Levendig machientje

Een Lancia met een tweecilinder motor, dat is lang geleden. De Ypsilon heeft er weer een, maar past dit levendige machientje wel bij het merkimago?

fotografie: Lars van den Brink onderwerp: Lancia Ypsilon Twin air gefotografeerd bij Auto Halan. Op de foto links verkoper Jonnie Ploeg. In de auto eigenaar directeur Benjamin Haaker

Bij de prestigieuze ‘Engine of the Year’-prijs stel je je al gauw motoren met fikse cilinderinhoud voor. Een 2,5 liter V6 of een gretig toeren draaiende 2.0 twintigklepper. In elk geval geen motor met een inhoud van minder dan een pak melk. Toch slaagde Fiat erin de Engine of the Year Award te winnen met een 0,9 liter tweecilinder. Die motor zat ook onder de kap van de Lancia Ypsilon en hoewel ik er kort na de start de nodige scepsis bij had, groeide met het toenemen van het aantal kilometers de waardering.

Wie voor het eerst het contactsleuteltje omdraait, wordt geconfronteerd met het typisch ratelende geluid tweecilinders eigen. Ik had aanvankelijk het idee met een watergekoelde Eend te maken te hebben, maar al na een paar bochten begin je te begrijpen waarom deze tweepitter het tot Motor van het Jaar heeft geschopt. Hij moet een beetje op toeren worden gehouden, onder de 2.000 toeren doet de turbo niet mee, maar daarboven gaat de auto er vandoor als een motorfiets. Mét bijbehorend geluid. De sprintcijfers zijn goed beschouwd niet eens zó spectaculair (de 100 km/h wordt in krap twaalf seconden bereikt) maar het gevóel van hard gaan is er wel. En dat is, zeker in het met flitskasten overladen Nederland, vaak meer waard dan indrukwekkende, echte sprintprestaties.

De koppeling van de Ypsilon grijpt wat abrupt aan; vooral bij wegrijden in de eerste versnelling is het lastig om dat niet met hoorbaar te veel gas te doen. En à propos wegrijden is bij vrijwel elk verkeerslicht extra lastig, omdat de Start & Stop-automaat (die nodig is om de Yp aan zijn gunstige verbruikswaarden te helpen) nogal eens een eigen leven leidt. Verrassend is het gedrag op de snelweg; je verwacht niet dat een 0.9-motortje snelheden boven het landelijk maximum haalt en volhoudt, maar de Ypsilon heeft geen enkele moeite met kruissnelheden van 130 km/h.

De rijsnelheid is voor alle inzittenden waarneembaar, want het klokkencluster is centraal op het dashboard aangebracht. Dat is even wennen voor de bestuurder, want als die door het stuur heen kijkt, ziet hij louter donker kunststof. Of leer, want zoals het een Lancia betaamt kan ook de Ypsilon chic worden aangekleed. Het dashboard is compleet, er is gebruik gemaakt van mooie materialen en daarom is het des te vreemder dat het optionele (Tom Tom) navigatiesysteem ergens op een klemmetje links onder bij de voorruit is aangebracht. Daar zijn mooiere oplossingen voor.

Vrijwel onzichtbaar

De stoelen zitten prima en hebben een geïntegreerde hoofdsteun. Dat is lastig bij rechtsaf slaan in stadsverkeer, want dan belemmert de rechter voorstoel het zicht naar achter en opzij. Vervelend is ook dat ik om de haverklap mijn knie stootte tegen de middenconsole. Achterin is het een beetje behelpen met de beenruimte, maar daar staat tegenover dat de achterpassagiers ieder hun eigen deur hebben. Dat zou je niet zeggen, maar elke Ypsilon heeft vijf deuren. De auto ziet eruit als een driedeurs, maar schijn bedriegt: de achterste portiergrepen zijn vrijwel onzichtbaar opgenomen in de ruitomlijsting. Een bijzonder stylingstaaltje, dat je inderdaad alleen in een Italiaanse auto kunt verwachten.

Tot slot toch nog even terug naar de motor. Die roffelende tweecilinder presteert prima, maar ik betwijfel of Lancia-rijders en, zij vooral, -rijdsters wel op zo’n levendig machientje zitten te wachten. In een Fiat Cinquecento is zo’n motor toch meer op z’n plaats. Het is net of Lancia dat zelf ook aanvoelde, want de Ypsilon is er sinds kort ook met een rustiger lopende, viercilinder motor van 1,2 liter. Die levert met 69 pk iets minder vermogen, maar dat zal de sowieso wat kalmer rijdende doelgroep weinig kunnen schelen. En met die twee cilinders meer kost de Ypsilon ook nog duizend euro minder. Dat het brandstoflabel naar B terugvalt en de eventuele fiscale bijtelling van 14 naar 20 procent stijgt, is minder van belang. Ik zou de voorkeur geven aan een Yp met vier cilinders.

    • Guus Peters