Internetten tijdens tandenpoetsen

Soms leest Dr. Zeepaard een paar boeken achter elkaar... Deze week las hij Groeten uit 2030 van Jan Paul Schutten. Over kameleonhuizen, levende huizen en keverschnitzels.

Misschien eet jij als je volwassen bent wel een ‘bugburger’, een soort hamburger die is gemaakt van kevers. Vies? Welnee, miljarden mensen in Azië en Zuid-Amerika eten sprinkhanen en krekels. Insecten zitten vol eiwitten, zijn makkelijker te houden dan koeien en verbruiken niet veel water. Ze zijn dus ideaal voedsel voor de wereld van de toekomst.

Over die wereld heeft Jan Paul Schutten het boek Groeten uit 2030 geschreven.

Jan Paul is in Nederland de beste schrijver van weetjesboeken voor kinderen; hij won al eens een Gouden Griffel. Voor dit boek heeft Jan Paul allerlei professoren gevraagd hoe wij in het jaar 2030 zullen eten, reizen, spelen, leren, met elkaar praten of in bad gaan.

Het boek is vrolijk en treurig tegelijk. Vrolijk omdat nieuwe technieken zo ontzettend veel leuke dingen mogelijk maken, zoals: in je badkamer komt een spiegel die werkt als een computer; tijdens het tandenpoetsen kan je zo internetten. Droevig omdat op aarde heel veel dingen snel opraken, zoals olie en zoet water, of verdwijnen, zoals koraalriffen, oerwouden en vissen in de oceaan.

Die droevige dingen komen door de snelle groei van de wereldbevolking. Nu al leven er 7 miljard mensen op aarde en in 2030 zijn dat er 8 miljard. Die mensen worden ook steeds rijker. Dat is fijn voor hen, maar slecht voor het milieu. Want steeds meer auto’s slorpen steeds meer benzine – en dus olie. Steeds meer kleren verbruiken steeds meer water; het kost bijvoorbeeld 6.000 liter om één spijkerbroek te maken.

Om te zorgen dat de grondstoffen niet opraken, moeten slimme dingen worden bedacht. Zo denken architecten al na over ‘levende huizen’, met muren van aarde vol planten; de planten zijn een soort energiecentrales, die zonlicht omzetten in energie. Je kunt ook denken aan ‘slimme huizen’, met muren die verkleuren als de huid van een kameleon: wit als het warm is, zwart als het koud is.

Het natuurhuis is een voorbeeld van het van-wieg-tot-wieg-idee waarbij je alles steeds opnieuw gebruikt. Het hightech huis is een voorbeeld van het idee dat de technische vooruitgang de problemen zal oplossen. Welk idee wint, dat weten we niet, maar duidelijk is dat mensen het meeste vertrouwen hebben in de techniek. Zo zijn er al installaties om het zout te halen uit het zeewater en kunnen zonnepanelen steeds meer zonlicht omzetten in elektriciteit.

Maar hoe knap uitvinders ook zijn, ze zullen dieren die zijn uitgestorven niet opnieuw kunnen maken. Het is dus goed om niet de zeeën leeg te vissen. En om eens na te denken over milieuvriendelijk voedsel, zoals insecten. Want kinderen leren veel sneller nieuwe dingen dan volwassenen, ook bijvoorbeeld het eten van een sprinkhaanschnitzel.