Kleine belegger, wat nu?

De eurocrisis is een beleggersdilemma. Aandelen en obligaties renderen even slecht. Sparen levert evenmin veel op. Wat is wijsheid? „Politieke sentimenten drijven nu de markt. Dan kun je er beter wegblijven.” Plus: vijf ontsnappingsroutes uit de eurojungle.

Peter – hij wil niet met zijn echte naam in de krant – is een particuliere belegger bij Van Lanschot die het een beetje gehad heeft met de banken. „Al in april van dit jaar wilde ik alles verkopen en de opbrengst op een spaarrekening zetten”, vertelt hij. „Toen heb ik me nog laten ompraten.” Hij bleef voor een deel belegd. Een paar weken terug heeft hij zijn laatste effecten verkocht. „Banken doen daar altijd moeilijk over. Als de klant ophoudt met handelen, lopen ze hun provisies mis.” Hij laat de ‘macro-updates’ zien, de marktvisies die Van Lanschot haar klanten regelmatig toestuurt. „No all clear yet, but things are getting better”, heette het nog in oktober. „Er ontbreekt één woord in dat stuk”, zegt Peter sarcastisch. „Griekenland.” In de update van november staat onder meer: „Het sentiment in financiële markten is in de paniekzone beland. Dit signaal staat op groen.” Wat moet hij met zulke adviezen?

Floris Deckers, eerste man bij Van Lanschot, dient zijn kritische klant graag hoogstpersoonlijk van repliek (zie ook het kader). „Sinds vier jaar geven wij de fees die wij ontvangen voor de verkoop van beleggingsproducten door aan de klant”, zegt Deckers. „Wij zijn nog steeds de enige Nederlandse bank die dat doet. Daarmee laten wij zien dat het voor ons niet uitmaakt waarin hij belegt. Het gaat ons om de klant, niet om onze eigen producten te pushen.” Eigen producten maken bij Van Lanschot 10 tot 15 procent uit van de gemiddelde beleggingsportefeuille. „Bij geen enkele andere bank ligt dat zo laag. Wij steken het geld van klanten alleen in eigen producten als die in hun categorie het beste presteren.”

De kritiek van Peter en de reactie van zijn bank kunnen model staan voor de talloze discussies die beleggers en hun adviseurs momenteel moeten voeren. Het zijn moeilijke tijden. Vroeger switchte je van aandelen naar obligaties, als je een dip in de markt verwachtte. Of je anticipeerde op een beursrally door juist flink in aandelen te gaan. Nu renderen beide categorieën slecht. Sparen biedt evenmin soelaas, gezien de lage rente. Wat is dan wijsheid? De marktvisies van banken en onafhankelijke vermogensbeheerders, die beleggen voor rijke klanten, lopen behoorlijk uiteen.

Ben Steinebach is verantwoordelijk voor het beleggingsbeleid bij ABN Amro Nederland, met afstand de grootste bank voor particuliere beleggers die ongeveer de helft van die markt bedient. „Sinds enkele weken investeren wij veel meer in cash”, ondanks de lage spaarrente, vertelt Steinebach. „Normaal maakt spaargeld 10 procent uit van het Balanced Profile, ons meest populaire beleggingsprofiel dat het midden houdt tussen risico en rendement. Nu is dat 30 procent.”

Dit beleid geldt voor de beheerklanten, voor wie ABN Amro naar eigen inzicht belegt, afhankelijk van hun beleggingsdoel: van ‘zeer defensief’ (vermogensbehoud) tot ‘zeer offensief’ (een hoog risico, maar ook een hoger potentieel rendement). De adviesklanten, die hun eigen keuzes maken, krijgen eveneens de raad fors hogere percentages van hun portefeuille te sparen.

Tot voor kort was de bank veel positiever over aandelen en obligaties. Steinebach: „Vooral bedrijven hebben goed gereageerd op de kredietcrisis. Door flink te saneren en te reserveren hebben zij vet op de botten gekweekt.” Dat vet zit er nog steeds. „Toch is er nog eens een kwart tot 30 procent van hun beurskoersen afgegaan. De omslag kwam toen de Griekse premier Papandreou een referendum wilde houden. De huidige markt wordt sterk gedreven door politieke sentimenten. Dan kun je er als belegger beter wegblijven.”

Ook ING Bank adviseert zijn klanten minder in aandelen te doen. Maar spaargeld is geen alternatief. „Wij prefereren een mix van staatsobligaties van de ‘harde’ eurolanden en van opkomende economieën met obligaties van solide bedrijven. Daarmee kun je meer verdienen.” ING Bank ziet geen uitstroom naar cash. „Het totale spaarvolume in Nederland neemt nauwelijks toe. Onze klanten spreiden wel meer, en kiezen daarbij eerder voor obligatie- dan voor aandelenfondsen.”

Van de grootbanken is de Rabobank het meest positief gestemd. „Wij adviseren onze klanten al sinds 10 augustus om juist niet liquide te gaan, maar wat meer te beleggen in aandelen”, zegt chief investment officer Han Dieperink. „Het rendement op aandelen die dividend geven, ligt nu drie tot vier keer zo hoog als de opbrengst van staatsobligaties. Op obligaties lijd je ook nog eens koersverlies als de rente gaat stijgen. En die kan alleen nog maar omhoog.”

Het meest optimistisch is Fried van ’t Hof van Hof Hoorneman, dat 1,6 miljard euro van vermogende klanten beheert. „De koers/winstverhoudingen van aandelen schommelen nu tussen 8 en 9”, zegt hij. „Historisch liggen ze in Europa op 14 à 15, en in de VS nog hoger.” Blijf zitten waar je zit, adviseert Van ’t Hof zijn klanten vooral. „Eens komt die onderwaardering eruit.” Achter de druk op de beurskoersen vermoedt hij de pensioenfondsen. „Die moeten aandelen verkopen van hun toezichthouders. Er staat enorm veel geld langs de zijlijn te wachten op weifelende politici.”

Peter wacht niet langer. Hij gaat downsizen. Zijn huis staat te koop. Een groot huis in een mooi landelijk dorp. Het zal wel niet voor de vraagprijs weggaan, maar dat geeft niet: hij heeft een lage hypotheek. „We zoeken een leuk appartement in Amsterdam.”