Intussen in Den Haag

Deze rubriek beschrijft elke zaterdag de achterkant van het politieke bedrijf. Deze week: de supersnelle ministerraad

Vergadertechnieken

De wekelijkse vergadering van ministers is geheim. Toch is er inmiddels zekere kennis op één punt: premier Mark Rutte (VVD) volgt een andere vergadertechniek en -tactiek dan Joop den Uyl (PvdA). De ministerraad begint ’s morgens, rond tien uur. Onder Rutte zit het er een paar uur later alweer op.

Historisch gezien is het een ongekend korte raad. Premier Piet de Jong (KVP) werd ooit geprezen omdat hij de ministers al voor het avondeten naar huis stuurde. Onder Den Uyl duurde de raad regelmatig tot een uur of vier in de morgen. De drank kwam al tijdens de lunch op tafel, vertelde de toenmalige minister van Justitie Dries van Agt onlangs. Van Agt: „Den Uyl traineerde de zaak om zijn wil door te drukken.” Dat werkte. „Op het slot van de avond stelde iemand dan voor: Den Uyl, doe maar een voorstel. Maakt niet uit welke, wij vinden het goed. Wij willen naar huis.’”

Een kabinet later ging dat anders. Om ’s avonds scherp te zijn, meende Van Agt, moest hij ’s morgens niet te vroeg opstaan. Toenmalig vicepremier Hans Wiegel (VVD) vertelt de anekdote nog geregeld. Hij was de vergadering al begonnen wanneer ze rond elf uur „gerommel boven” hoorden. „Ha, de premier komt uit zijn bed.”

Wie zal het zeggen?

Hoe kan het dat deze ministersploeg iedere week zo weinig tijd nodig heeft? Ze staan voor de uitvoering van toch niet geringe bezuinigingen? Zijn hun maatregelen geen goed gesprek waard?

Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD), volgens zijn eigen ambtenaren een man met een „goed ontwikkeld onderbuikje”, weet het wel. Opstelten, in het hem typerende lage timbre: „Wij zijn een buitengewone eenheid. Dan kun je snel besluiten.”

Maar van die eenheid blijft weinig over als dezelfde vraag aan een CDA collega gesteld wordt. Piet Hein Donner (Binnenlandse Zaken), met een blik die zegt ‘wat vraag je me nou, dat weet je zelf toch ook wel’: „Er zijn minder partijen.”

Dit minderheidskabinet bestaat uit slechts twee partijen. Maar, dat was tijdens Van Agt I niet anders. Vicepremier Maxime Verhagen is het dan ook niet eens met zijn partijgenoot : „De snelheid van vergadering heeft te maken met de goede afspraken die zijn gemaakt.” En misschien ook iets met het einde van een domineescultuur, waarin politici elkaar willen overtuigen van hun visie. „In dit kabinet”, zegt Verhagen „verdedigt niet iedereen zijn politieke visie.”

Pieter van Os