Geëngageerd optimisme

In Transition Towns wordt overal voedsel verbouwd, waar iedereen van mag nemen. „Ik wil mensen de controle teruggeven”, zegt bedenker Rob Hopkins.

*** COPENHAGEN ENVIRONMENT PHOTO PACKAGE *** Ice sculptures by Brazilian artist Nele Azevedo melt on the steps of Berlin's Concert Hall at the Gendarmenmarkt on September 2, 2009. The event, which saw participants place some 1,000 ice sculptures, was sponsored by the WWF to attract attention to the earth's melting poles due to global warming. AFP PHOTO JOHN MACDOUGALL AFP

In het Britse dorpje Totnes mag sinds kort iedereen overal gewassen verbouwen. Langs straten, fietspaden, bij het gemeentehuis, in het park. „Er is maar één regel”, zegt initiatiefnemer Rob Hopkins. „Iedereen mag oogsten wat hij wil.”

Het is een van de vele initiatieven van Hopkins in de afgelopen vijf jaar. Hij is de grondlegger van een beweging die snel om zich heen grijpt. Er hebben zich wereldwijd al 900 dorpen en steden bij aangesloten.

De beweging heet Transition Towns – dorpen in omwenteling.

Hopkins wil dat lokale gemeenschappen weer greep krijgen op hun voedselproductie en energieverbruik. „Nu heerst een gevaarlijk gevoel van machteloosheid”, zegt hij. „De ene crisis na de andere rolt over ons heen. De klimaatcrisis, de economische crisis.

„De machtsverhoudingen in de wereld verschuiven. De olie wordt alsmaar schaarser en duurder. En we hebben niet het gevoel dat we er ook maar iets aan kunnen doen. Dan is er ook nog het extreem liberale marktdenken. Het heeft ons grote welvaart gebracht, maar het maakt ons niet gelukkiger. Wel eenzamer. We kennen de mensen in onze straat niet meer.”

Hopkins is net aangekomen op het station van Deventer, voor een toespraak op een conferentie over Transition Towns. Maar eerst bezoekt hij een moestuin. Aan een houten tafel zitten Marokkaanse, Turkse en Nederlandse vrouwen druk te praten. Hun kinderen spelen op een grasveld ernaast.

„Dit is fantastisch”, zegt Hopkins.

Wat vindt u hier zo fantastisch aan?

„Dat mensen die elkaar normaal waarschijnlijk nooit zouden aanspreken, via een moestuin in contact komen met elkaar. Toen we met Transition Towns begonnen zagen we het als een milieuproject. Weg van de olie, weg van de landbouw met zijn monocultures en zijn bestrijdingsmiddelen. Maar ik ben me gaan realiseren dat het veel groter is. Het raakt de kern van het mens-zijn. Mensen willen zich verbinden. Het is veel meer een sociaal-culturele beweging, een antwoord op het individualisme.”

Gebeurt dat ook in Totnes?

„Ja. We zijn een initiatief gestart: Transition Streets. Mensen uit dezelfde straat komen bij elkaar en proberen samen iets op te zetten. Wat ze maar willen. Ze plaatsen zonnepanelen of verbouwen voedsel. Aan het eind van elke sessie spreken ze af drie dingen te doen voordat ze elkaar opnieuw ontmoeten. Totnes telt 8.500 inwoners en ik denk dat zo’n 10 procent inmiddels meedoet. Ze hebben hun CO2-uitstoot teruggebracht, en besparen elk jaar 700 pond. Maar daar hoor je ze niet over. Ze zeggen: nu weet ik wie Dave is verderop in de straat. En Sandra van huisnummer 17.”

Het klinkt nogal ongecoördineerd. Mondt het hele initiatief niet uit in chaos?

„We hebben geprobeerd iets te ontwerpen dat zeer besmettelijk is.”

Besmettelijk?

„Mensen moeten dat doen waar hun passie naar uit gaat. Zo hebben we de beweging opgezet. We noemen dat geëngageerd optimisme. Als je hartstocht uitgaat naar voedsel, moet je je niet aansluiten bij de groep die huizen isoleert.

„Verder is de beweging open source. Mensen wordt nadrukkelijk gevraagd hun ervaringen te delen. Wij weten namelijk ook niet hoe je de transitie het beste kunt bereiken. Alle informatie die we ontvangen, probeer ik te coördineren via onze website. De kern is: je kunt zelf iets doen. Je kunt een deel van de controle terug in handen nemen. Maar als je het alleen doet is het te weinig. En als we wachten op de overheid is het te weinig en te laat. Maar als je het samen doet met de mensen om je heen, is het misschien wel genoeg.”

Zit daar het verschil met de milieubeweging?

„Die is juist vaak verbiedend. Wij willen de passies van mensen aanspreken.”

Hoe uit zich dat in al die 900 gemeentes die zijn aangesloten bij de beweging?

„Dat verschilt per plek, maar je ziet dat het meestal begint met voedsel. Dat is het makkelijkst. Als je een spade en wat plantjes hebt, kun je morgen beginnen. Er zijn geen vergunningen voor nodig. Als je aan de rand van Deventer een windturbine wilt neerzetten ben je zo vijf jaar verder.”

Wordt er geen misbruik gemaakt van zo’n initiatief om voedsel te verbouwen?

„Dat is niet de ervaring. Ik had verwacht dat mensen misschien ’s nachts gewassen kapot zouden trappen. Maar dat gebeurt niet. Het werkt op basis van vertrouwen. Iedereen mag oogsten wat ie wil, maar wel met respect. Het verspreidt zich als een virus.”

Op de achtergrond wordt gelachen. Een Nederlandse vrouw vraagt een Turkse hoe ze haar aubergines en courgettes zo groot krijgt.

Heeft u zelf een tuin?

„Ja. Hij ligt op een heuvel. Ik heb er een terrastuin van gemaakt. Ik verbouw graag snijbiet. Ook spinazie en aardappelen. Ik heb een kas, waarin ik tomaten teel. We zijn niet zelfvoorzienend, maar dat is ook helemaal niet de opzet. We willen geen hoge muur om Totnes en voortaan onze eigen lepels, potten en fietsen maken. Dat is irreëel. We vinden het gewoon heerlijk als we een paar maanden in het jaar wat groente en fruit uit eigen tuin kunnen eten.

„In Totnes zijn nogal wat oude mensen met een tuin waar ze niks mee doen omdat ze te druk zijn, of te oud. We proberen ze te koppelen aan jongere mensen die geen tuin hebben, en wel voedsel willen verbouwen. Ze betalen wat pacht, en geven wat van de opbrengst aan de ouderen. Ook zo brengen we mensen die elkaar niet kennen met elkaar in contact. Het werkt als een soort relatiebureau.”

Wat is uw doel?

„Om mensen controle terug te geven. Dat valt niet mee. We zijn verslaafd aan het kapitalistische systeem. Het geeft ons continu een gevoel van gebrek. Dat we niet alles hebben. En het enige dat helpt is: spullen kopen. Je leest in de krant dat de olie opraakt, en ernaast staat een advertentie om voor 5 pond naar Alicante te vliegen.

„Overheden willen niet erkennen dat we grote problemen hebben. Ze zijn niet in staat om zich een wereld na goedkope fossiele energie voor te stellen. Transition Towns laat die wereld zien. Met eigen voedsel, een lokale munt, huizen met hout, klei, vlas en stro uit de buurt. Het levert werk en weerhoudt mensen ervan weg te trekken. In Totnes hebben we er een bedrijfje bij gekregen dat zonnepanelen plaatst. Er werken inmiddels 20 man. Er komen bouwbedrijfjes.”

Hopkins gaat op weg naar de conferentie. Hij draait zich nog even om en zegt: „Nu is de ontwerper van websites nog de coole gast. Over tien jaar is dat de stadstuinier.”

Marcel aan de Brugh