'Egypte isnu eindelijk van ons zelf'

Zo’n honderd mensen zijn gekomen naar de politiek-literaire salon van Alaa al-Aswany, de Egyptische tandarts die wereldberoemd werd als schrijver. ‘Democratie is de oplossing voor alles’

Het zaaltje op de tweede verdieping van een art-decogebouw in het centrum van Kairo, op een steenworp van het Tahrirplein, lijkt wel een parodie op de democratie. Het is een miniatuurparlement in de vorm van een halfrond, compleet met publieke tribune, gestoelte voor de voorzitter en veel rood velours en bladgoud. Dit is het Egyptische volksparlement, ooit opgericht door de oppositiepartijen als protest tegen de oneerlijke verkiezingen voor het officiële parlement.

Het is ook de locatie voor de wekelijkse politiek-literaire salon van Alaa al-Aswany, de Egyptische tandarts die wereldberoemd werd met het boek, en later de film, The Yacoubian Building, over een art-decoflatgebouw hier niet ver vandaan, met kleurrijke bewoners. Op deze donderdagavond zijn zo’n honderd mensen komen opdagen om ‘Dokter Alaa’ te horen vertellen over zijn laatste reis naar Canada. Maar het is ook de week van de dood van Osama bin Laden en de dokter heeft een vraag voor zijn publiek.

„Hoeveel mensen hier vinden dat Osama bin Laden een ‘mujahed’ is?”

Een beetje aarzelend gaat een twaalftal handen de lucht in. De dokter gromt tevreden en wijst de handopstekers dan op grootvaderlijke wijze op hun vergissing. „De Koran leert ons dat het goed is om te bidden. Maar als een kind een man stoort tijdens het bidden, moet hij stoppen om met het kind te spelen. Want dat kind is even belangrijk als het gebed. Hoe kan diezelfde godsdienst het doden van onschuldige burgers bevelen?”

De dokter doet er nog een schepje bovenop. „Wie willen wij als het gezicht van de islam? Osama bin Laden of [de Egyptische Nobelprijswinnaar] Ahmed Zewail?” Hij heeft het publiek nu op zijn hand. Een man veert op en roept: „Osama bin Laden is gestorven op 25 januari”, verwijzend naar de eerste dag van de Egyptische opstand. De zaal applaudisseert.

„Ik was erg gelukkig met het resultaat: 90 procent van de aanwezigen vond Osama bin Laden geen held”, zegt Al-Aswany enkele dagen later in de tandartspraktijk die hij nooit heeft opgegeven, zij het dat hij zich nu in het sjieke Garden City bevindt en niet langer in The Yacoubian Building. „De reden waarom sommigen in de Arabische wereld het terrorisme nog steunden, was het bestaan van dictators als Mubarak en het feit dat zij door het Westen werden gesteund.”

Democratie is volgens Al-Aswany de oplossing voor álle plagen van Egypte en de Arabische wereld. Vorige maand is een Engelse bloemlezing verschenen van de columns die Al-Aswany de voorbije jaren schreef voor diverse Arabische kranten. Elke column sloot hij af met dezelfde vier woorden: „Democratie is de oplossing.”

In 2009 schreef u: „Democratie zal volstaan om religieus extremisme te elimineren.” Gelooft u dat nog steeds?

„Absoluut.”

Ook wanneer extreme moslims twee kerken in Kairo in brand steken, zoals is gebeurd?

„Kijk, de salafisten zijn altijd een werktuig geweest in de handen van het regime. Sinds de revolutie kennen we zelfs de namen van de officieren bij de veiligheidsdiensten die in contact stonden met de salafisten. Voor Mubarak waren de salafisten een godsgeschenk. Het zijn extremisten maar in tegenstelling tot de Moslimbroeders willen zij geen politieke macht. Als de leider maar een moslim is, zijn ze al tevreden. Daardoor kon Mubarak hen naar believen uitspelen tegen de Moslimbroeders. Ik ben er vast van overtuigd dat wat afgelopen weekend is gebeurd, georkestreerd is door mensen van het oude regime. Iemand zet die mensen ertoe aan om problemen te veroorzaken. De salafisten waren erbij betrokken, maar de kerken zijn in brand gestoken door professionele relschoppers. Het oude regime stuurt een boodschap: ‘Jullie wilden een revolutie? Veel plezier ermee.’”

U bent dus niet bang voor de opkomst van de islamitische bewegingen sinds de revolutie?

„Nee, ik ben niet bang. Ik krijg die vraag voortdurend. Naguib Mafhouz werd in 1994 neergestoken door moslimextremisten. U móét bang zijn! Natuurlijk, ik sta voor alles wat zij verfoeien: ik ben een schrijver en ik ben een links-liberale seculier. Ik kan alleen maar zeggen dat ik nooit bedreigd ben geweest door de moslimfundamentalisten. Maar we moeten eerst en vooral een verschil maken tussen de salafisten en de Moslimbroeders. Ik ben het niet eens met hun ideeën maar de Moslimbroeders zijn niet gewelddadig – sinds 1965 – en ze spelen het politieke spel mee. Ze hebben het recht om mee te doen zolang zij de democratie zelf respecteren. Zij gaan een nieuw rechts-religieus blok vormen zoals jullie in Europa ook extreme partijen hebben, maar zij gaan nooit de meerderheid halen. Het regime heeft de invloed van de Moslimbroeders altijd overdreven.”

Seculieren schrokken van het referendum in maart, dat draaide om de vraag of verkiezingen met een heel korte voorbereiding voor partijen gehouden kunnen worden. Dat het ja-kamp bijna 80 procent behaalde, vonden zij een kaakslag voor de revolutie.

„Het referendum is geen goede graadmeter. De religieuze partijen hebben inderdaad veel mensen overtuigd dat een nee-stem een stem was tegen de islam. Maar veel mensen hebben ook ja gestemd omdat ze wilden dat de zaken vooruitgingen. Kijk liever naar de verkiezingen aan de universiteiten. Daar hebben de Moslimbroeders 17 procent behaald en de lijst van de revolutionaire jeugd 65 procent. De salafisten zijn wel problematisch, omdat ze gewelddadig kunnen zijn én omdat ze gelinkt zijn aan twee contrarevolutionaire krachten: Saoedi-Arabië en het regime van Mubarak. Geen van beiden wil dat de revolutie in Egypte slaagt. Het oude regime niet om evidente redenen, en de Saoediërs niet omdat ze bang zijn dat het ook bij hen gaat gebeuren. Maar de salafisten zijn een minderheid. Ze zijn wel heel luidruchtig, maar ze zijn hooguit met 50.000 in heel Egypte. Nee, de contrarevolutie is een veel groter gevaar.”

Veel mensen zijn bang dat het seculiere kamp niet klaar is voor de verkiezingen, terwijl de Moslimbroeders wel over een landelijke organisatie beschikken.

„Als de Moslimbroeders in september de grootste partij worden, zal dat onze eigen schuld zijn. We moeten ons huiswerk doen. Afgelopen zaterdag is er een congres geweest van de liberale partijen waar vooruitgang is geboekt. Veel zal afhangen van de vraag of we met een gezamenlijke lijst kunnen opkomen voor het seculiere kamp.”

U heeft vaak geschreven over de seksuele intimidatie van vrouwen. Op het Tahrirplein was dat even weg. Gaat democratie ook dit probleem oplossen?

„Seksuele intimidatie wordt niet alleen gedreven door seksuele driften. Het kan ook een manier zijn om agressie af te reageren, om frustratie te uiten. Er was het vreselijke incident tijdens het Eid-feest in 2006 toen honderden mannen zich op enkele passerende vrouwen hebben gestort. Dat ging niet over seks. Dat was een manier voor arme mensen die op die dag naar het centrum van Kairo waren afgezakt om te zeggen: wij bestaan ook en wij pikken het niet meer.”

In 2008 verwees u nog naar de achterlijke manier waarop Egyptenaren naar vrouwen kijken, en de invloed van het wahabistische ideeëngoed uit Saoedi-Arabië.

„Ik stel alleen vast dat vrouwen op het Tahrirplein 18 dagen lang niet zijn lastiggevallen. Vrouwen sliepen ’s nachts op het plein en niemand is verkracht. Maar twee weken na de revolutie heb ik zelf gezien hoe een menigte jongemannen op het Tahrirplein afkwam op de wekelijkse vrijdagbetoging met als enige bedoeling om vrouwen lastig te vallen. Ik twijfel er geen moment aan dat die mannen betaald waren om het plein een slechte naam te geven.”

Is alles wat in Egypte fout gaat dan de schuld van het oude regime?

„Nee, ik zeg niet dat we een volk van engeltjes zijn. Maar laat mij u een cijfer geven: 300.000. Dat is hoeveel bandieten de staatsveiligheid in dienst had in heel Egypte. We weten dat omdat het volk het gebouw van de staatsveiligheid heeft bestormd om te voorkomen dat de documenten werden verbrand. Dat is een leger. Vroeger gebruikten ze die mensen om de verkiezingen te vervalsen, nu zorgen zij voor chaos.”

Democratie gaat dus alle problemen oplossen?

„Ik weet dat het er nu niet zo goed uitziet. Mensen zijn bang. Toen ik onlangs een lezing gaf bij de krant Sabah El-Kheir, was iedereen bezorgd over welke kant de revolutie opgaat. Kijk, het is een revolutie. Na de Franse Revolutie was er twaalf jaar chaos. Na de Egyptische revolutie van 1919 heeft het vijf jaar geduurd voor er een regering was. Ik ben optimistisch. Het moeilijkste is achter de rug. Niemand geloofde een paar maanden geleden dat wij erin zouden slagen om een van de ergste dictators ter wereld ten val te brengen.”

Hoe ziet u de relatie tussen de Arabische wereld en het Westen?

„Wanneer ik in het Westen lezingen geef, zijn er altijd mensen die vragen: is democratie wel een goede zaak voor Egypte? Het is zo’n verschrikkelijke vraag, omdat er gesuggereerd wordt dat er mensen zijn, ‘blanke’ mensen, die meer recht hebben op democratie dan anderen. Mensen als wij zijn beter af met een wijze dictator. Met die argumentatie heeft Frankrijk zelfs Gaddafi op het Elysée ontvangen. Toen de Amerikaanse vicepresident Joe Biden eind januari gevraagd werd of Mubarak een dictator was, zei hij nee en dat hij niet moest opstappen. Toen Hillary Clinton laatst in Kairo was, hebben de jonge revolutionairen een gesprek met haar geweigerd. Maar ik geloof niet in veralgemenen over het Westen. De burgemeester van Parijs, Bertrand Delanoë, die een vriend van mij is, was bijvoorbeeld solidair vanaf het begin.”

Wat zal democratie betekenen voor Israël?

„Israël is niet gelukkig met de revolutie, zoveel is duidelijk. Ze zijn met Mubarak een belangrijke dienaar kwijtgeraakt. Hij paste toe wat in Israël werd beslist. Dat is voorbij. Egypte gaat nu de grensovergang met Gaza heropenen. Maar een vrij Egypte hoeft geen vijand te zijn voor Israël. Ik vind dat Israël vreselijke dingen doet met de Palestijnen, maar ik geloof ook dat de Israëliërs intelligente mensen zijn. Ik geloof dat zij zullen inzien dat het op de lange duur beter is om vrede te sluiten met een heel volk dan een deal te sluiten met een dictator die omver kan worden geworpen. Ik ben goed bevriend met de nieuwe Egyptische premier en de minister van Buitenlandse Zaken en in mijn gesprekken met hen heb ik niet gemerkt dat zij aansturen op een confrontatie met Israël. Egypte heeft daar geen enkel belang bij.”

Hoe heeft u de revolutie zelf ervaren?

„Op 23 januari, twee dagen voor de revolutie, was ik een boek aan het signeren. Ik heb toen gezegd dat we nu heel dichtbij waren, veel dichter dan de meeste mensen dachten. Dus ik was niet verbaasd, maar ik was wel diep onder de indruk van de moed van de mensen die op 25 januari op straat zijn gekomen. In mijn boeken heb ik het voortdurend over het Egyptische volk, maar ik heb het gevoel dat ik dat volk pas echt heb leren kennen op het Tahrirplein. Het waren niet dezelfde mensen met wie ik mijn leven heb doorgebracht. Voor de revolutie waren de Egyptenaren gefrustreerde mensen; ze waren pessimistisch en dachten alleen aan zichzelf en aan emigreren. Nu hebben we het gevoel dat Egypte eindelijk van ons is. Op de dag van het aftreden van Mubarak heb ik aan een twintigtal mensen gevraagd welk verschil dat maakte in hun leven. Elk antwoord bevatte het woord waardigheid.”

Komt er een boek van u over het Tahrir-plein?

„Ik ben een fictieschrijver, geen journalist. Ik heb tijd nodig om geïnspireerd te geraken. Maar het komt er zeker van. Tahrir was een onvergetelijke ervaring; elke minuut van die 18 dagen staat in mijn geheugen gegrift.”

Gert van Langendonck