De sprinkhaan heeft nog wat woorden over

Elsbeth Etty neemt wekelijks de stapel binnengekomen boeken door, signaleert en geeft een eerste oordeel. Deze week stroomopwaarts langs katten, sprinkhanen tot in Birma toe.

Voor een interessant reisverhaal hoef je niet op zoek naar de bronnen van de Nijl of de Orinoco, bewijst Aafke Steenhuis in Het lied van de Eems. Van de monding naar de bron (Contact, 384 blz. €19,95). Fietsend en wandelend over de dijken en langs de havens schildert de in Delfzijl geboren Steenhuis het landschap, de stadjes en de mensen. De benedenloop van de ooit machtige getijdenrivier mag dan verworden zijn tot een kaarsrecht kanaal, er blijft veel te genieten over. Steenhuis tekent de in het Nedersaksisch voortlevende mythen en gedichten op, die teruggaan tot een grijs verleden en ze verwondert zich over de schoonheid van oude stadjes aan de bovenloop. Bij weinigen is bekend dat in de barre veenmoerassen langs de Eems door de nazi’s vijftien concentratiekampen zijn gesticht, waar 30.000 mensen het leven lieten. De tocht naar de bron van de Eems blijkt zelf een onuitputtelijke bron voor gesprekken en bespiegelingen. Een minpuntje vind ik dat Steenhuis de rivier soms iets te nadrukkelijk benoemt als een metafoor voor haar eigen leven: een zich telkens vertakkende stroom van woorden, verlangens en verhalen. Dat mag de lezer zelf bedenken bij zo’n gedetailleerd en liefdevol geschreven reisverhaal.

Waarschijnlijk behoor ik tot een minderheid die (al van jongs af aan) een hekel heeft aan het zoetsappige ‘als ik stout ben zeg ik bil’-oeuvre van Annie M.G. Schmidt. Maar voor liefhebbers van jip-en-janneketaal die ook van katten houden is Het Grote Poezenboek (Querido, 352 blz. €19,95) het ideale sinterklaascadeau. Ik vind alleen de kattenfoto’s in het boek leuk en het verhaal ‘Minoes’ over journalist Tibbe die bij de krant door een lafhartige hoofdredacteur ontslagen wordt, omdat hij zich kritisch heeft uitgelaten over de autoriteiten. Als met behulp van solidaire katten tijdens een openbare lezing wordt aangetoond dat Tibbe alleen maar de waarheid heeft geschreven moet de hoofdredacteur hem weer terugnemen.

In Het geluk van de sprinkhaan (Querido, 126 blz. €14,95), de vierde meesterlijke dierenroman van Toon Tellegen, moedigt de libertaire hoofdpersoon, een sprinkhaan met een winkel waar bijna alles te koop is, zijn medeschepselen juist aan zich vrijelijk te uiten. Als het schrijvertje bijvoorbeeld tegen hem klaagt dat hij ‘uitgeschreven’ is, antwoordt sprinkhaan: „Ik heb nog wel wat te schrijven voor je. Ik heb woorden in voorraad die niemand wil hebben. Ik wil ze eigenlijk wegdoen, maar misschien heb jij er nog wat aan.” De dieren van Tellegen zijn allerminst zoetsappig, ’t zijn net mensen, die als ze hun pakken met „onverkoopbare woorden” aan de straatstenen niet meer kwijt kunnen, vals gaan spelen.

‘Ga niet gewillig heen’ heet één van de 28 zeer fraaie gedichten uit de bundel In omgekeerde richting (De Harmonie, 32 blz. €17,90) van Bernlef en Hans Tentije. In deze ‘gedichtenwisseling’ bezingen de twee gelauwerde dichters om en om de Noord-Hollandse kust en eren zij Dylan Thomas. ‘Ga niet gewillig heen’, is een bewerking door Bernlef van Thomas’ Do not go gentle into that good night en Tentije citeert in ‘Bij het botenhuis’ uit Fern Hill van Dylan Thomas. Alle gedichten ademen zee en doen me snakken naar het strand .

Aung San Suu Kyi. Biografie door de Britse journalist Peter Popham (Sijthoff, 432 blz., vert. Fons Oltheten, €22,50) is de eerste in het Nederlands verschenen levensbeschrijving van de Birmese oppositieleider en Nobelprijswinnaar, het icoon van het Birmese verzet tegen het militaire regime. Van Suu Kyi zijn diverse biografieën in omloop, maar deze is de meest recente en de vertaling komt op een gelukkig moment, nu Suu Kyi heeft aangekondigd aan de eerstvolgende parlementsverkiezingen in Birma te zullen deelnemen, wat haar tot dusver onmogelijk werd gemaakt. Biograaf Popham schrijft al vele jaren over Birma voor de krant The Independent en kent Suu Kyi persoonlijk, wat weinig journalisten hem kunnen nazeggen. Het boek is een introductie in de geschiedenis van het land, in het bijzonder van de afgelopen twintig jaar, waarin de zwaartepunten liggen bij de opstanden van 1988 en 2007 die door de generaals werden onderdrukt. Als symbool van vreedzaam verzet bouwde Suu Kyi een reputatie op die zich met die van Gandhi laat vergelijken. Al put Popham zich soms uit in bewonderende superlatieven, een hagiografie kan men dit boek niet noemen – en voor bewondering is alle reden.

Elsbeth Etty