'Man van Robert M. heeft persoonlijkheidsstoornis'

Richard van O., medeverdachte in de zedenzaak tegen zijn echtgenoot Robert M., heeft vermoedelijk net als M. een persoonlijkheidsstoornis. Dat heeft het Pieter Baan Centrum geconcludeerd nadat Van O. zeven weken in de psychiatrische kliniek was geobserveerd.

Gisteren werd het verloop van de Amsterdamse zedenzaak besproken in een regiezitting in de Amsterdamse rechtbank. Daar bleek dat Van O. volgens het Pieter Baan Centrum „een pedoseksuele gerichtheid” heeft en een zogenoemde autismespectrumstoornis. Hij is volgens de kliniek „enigszins verminderd toerekeningsvatbaar” voor het misbruik van een 15-jarige jongen, waarvan hij wordt verdacht. Het Openbaar Ministerie verdenkt Van O. ook van het medeplegen van het misbruik van heel jonge kinderen door zijn echtgenoot. Hij zou dit willens en wetens hebben gefaciliteerd.

Het Pieter Baan Centrum adviseert niet om Van O. tbs op te leggen. Hij zou wel behandeld moeten worden, maar hoeft daarbij niet opgesloten te zijn. Voor Robert M. wordt wel tbs geadviseerd geadviseerd, vanwege zijn pedofilie, hyperseksualiteit en een hoge kans op herhaling.

M. wordt vervolgd voor misbruik van 67 kinderen, op kinderdagverblijven en als oppas. Als Van O. medeplichtig wordt bevonden aan dat misbruik, kan hij net zo zwaar bestraft worden als de hoofddader.

Richard van O. las gisteren een verklaring voor waarin hij zei „geestelijk helemaal op” te zijn. Hij vertelde dat hij in het huis van bewaring „directe doodsbedreigingen” krijgt. Volgens zijn advocaat durft hij geen afschriften van zijn strafdossier te ontvangen omdat hij bang is dat anderen dat zullen inzien met nog meer bedreigingen voor hem als gevolg.

De zaak tegen M. en Van O. zal waarschijnlijk in maart voor de rechter komen. De rechter besluit volgende maand of een deel van de zaak achter gesloten deuren wordt behandeld. Dan wordt ook duidelijk of de rechtbank ouders van slachtoffers in de gelegenheid zal stellen het woord te voeren namens hun kinderen.