lindenborg in Leek, 32 dienstjaren