Een verwoestende ramp in breedbeeld van 3,5 bij 7,8 m

Aflevering 13: over Pablo Picasso’s ‘Guernica’, de artistieke verwerking van het eerste terreurbombardement op Europese bodem.

Guernica 1937 The Picture Desk

In mijn geschiedenisboek op de middelbare school stond een reproductie van Guernica, het schilderij dat Pablo Picasso maakte in de weken na het bombardement van de gelijknamige Baskische stad op 26 april 1937. De afbeelding was in zwart-wit, tenminste dat dacht ik toen, maar dat maakte haar niet minder gruwelijk. In breedbeeld zag je de verwoestende gevolgen van een ramp: een man tussen de vlammen, een strompelende naakte vrouw, een paard met een gapende wond, het lijk van een uiteengereten soldaat, een stier met een brandende staart, een moeder die huilt om het dode kind in haar armen. Dat alles onder het agressieve schijnsel van een gloeilamp, die wel wat weg had van een priemend oog.

Net zo indrukwekkend was de informatie die in het geschiedenisboek over Guernica werd gegeven: de stad was een bastion van de Republikeinen in de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939); de nationalistische opstandelingen onder generaal Franco riepen de hulp in van de Duitse en Italiaanse luchtmacht, die de historische binnenstad twee uur lang bombardeerden en gericht op burgers schoten (met honderden doden tot gevolg); het was het eerste terreurbombardement op Europese bodem, een generale repetitie voor Warschau, Rotterdam, Coventry en daarmee ook voor Hamburg en Dresden. En het was niet alleen het onderwerp van een van de beroemdste schilderijen uit de kunstgeschiedenis, maar ook van een van de bekendste anekdotes. Toen tijdens de Duitse bezetting van Parijs de Gestapo huiszoeking deed in het appartement van Picasso vroeg een officier naar aanleiding van een foto van Guernica: ‘Haben Sie das gemacht?’ De schilder antwoordde: ‘Nein, das haben Sie gemacht.’

Foto Kippa

Pablo Picasso. Foto Kippa

In veel opzichten was Guernica een synthese van motieven en stijlen waarmee Picasso al ver vóór de oorlog tot de beroemdste kunstenaar van zijn tijd was uitgegroeid. De abstracte, vervormde lichamen stamden af van de ‘demoiselles d’Avignon’ op zijn baanbrekende bordeelscène uit 1907. De stier en het paard herinneren aan zijn fascinatie voor stierengevechten en minotaurussen (half mens-half stier). En de huilende vrouw (een variatie op de mater dolorosa die erg geliefd was in de Spaanse kunst) was een zeer recente artistieke obsessie die hij nog vaak op het doek zou uitleven. Alleen de felle kleuren van Picasso’s werk uit zijn achtereenvolgens roze, blauwe, kubistische, klassieke, surrealistische en abstracte periodes ontbraken. Om de horror van Guernica nóg sterker op te roepen, werkte de schilder in zwart, wit, grijs en een heel licht tintje blauw.

Het bombardement van Guernica (Gernika in het Baskisch) overviel Picasso terwijl hij in opdracht van de Republikeinse regering bezig was met het ontwerpen van een muurschildering voor het Spaanse paviljoen op de Wereldtentoonstelling van Parijs, zomer 1937. Wat hem aanvankelijk voor ogen stond is misschien af te leiden uit de ets De droom en leugen van Franco die hij in januari van dat jaar maakte: een soort strip met twee keer drie stroken van drie plaatjes waarin de latere generalísimo zich als komisch getekende antiheld te buiten gaat aan wreedheden; het stervende paard, de huilende vrouw, de dode soldaat en de toekijkende stier spelen al een bijrol.
Na de krantenberichten over de verwoesting van Guernica zette Picasso binnen een week een schilderij van 3,5 bij 7,8 meter op; de tientallen schetsen en spin-offschilderijen die hij tegelijkertijd maakte (onder meer een ontroerend paardenhoofd), zijn voor een deel te bezichtigen in het Reina Sofia Museum in Madrid, in dezelfde zaal waar Guernica na lange omzwervingen in 1992 terechtkwam.

Want Guernica is meer dan alleen een verbluffend schilderij. Vanaf het moment dat het op de Wereldtentoonstelling onthuld werd, was het een symbool – van de gruwelen van de oorlog, van de nietsontziendheid van de republikeinen en de fascisten, van het kunstenaarsverzet tegen de bad guys in de Spaanse Burgeroorlog. Na de première in Parijs ging Guernica dan ook op tournee door de vrije wereld: eerst naar Scandinavië en Londen (1938) en na de overwinning van Franco in de Burgeroorlog naar de Verenigde Staten, waar het op last van Picasso door het Museum of Modern Art moest worden beheerd totdat Spanje weer een vrije Republiek was; en daarna naar vele grote steden in Europa. Uiteindelijk gaf het MoMA het schilderij ‘terug’ aan het democratische Spanje in 1981, waar het elf jaar lang te zien was in het Prado in Madrid.

©

©

Er zijn vele kunstwerken gewijd aan de Spaanse Burgeroorlog, ook al omdat veel intellectuelen en kunstenaars actief deelnamen aan de socialistische en communistische strijd tegen Franco: romans en literaire non-fictie (zoals Ernest Hemingways For Whom the Bell Tolls en George Orwells Homage to Catalonia), surrealistische schilderijen (van René Magritte en Salvador Dalí), beelden (van Henry Moore), muziekstukken (van Benjamin Britten en Samuel Barber) en niet te vergeten het beroemde postzegelontwerp in primaire kleuren (Aidez l’Espagne) van Joan Miró. Maar er is er maar één dat boven alle andere uittorent en dat is Guernica van Picasso, het kunstwerk dat hij zelf omschreef als een uitdrukking van zijn „afschuw van de militaire kaste die Spanje heeft laten verzinken in een oceaan van pijn en dood”.