Noodgedwongen les via het internet

Steeds meer scholen voor voortgezet speciaal onderwijs werken samen met een school voor kinderen van expats. De reden? Op speciale scholen kunnen slimme scholieren geen havo en vwo doen.

Hallo, ik ben Jonah Snoei, vijftien jaar. Leuk dat jullie mij willen helpen met de lessen. Ik ga het nu al leuk vinden. Ik ben zelf heel goed met computers.” Zo stelde Jonah Snoei uit havo 3 van De Piloot in Rotterdam zich voor aan zijn docenten. Per mail, want hij ziet zijn docenten nooit. Jonah krijgt onderwijs van de Wereldschool en dat gaat via internet.

Omdat voor vierentwintig autistische leerlingen geen middelbare school gevonden kon worden, begon de speciale basisschool De Piloot er drie jaar geleden zelf een. Vorig jaar bleken drie leerlingen te slim voor het vmbo. Ze hoorden thuis op havo of vwo. Maar die schooltypen waren er niet op De Piloot, net zo min als op de meeste andere middelbare scholen voor speciaal onderwijs. En de gewone scholen hielden hun deuren gesloten.

Om de leerlingen toch onderwijs te kunnen geven op hun niveau, schakelde De Piloot de Wereldschool in, een commercieel instituut voor afstandsonderwijs. Inmiddels krijgen eenenveertig leerlingen van De Piloot les op havo/vwo-niveau via de Wereldschool. Steeds meer scholen voor voortgezet speciaal onderwijs nemen hun toevlucht tot de Wereldschool, van één school in 2007, tot negen nu. Tot voor kort gaf dit in 1948 opgerichte instituut alleen onderwijs aan Nederlandse kinderen in het buitenland.

De ‘Wereldschoolconstructie’ is in 2007 bedacht op een vmbo-school voor speciaal onderwijs in Lelystad. Drie autistische leerlingen haalden hier de ene tien na de andere. Dat ging verkeerd. De leerlingen verveelden zich en werden baldadig. Eén leerling kwam thuis te zitten.

Besloten werd tot een proef met havo/vwo-onderwijs via de in Lelystad gevestigde Wereldschool. Als het lukt met kinderen van circusartiesten, wereldreizigers, ontwikkelingswerkers, zendelingen of medewerkers van internationale bedrijven, waarom dan niet met kinderen om de hoek, zo was de gedachte. De proef leidde tot de oprichting van een nieuwe school waar alle leerlingen op afstand havo of vwo kunnen doen, het Aurumcollege. Op dit moment zitten op deze school 132 leerlingen die, zoals alle leerlingen van de Wereldschool, aan het einde van de rit staatsexamen doen om een diploma te halen.

In de zonovergoten havoklas van De Piloot in Rotterdam zitten acht leerlingen deze ochtend rustig te werken. Tussen schotten, want vanwege hun autisme zijn ze snel afgeleid. In een stalen kast staan klappers van de Wereldschool, voor elk vak één. Voor de klas staat geen docent, maar een mentor. Zijn taak is het wegwijs maken van de leerlingen in het materiaal van de Wereldschool. En het helpen met plannen.

Dat is hard nodig, want afstandsonderwijs vereist meer zelfstandigheid dan de meeste leerlingen in huis hebben. Huiswerk en toetsen moeten ze zelf op tijd naar de docenten sturen. En snel een vraag stellen is er niet bij. Dat moet per mail en daar krijgen ze, als ze pech hebben, pas vierentwintig uur later antwoord op.

Alle ‘Wereldschoolleerlingen’ van De Piloot hebben een eigen computer waarmee ze in verbinding staan met hun docenten. „Die van Engels woont in Frankrijk”, weet Jonah Snoei. „Dat heeft ze geschreven in haar kennismakingsmail.” Snoei, een groot liefhebber, is tevreden over de computers in klas. „Ze zijn best snel. Behalve toen door het intensieve contact met de Wereldschool een keer de hele server eruit lag.”

De Wereldschool ziet een ‘groeimarkt’ in de nieuwe doelgroep: inmiddels is eenderde van de in totaal 1.200 Wereldscholieren autistisch. Ze wonen gewoon in Nederland, maar er is voor hen geen geschikte school. Een nieuwe BV is opgericht, ivio@school, die zich onder leiding van Sjoerd Veltman gaat specialiseren in autistische leerlingen met een normale tot hoge intelligentie. Sjoerd Veltman: „Omdat er zoveel slimme autistische leerlingen in Nederland zijn die nu op een te laag niveau onderwijs krijgen.”

Veltman wijst de docenten regelmatig op de mogelijke valkuilen voor autistische leerlingen. „Als je ze een vraag wilt laten vertalen, geven ze vaak het antwoord.” En spreekopdrachten kunnen soms beter anders worden geformuleerd. Zoals die voor Engels, waarbij de leerling zich moet inbeelden dat hij John heet, in Londen woont en aan een toerist gaat vertellen wat daar de bekendste gebouwen zijn. Veltman: „Autistische leerlingen hebben er grote moeite mee om een toneelstukje op te voeren. Voor hen luidt de opdracht: noem de belangrijkste gebouwen in Londen.”