Het orakel van Brussel

In 2006 vond Wolfgang Münchau dat een monetaire unie een krant nodig had. Mensen verklaarden hem voor gek: de euro was saai. Wat viel daarover te schrijven? Nu is de online Daily Morning Newsbriefing een van de meest invloedrijke stemmen in het euro-perslandschap. Té invloedrijk, vinden sommigen.

Elke werkdag om half zes ’s ochtends gaat de wekker bij Wolfgang Münchau en zijn vrouw, econoom Susanne Mundschenk. Pijlsnel screent het Duitse echtpaar Europese kranten, tijdschriften en persbureaus. Ze pikken eruit wat zij interessant vinden en zetten dat op een rij. Soms voegen ze er een paar regels cynisch of lovend commentaar aan toe, soms laten ze de berichten voor zich spreken. Als ze er een link bij kunnen zetten naar een interessant artikel van iemand bij een denktank, bank of universiteit, zullen ze het niet laten. Rond achten klikken ze op ‘send’. Duizenden decision makers in Europa en daarbuiten lezen deze Engelstalige nieuwsselectie ’s ochtends vroeg zodra ze op kantoor komen – bankdirecteuren, beleggers, journalisten, ambtenaren en ministers.

In korte tijd is Münchau, columnist bij de Financial Times, FT Deutschland (een krant waarvan hij in 1999 mede-oprichter was) en sinds kort Der Spiegel, met zijn site eurointelligence.com uitgegroeid tot speler van formaat in de eurocrisis. Mede daardoor is hij een veelgevraagd spreker op financiële congressen. Sommigen, zoals eurocommissaris Olli Rehn, de Finse minister van Financiën of de president van Estland, lezen hem elke dag omdat hij nieuws en duiding biedt uit veel landen. Zij nemen de taalfouten die hij in de snelheid maakt voor lief, evenals het feit dat hij namen en technische termen bij lezers bekend veronderstelt.

Anderen kunnen Münchau niet uitstaan, omdat hij permanent kritiek spuit op de manier waarop politici met de crisis omgaan. „Ik lees hem niet meer,” zegt een adviseur van een Europees regeringsleider, „hij schrijft alles wat wij doen de grond in. Hij is bevooroordeeld. Werkt hij voor de financiële lobby in Londen ofzo?” In Brussel zorgen typische Münchau-zinnen als „De bondskanselier is financieel analfabeet” of „crisisbestrijding is een slowmotion treinongeluk” vaak voor discussie. Deze week, na de mislukte emissie van Duitse Bunds (staatsobligaties), spoorde hij regeringsleiders aan om hun volgende top te vervroegen, „anders weet ik niet zeker of de eurozone het houdt tot 9 december”.

Wolfgang Münchau (50) houdt kantoor op zolder van een oud pand aan het koninklijk park in Brussel, met krakende houten trappen en versleten parket. Beneden zitten de Brusselse correspondenten van de FT en de FT Deutschland. Anders dan de zelfverzekerde toon van zijn schrijfsels doet vermoeden, is Münchau een wat verlegen man in oude jeans en sneakers. Hij doet echter geen enkele poging te ontkennen dat hij een speler is op het Europese toneel. Sterker nog, invloed krijgen was de bedoeling van eurointelligence. „Wat wij voor ogen hadden in 2006, was ruimte scheppen voor Europese berichtgeving en meningen. De pers is compleet nationaal in Europa. Diverse pogingen om een Europese krant op te zetten, zijn commercieel mislukt. Maar de euro gaat ons allen aan. Het helpt voor je begrip van de monetaire unie, om te weten wat Grieken of Fransen ergens over zeggen. Nu, tijdens de crisis, is dat een must. Kijk naar het Slowaakse parlement dat crisisbestrijding ophield. Of de Finnen die onderpand wilden van Griekenland. Dit is het gat waar wij in zijn gesprongen. Onze site is het enige nieuwsmedium voor mensen die zich met de euro bezighouden of zich ervoor interesseren. Zelf lezen we Italiaans, Frans, Duits en Engels. In diverse landen hebben we contactpersonen die ons artikelen toesturen.”

Sommigen noemen u ‘het orakel van Brussel’. U bent niet neutraal.

„Dat willen we ook niet zijn. We willen iets bereiken: dat de eurozone dit overleeft. We vinden dat de politici de crisis verkeerd aanpakken. Dat maakt vooral de dagelijkse ochtendbriefing scherp van toon, af en toe. Sommige mensen zijn het daar niet mee eens. Maar als commentator hoef ik niet te accepteren dat de Bondskanselier ondoordachte besluiten neemt.”

Wordt u goed gelezen in Berlijn?

„Duitsers en Fransen zijn dominant in de besluitvorming, maar vormen zeker niet de grootste groep van onze abonnees. Zij hebben hun eigen narrative, hè. Ze zijn vaak trots en snel beledigd. Ze lezen hun eigen kranten. Typisch gedrag in een groot, in zichzelf gekeerd land. We hebben sinds we in februari een betaalde site werden, ongeveer 2.000 abonnees. De meesten zijn groepsabonnementen voor banken, centrale banken, ministeries en Europese instellingen. Buiten Brussel scoren we vooral in kleine eurolanden goed, en in Italië en Spanje.”

Stuurt u de markten, zoals sommigen u verwijten?

„Nee. Na de laatste eurotop eind oktober, toen regeringsleiders de slagkracht van het noodfonds met hefboomconstructies wilden vergroten, schreef ik dat beleggers waarschijnlijk positief zouden reageren. Pas na een poosje zouden ze ontdekken dat de truc niet werkte. Maar ik zat fout. Al na 24 uur reageerden ze negatief. Dat verbaasde me echt.”

Verder zijn uw worst case scenario’s toch uitgekomen?

„Nee. Ik had nooit gedacht dat Frankrijk zulke hoge rentes op staatsleningen zou moeten betalen. Of dat Italië in augustus zo in de problemen zou komen. Amerikaanse commentatoren schreven allang over een Grieks faillissement. Dat hebben wij nooit gedaan. Wij zeiden wel: de kans erop wordt groter. Dat is iets anders. Dat is uitleggen wat beleggers in de markten doen.”

Overleeft de euro dit?

„Ik denk het. Meer dan 50 procent kans: twee op drie, denk ik. Ik weiger te geloven dat politici intellectueel zo lui zijn dat ze niet zien dat ze de Europese economie vernietigen als ze de euro niet overeind houden. Ze moeten nu wel opschieten. Nu beleggers zelfs obligaties dumpen van landen als Nederland en Finland, moet het eindelijk tot hen doordringen dat dit geen zaak meer is van frauderende Grieken of zuiderlingen die niet kunnen bezuinigen.”

Is dit ook de relevantie van de flop met de verkoop van Duitse bunds woensdag?

„Dit leidde tot een echte run op de eurozone. Wij, in het noorden, kunnen niet blijven zeggen: er is hier geen crisis, alleen in het zuiden. Dit is een politieke crisis die iedereen raakt en die je niet oplost door een paar landen over de rand te duwen. Dat zal beleggers alleen maar banger maken: als een paar landen gaan, kan de rest immers ook gaan.”

Wat is uw analyse van drie jaar crisis in Europa?

„Het enige land met een echt begrotingsprobleem is Griekenland. Voor de rest is dit een politiek probleem. In een muntunie kunnen landen niet devalueren. Maar ze hebben wel verschillende economieën, die zich anders ontwikkelen. Dus bestaat het risico dat ze uit elkaar groeien, wat de munt kapot kan maken. De enige manier om dit te voorkomen, is een politieke unie vormen om deze divergenties binnen de perken te houden. Dat is niet gebeurd. De tweede fout is dat we de banksector hadden moeten Europeaniseren. Banken gingen de grenzen over van de interne Europese markt, maar banktoezicht wilden regeringen nationaal houden. Toen banken gered moesten worden in 2008, gebeurde dat ook nationaal. Sommige landen kregen dus meer begrotingsproblemen dan andere. Daardoor werd een Spaanse euro al anders beoordeeld dan een Duitse. Dat ondermijnde het vertrouwen van beleggers in de euro. Als we één depositogarantiesysteem en een Europees resolutiesysteem voor grensoverschrijdende banken hadden opgezet, had je dit probleem niet gehad. Nu infecteert een klein land als Griekenland, via de banken, heel Europa. Nu heel Europa aangetast is, is er geen oplossing meer voor Griekenland. De banksector is verlamd, wat de schuldencrisis verergert. En omdat de schuldencrisis verergert, worden staatsobligaties die banken hebben nóg minder waard. Je zit in een vicieuze cirkel. Alles vermengt zich met alles. Dat maakt het zo moeilijk om de crisis op te lossen. Hoe langer dit aansleept, hoe drastischer de oplossingen die we moeten nemen. En hoe duurder.”

Was het probleem nu voorbij geweest, als we Griekenland meteen in 2009 sneller en genereuzer geld hadden geleend?

„We hadden crisis in behapbare brokken kunnen verdelen, en staatsschuld en bankschuld los van elkaar kunnen oplossen. Dat was eenvoudiger en goedkoper geweest.”

Had de euro een federale Europese staat nodig om te bestaan?

„Nee. De financiële sector Europees maken was genoeg geweest. En het toezicht. Als we een Europese banksector hadden, had de ECB die overeind kunnen houden. Dan hadden landen geen gat in hun begroting hoeven slaan.”

Het nieuwe mantra is ‘bezuinigen’. Is dat goed?

„Dat helpt niet. Bij extreme financiële stress moet je niet met deze micro-oplossingen werken. Dan zijn macro-oplossingen nodig. Dat Mario Monti premier is in Italië is goed nieuws, maar zijn hervormingsplannen hebben weinig invloed meer op het grotere verhaal.”

Wat dan wel?

„We moeten euro-obligaties invoeren. En we hebben een ‘lender of last resort’ nodig in de eurozone, die overheden kan lenen en staatsobligaties kan opkopen. Liefst de ECB. Dit zijn simpele oplossingen die vooral in combinatie goed kunnen werken. Iedereen weet dat dit nodig is. Maar politiek zijn deze twee maatregelen omstreden. Duitsland, Nederland en Finland zeggen nee. Politici begrijpen het misschien wel, maar vrezen dat ze het niet verkocht krijgen aan hun burgers. Vandaar dat Merkel het blijft afwijzen, terwijl bijna alle experts zeggen dat euro-obligaties goedkoper zijn voor Duitsland dan het bestaande systeem van bilaterale garanties aan het noodfonds. Het probleem van de eurozone is niet technisch. Het probleem is politiek. Wij staan er vergeleken bij de rest van de wereld niet slecht voor. Amerika heeft veel hogere schulden dan wij. Toch kopen beleggers nu liever Amerikaanse staatsobligaties dan Europese. Waarom? Omdat de politieke constructie van de eurozone niet deugt. Alles is hier nationaal gebleven. Nu blijkt dat dit niet voldoende is, moeten we dat veranderen. We moeten soevereiniteit inleveren, dat kan niet anders. Maar, zoals de Luxemburgse premier Juncker eens zei, daarmee win je moeilijk verkiezingen.”

Kan Brussel…

„Brussel moddert voort. Brussel is: compromissen. Brusselse onderhandelingen, daar rolt altijd de op één na, twee na of drie na beste oplossing uit. Dat is op veel gebieden niet erg, of zelfs goed: iedereen schuift wat opzij, geen land mag verliezen, enzovoort. Normaal is dat prachtig, maar in crisistijd is dit een levensgroot probleem. Halfbakken oplossingen verergeren de situatie, zoals we afgelopen drie jaar hebben gezien. Wij zijn de tweede economie ter wereld, maar niemand die ownership neemt. We hebben iets geweldigs gebouwd, maar er is geen management. Dát is het probleem van Europa. Ministers en premiers komen naar Brussel en denken alleen aan zichzelf, hun eigen baan, hun eigen land. Hetzelfde doen Europese instellingen met hun competentiestrijd over wie wat mag beslissen. Iedereen wil er voor zichzelf wat uitslepen. Niemand heeft het algemeen belang voor ogen.”

Niemand?

„Nee. Ik hoor alleen veel stemmen door elkaar kakelen. Politici doen met elke mode mee en zijn vrijwel allemaal warrig en zonder visie. Ze begrijpen niet dat er nauwelijks keuzes over zijn omdat al hun pogingen om de crisis te bestrijden hálve pogingen zijn geweest. Ze hebben veel gedaan, maar steeds te laat en niet genoeg. They were kicking the can down the road, zoals de Britten zeggen. Ze kochten daarmee tijd, maar zagen niet dat ze de oplossing steeds duurder maakten. Zelf zetten zij bij de start van de euro niet de politieke structuren op die nodig waren omdat ze geen soevereiniteit wilden opgeven. Dat krijgen ze nu op hun bord. Dit is precies de crisis die we niet kunnen lijden. Dit raakt de eurozone in het hart.”

Wat gebeurt er als Frankrijk zijn triple A-status verliest?

„Als je naar de hoge Franse rentes kijkt moet je vaststellen dat ze die AAA eigenlijk al kwijt zijn. En het EFSF de facto ook. Waar ik bang voor ben, is dat alles op hol slaat. Dat rentes ineens verdubbelen, zoals bij Griekenland gebeurde.”

Politici in diverse landen zeggen: we moeten stoppen met de euro. Kan dat?

„Mensen praten daar luchtig over, maar de ravage zou groot zijn. Doordat banken en overheidsfinanciën elkaar in de houdgreep hebben, zouden veel banken in de problemen komen als de eurozone opbreekt. De Duitse banksector, die sinds 2008 zwak is, zou instorten. Het kost de Duitse staat veel meer om de banken overeind te houden dan er in de Duitse staatskas zit. Je veegt het land van de kaart. Uit de euro stappen is dus ook geen keus.”

Dus eurolanden zijn tot elkaar veroordeeld?

„Monetaire unies creëren hun eigen structuren. Banken zijn Europees geworden. Dat hebben wij jarenlang van harte aangemoedigd. Alles is daardoor nu financieel met elkaar verknoopt. Dat trek je niet zomaar meer uit elkaar, zeker omdat de privésector veel groter is dan de publieke sector. We hebben dus nauwelijks keuzes meer. We kunnen geen kant meer op. Behalve voortwaarts.”