Het zal de mensen een rotzorg zijn of ik meezing

Zanger, producer, liedjesschrijver Peter Koelewijn (1940, Eindhoven) kreeg vorige week zondag de Blijvend Applaus Prijs. Met Kom van dat dak af uit 1959 is hij de eeuwige Nederlandse rocker.

Kom van dat dak af

„Vaak genoeg worden liedjes opnieuw uitgebracht. Maar vier keer een hit, door dezelfde zanger – dat is tamelijk uniek. Vorig jaar bestond Kom van dat dak af vijftig jaar. Ik heb er op een gegeven moment maar een verhaal over mijn roepende broers bij bedacht om van het gezeur af te zijn. De waarheid is dat ik niet meer weet hoe ik er op kwam.

„Dat liedje, dat is er. Dat zal er ook zijn als ik er niet meer ben. Een goed liedje, denk ik nog steeds. Glashelder, springlevend. Elk optreden klinkt het. Al bij mijn eerste ‘hee!’ neemt het publiek de song meteen over. Kids van een jaar of acht zingen het mee. Het zal de mensen een rotzorg zijn of ik dan nog meezing.

„Ik zie de afschriften; het nummer wordt nog steeds gedraaid. Ervan leven, nee, dat kan niet. Het is een extra pensioen. Het blijft Nederlandstalig. Nummers als Radar Love of Little Green Bag gingen de grens over. Kom van dat dak af is wel een beetje van het volk geworden. Er wordt wel beweerd dat de Nederlandse pop ermee begon. Eerder de nederrock-’n-roll, lijkt me zelf.”

Optreden

„Twee keer per week, ’s zomers drie keer. Elk dorp heeft een feest. Het is een wat slechtere tijd, er wordt bezuinigd. Maar ik ben breed inzetbaar met mijn bekende repertoire – het gaat er altijd wel ergens in, op pleinen en bedrijfsfeesten. Het publiek wil vermaakt worden. Ik zing, entertain en kan heel wat ouwehoerverhalen houden.

„Met disco’s kreeg ik te maken in de tijd van mijn hitje Who the Fuck is Alice? Moest ik om twee uur ’s nachts opdraven. Dat was ander publiek. Ik dacht soms: maken jullie wel eens lol? Er was geen beweging in te krijgen.

„Ik ga altijd alleen op pad. Met een tape. Of ik speel met een band ter plekke. Dat is leuker, maar kostbaarder. Natuurlijk, soms denk ik: ik wou dat ik thuis was. Dat zijn de momenten van het omkleden tussen de bierfusten. Het optreden zelf is een shot. Als ik rondkijk voel ik meteen hoe het in elkaar steekt in de zaal. Is het een warm bad, of moet ik eraan trekken? Dat laatste is vermoeiend.”

Zelfstandige

„Ik ben vaak collega’s tegengekomen die hun financiële zaken niet goed voor elkaar hadden. Als producer sprak ik mijn artiesten als de band Babe of Helmut Lotti vaak toe: je hebt nu succes, regel je verzekeringen, je bent een kleine zelfstandige. Kom je nu artiesten van vroeger tegen, dan is het een beetje zielig. Nooit een buffer gehad, drie scheidingen. Vragen ze mij of ik nog platen van ze heb staan. Zo’n Ben Saunders moet nu al aan zijn pensioen denken. Echt, je zult er geen borrel minder om drinken. Maar ja, wie zegt dat tegen zo’n jongen?”

Radio

„Ik zat als kind met mijn hoofd naast de radio. De Kilima Hawaiians. Liedjes als Er hangt een paardenhoofdstel aan de muur. Hilversum 1 en 2. Het VARA-dansorkest dat hits naspeelde. Weinig ruigs. Radio Luxembourg was toen een ontdekking, met Engelse popmuziek. Dat was even anders dan die toen emotieloze naoorlogse Nederlandse dufheid. En dan met de vriendjes naar de instuif in Eindhoven, waar je mocht dansen.

„Ik verdiepte me in verschillende soorten muziek. Als tiener kocht ik singles, al was er weinig geld. Don’t Be Cruel van Elvis Presley. Op de markt, waar mijn ouders vis verkochten, moesten mijn broers en ik helpen achter de kraam. Verderop stond een kraam met elpees, en op een kleine pick-up draaide Long Tall Sally van Litte Richard. Die muziek ging zacht maar weergaloos over de markt.

„Mijn moeder gaf me op mijn vijftiende een gitaar. We waren met zeven thuis, vijf kinderen en een viswinkel aan huis. Op zolder sliepen mijn broers en ik. Daar trok ik mij terug met het luik dicht en maakte cowboyliedjes.”

Platenmeneer

„We namen Kom van dat dak af op in november 1959, mijn eindexamenjaar van de hbs. Kwam er zo’n platenmeneer bij ons thuis. Of ik niet van school kon, dan was ik veel bruikbaarder voor optredens. Hoor mijn ouders – heel nuchter, een viswinkel hè – hem nog vragen: als het uw kind was, zou u het dan ook doen? Zij ook niet dus. Ik ben ze er nu dankbaar om.”

Rariteiten

„Ik heb altijd een hekel gehad aan artiesten die zich distantiëren van hun oude succes. Zo’n instelling van: nu wil ik eens laten zien wat ik werkelijk kan. Waarom deed je dat niet meteen dan? Ik voel dat alleen bij bepaalde B-kantliedjes. De ridicule teksten die ik in de jaren zestig bedacht: ‘Ik heb een jip-jip op mijn lip-lip’. Of ‘Drink er een van mij’. Mijn zoon zegt dat ik eens een rariteiten-cd moet uitbrengen.”

Liedjesschrijver

„Als liedjesschrijver voor anderen was ik streng. Als iemand het niet voelt, gaat-ie het niet zingen. Ik kan een mateloze bewondering hebben voor teksten. Ik denk zo vaak: wat had ik dat graag bedacht. Een liedje waar ik trots op ben is I Won’t Stand Between Them voor Bonnie St. Claire. Ik heb veel hits voor haar gemaakt. Bedacht zelfs haar artiestennaam – ze heette eigenlijk Bonje Swart.”

Twijfels

„Over mijn laatste cd, Een gelukkig man, van twee jaar geleden, heb ik jaren gedaan. Een poging mijn gewaardeerde lp Het beste in mij is niet goed genoeg voor jou uit 1977 te overtreffen. Ach, in de jaren ervoor verschenen wel Koelewijn-cd’s maar die waren slechts met een paar nieuwe liedjes aangevuld.

„En nieuw album schoof ik steeds voor me uit. Bang was ik. Twijfels joh. Ik heb zoveel geschreven in mijn leven. Was ik nog wel in staat om een album te maken zonder bombarie, met verhalende liedjes over dingen die me raken? Ik ben het toch maar gaan proberen. Midden op een golfbaan in Frankrijk kreeg ik het idee voor Zo bang om te vliegen. Stond ik de voicemail van mijn vrouw in te zingen om de melodielijn niet te vergeten.”

Rock-’n-roll

„Rock-’n-roll is niet per se iemand die eruit ziet alsof-ie onder de trein heeft gelegen, drugs gebruikt, aan alcohol verslaafd is of een slag in de rondte neukt. De beginnende rock-’n-rollers in Amerika waren heel gelovige jongens. Little Richard wilde predikant worden. Rock-’n-roll is meer een levenshouding, het komt vanuit je hart. Ik vond in Nederland Nico Haak of Hazes het dichtste bij rock-’n-roll komen.”

Narcistisch

„Ik heb het geluk dat ik meerdere talenten heb. Als niemand me meer lustte, schreef ik voor anderen. Wil je fulltime artiest zijn, dan moet je op zijn minst een beetje narcistisch zijn aangelegd. Ik heb gewerkt met mensen die het alleen maar over zichzelf hadden. Werd je helemaal gek van! Op het moment dat ik even helemaal geen zin meer had om met mezelf bezig te zijn, stapte ik makkelijk van de bühne af en ging ik op de achtergrond voor anderen werken. Daardoor heb ik in de loop der jaren makkelijker kunnen overleven.”

Respect

„Ik merk dat ik wat dieper wil, meer uitgesproken, geëngageerd. Ik schreef een song over het gebrek aan respect. Het moest vurig, beetje agressief zelfs. Ik maak me druk, over ouderen die gepakt worden. Belaagde buschauffeurs. Homoparen die weggepest worden. De krant staat er vol van. Maar daarna hoor je er niemand meer over. Ik heb dat liedje opgestuurd naar voetbalclubs en de KNVB zelfs. Respect, was de slogan. Nooit meer wat van gehoord. Ja, ik kon op een lyceum een uurtje komen praten.”