Evgeny Morozov, schrik van de internetgoeroes

Schrijver Evgeny Morozov hekelt de ‘fetisj van openheid’ bij Facebook en Google. „Het gaat om het geld. En als 800 miljoen mensen hun privacy opgeven, wil dat nog niet zeggen dat ze gelijk hebben.”

Stille hofjes, poorten en brede trappen: Encina Hall is een van de mooiste historische panden op de Stanford Universiteit in Palo Alto, Californië. Het statige middelpunt van de Amerikaanse technologiesector. En de laatste plek waar je het kantoor verwacht van een kritisch volger van bedrijven als Facebook en Google. Die zitten immers om de hoek. „Ik vernietig de vijand van binnenin”, zegt Evgeny Morozov met een vilein lachje.

Maar de jonge Wit-Rus ontzenuwt meteen het misverstand dat hij expres de nabijheid opzocht van de bedrijven waarmee hij in zijn boek The Net Delusion; the dark side of internet freedom de vloer aanveegt. „Ik heb niets met Californië, maar ik kan er rustig werken. Het verbaast me wel dat ze me er niet na drie weken uitgeknikkerd hebben omdat ik zoveel vervelende dingen over Google heb gezegd – de president van Stanford zit in het bestuur van Google.” Morozov doelt op kritische bijdragen aan Amerikaanse opinietijdschriften – en binnenkort ook aan NRC Handelsblad – waarin hij de morele waarden van ’s werelds grootste internetbedrijf aan de kaak stelt.

In The Net Delusion analyseert Morozov hoe onder politici en internetkenners wordt gedacht over de democratiserende werking van het web. De term Twitter-revolutie, die rondzong tijdens de demonstraties in de Arabische wereld, kenmerkt het ‘cyberutopisme’ dat vrijheid van internet zou kunnen zorgen voor politieke omwentelingen. Maar een toename van het twittergebruik is onvoldoende bewijs voor die theorie, stelt Morozov. Hij stelt dat de meeste jongeren in dictaturen luie tieners zijn die het liefst grappige filmpjes op het web kijken, net als hun westerse leeftijdsgenoten. En dat totalitaire overheden sociale media gebruiken om de bevolking af te leiden of juist in de gaten te houden. „Goedkoper dan de geheime dienst.”

The Net Delusion kreeg lovende kritieken. De VPRO maakte naar aanleiding van het boek de documentaire Einde van de internetutopie. Morozov – losjes filosoferend, Russisch accent, zeer welbespraakt – fileert daarin de internetgoeroes die het web belangrijker achten dan de uitvinding van het vuur of het alfabet.

De actuele gebeurtenissen op het Tahrirplein in Kairo lijken Morozov gelijk te geven: politieke omwentelingen vergen meer dan een nieuwe communicatietechnologie. Maar wie denkt dat hij de rol van sociale media onderschat, moet zijn boek nog eens lezen, is zijn advies. „Ik schrijf letterlijk dat Facebook een godsgeschenk is voor demonstranten. Maar we moeten wel beseffen dat onze gedachten over de mogelijkheden van internet cultureel bepaald zijn. Pas dan kunnen we gaan bepalen wat de werkelijke waarde van nieuwe technologie is.”

U staat juist bekend als degene die het begrip Twitter-revolutie onderuit haalde.

„De revoluties in Tunesië en Egypte zorgden voor een hoop aandacht voor mijn boek. Zo werken media: als zo’n theorie over de Twitter-revolutie speelt, is ook altijd een tegengesteld verhaal nodig. Dat was de rol die ik speelde; radio en tv pikten dat op. Mijn boodschap werd versimpeld, ik werd neergezet als een cybercynic, een pessimist die niet in de emancipatoire kracht van het web gelooft.

„De meeste mensen willen me in een hoek plaatsen, tegenover een eendimensionale boodschap als internet is de grote bevrijder. Of de grote onderdrukker, de grote entertainer, de grote verzoener... Maar de vraag of internet goed is voor de democratie, is net zo’n onzinnige vraag of cultuur of economie goed is voor een democratie. Ik geef alleen feiten weer: het gebruik van internet in landen met onderdrukking verschilt veel van onze verwachtingen. Er is een sociaal-cultureel raamwerk dat onze vooroordelen bepaalt. Dat moet je onderzoeken voordat je een goed internetbeleid kunt opstellen.”

Sociale media stimuleren dat we onze eigen identiteit online gebruiken. Verlangt u terug naar een meer anoniem internet?

„Het heeft geen zin terug te keren naar het anonieme tijdperk. De politieke economie van het internet van vandaag wordt immers gevormd door Google en Facebook. Ze willen zoveel mogelijk over jou weten om je beter te kunnen koppelen aan adverteerders. Dat is hun verdienmodel.

„Wat me stoort, is de fetisj van transparantie en openheid, een vermomming voor dat winstoogmerk. Je hoeft geen gekke marxist te zijn om dat te zien. Mark Zuckerberg [oprichter van Facebook] schetst een visie die zijn bedrijf ten goede komt. Maar dat frictionless sharing [Facebook-leden delen sinds kort nog meer informatie dan voorheen] is niet normaal. Zuckerberg claimt dat dit delen nu al gedeeltelijk gebeurt. Daarom zou het iets zijn wat we moeten nastreven. Zo kneedt hij de discussie over privacy, die vervolgens door goeroes in de blogosfeer en de media wordt gevoerd.”

800 miljoen Facebookers vinden het prima, dat delen.

„Misschien dat 800 miljoen gebruikers die ideologie accepteren, maar of ze het nu echt willen... Er is weinig onderzoek gedaan naar privacy als een publiek goed. Er is altijd een verschil tussen wat we willen als burger of als consument. Individuen kunnen hun privacy vrijwillig opgeven, maar als iedereen dat doet, verliezen we wellicht heel veel. Bijvoorbeeld: iedereen wil misschien wel in een grote auto rijden, maar wat goed is voor onszelf hoeft niet goed te zijn voor het geheel. En al rijden er veel mensen rond in een SUV, dat wil nog niet zeggen dat ze gelijk hebben.”

Stel Morozov één vraag en er volgt een gastcollege. Toch geeft hij geen les op Stanford – hij leidt er een kluizenaarsbestaan. ’s Ochtends wandelt hij naar zijn werk, alleen dat al maakt ’m een zonderling in Amerika. „Dat is voor mij het enige voordeel van Californië: als je geen auto rijdt, zit je overal ver vandaan en word je niet afgeleid. In New York of Europa is dat anders.”

De Wit-Rus vliegt veel naar Europa, om zijn boek te promoten dat nu wordt vertaald en als paperback verschijnt. Op Stanford onttrekt hij zich aan bijeenkomsten. Hij werkt liever rustig in de bibliotheek, zonder mobiele telefoon, op de laptop waarvan de wifi-kaart is verwijderd. „Anders kom ik in de verleiding om te twitteren. Ik vertrouw mezelf niet.”

Maar Morozov geniet wel van de publieke discussie. Hij toont zijn recensie van het nieuwe boek van journalist Jeff Jarvis, over delen in het internettijdperk. Morozov schrijft Jarvis – „the internet’s loudest guru” – met zichtbaar genoegen aan flarden. „Ik heb geen moeite om mensen te vertellen dat ze full of shit zijn. Ik ben een punker: ik hoef niet aardig gevonden te worden, heb niets te verliezen en hoef met niemand rekening te houden. Ik heb geen hypotheek, geen kinderen.”

Merkt u een verschil in de manier waarop Amerikanen en Europeanen naar internet kijken?

„Tot voor kort had Europa niet echt een eigen visie. Maar in de VS kwam in 2008 al een technocratische regering vol internetaanbidders aan de macht. Die bedachten dat ze het web niet alleen voor campagnes konden gebruiken maar ook voor innovatie en beleid. De leidinggevende techneut, Beth Noveck, schreef het boek Wiki Government. Ze noemt vijf eigenschappen van Wikipedia. Vervolgens zet ze haar consultantpet op en beschrijft hoe die vijf principes werken in een democratie, om de regering te verbeteren. Bizar. Mensen die denken dat het web louter een emancipatoire kracht heeft, zijn idioten. En mensen die weigeren te geloven dat onze opvattingen over internet cultureel en sociaal bepaald zijn, zijn ook idioten.”

Moeten we internet reguleren?

„Veel regels gaan over computerarchitectuur en -systemen. Daar hebben technologen de touwtjes in handen. Die zijn allergisch voor overheidsingrijpen – denk aan de problemen met digitale certificaten die iedereen mag aanmaken. Zij blijven haken bij een visie die alleen werkt als elke andere internetgebruiker net zo handig zou zijn als zij. Maar de meeste mensen weten niet eens hoe ze hun software en antivirusprogramma’s moeten updaten.

„Nu internet mainstream is, zijn er regels nodig. Je moet wat mogelijkheden om te tweaken [sleutelen] opgeven. Het succes van Apple bewijst dat gebruikers dat op prijs stellen. Niemand wil zijn telefoon uit elkaar halen, als het toestel er maar cool uit ziet en doet wat het belooft. Er is die hele kleine groep enthousiastelingen die vinden dat iedereen moet worden zoals zij: vaklieden die een telefoon uit elkaar kunnen schroeven. Maar de meeste mensen hebben daar geen tijd voor. Die hebben wel een leven.”

    • Marc Hijink