Een hete cel in El Salvador

Fotograaf Kadir van Lohuizen (1963) reist in veertig weken van het zuiden van Vuurland, over de Pan-American Highway, naar Alaska. Hij bezoekt de vele migranten die langs de route leven en werken. Deel 13 van een tweewekelijkse rubriek.

De gevangenispoort zwaait voor mij open. Ik zie alleen de bruine ogen van de bewakers. Ze dragen bivakmutsen, uit vrees herkend te worden tijdens hun werk in de beruchte gevangenis van Quezaltepeque, net buiten San Salvador, de hoofdstad van El Salvador.

Na vele brieven en telefoontjes mag ik de gevangenis binnen. „Op eigen risico”, zegt de gevangenisdirecteur. Ik word twee keer grondig gefouilleerd. Mijn camera mag mee, maar dat is dan ook alles.

Ik mag praten met William in zijn hete en overbevolkte cel. Hij deelt de kleine ruimte met 56 anderen. In de hoek is een gat in de grond, de wc. De gevangenis was oorspronkelijk gebouwd voor 300 gevangenen, nu ‘wonen’ er 1.200.

William zit voor 38 jaar vast, hij is aangeklaagd voor elf moorden en veroordeeld voor één. Hij spreekt goed Engels. Hij heeft in Amerika gewoond, net als veel van zijn celgenoten. Ze hebben grote tatoeages, de insignes van de maras, de beruchte straatbendes van El Salvador.

‘‘De bendecultuur is meegenomen uit de arme wijken van Amerikaanse steden als Los Angeles. Daar woonden vluchtelingen uit El Salvador tijdens de burgeroorlog (1980-1992). Na de vrede migreerden de maras met hen mee naar El Salvador.’’

In de gevangenis van Quezaltepeque worden rivaliserende maras gescheiden gehouden. Toch breken er soms rellen uit of vermoorden gevangenen elkaar onderling.

Reis mee via de app voor de iPad of via www.viapanam.org