De Gouden Zon komt op in China

In geen enkel land worden zoveel zonnecellen geproduceerd als in China. Maar het overgrote deel daarvan wordt geëxporteerd. Voor zijn eigen energiebehoefte zal China nog jaren afhankelijk zijn van sterk vervuilende kolencentrales.

In rotten van tien, 190 jongens en meisjes sterk, sprint de avondploeg van Yingli Solar vijf rondjes om de fabriekshal voordat de groepsleider het signaal geeft dat de dienst begint. Waarom de monteurs van zonnepanelen, de snijders van de flinterdunne silicone plaatjes, de schoonmaaksters en inpaksters als een peloton infanteristen over het reusachtige industrieterrein marcheert, legt vicepresident Liang Tian uit.

„Oprichter Liansheng Miao is een oud-legerofficier, hij gelooft in de methodes van het leger om de discipline en de werklust onder onze jonge werknemers te bevorderen. Hij is ook een bewonderaar van het Japanse arbeidsethos”, zegt hij. Beursgenoteerde Chinese ondernemingen verdonkeremanen vaak hun connecties met het Volksbevrijdingsleger, omdat die buitenlandse investeerders kopschuw kan maken. Maar hier doet niemand geheimzinnig over deze vorm van guanxi (relaties).

In tien jaar heeft Liansheng Miao (55) een bedrijfje dat bestond uit een makelaarskantoor, een disco en een cosmeticazaak omgebouwd tot de op een na grootste Chinese leverancier van zonnepanelen en bijbehorende batterijen, stekkers en snoeren aan Europa en Noord-Amerika.

Goede relaties met een behulpzame overheid, die niet rechtstreeks subsidieert maar wel bestellingen plaatst en belastingvoordelen toekent, spelen een hoofdrol in dit succesverhaal. „Door onze bestuursvoorzitter Liansheng Miao hebben wij een diepe connectie met het leger en we zijn daar trots op”, aldus Liang Tian. Dat is ook overal zichtbaar. De tienduizenden werknemers – het personeelsbestand wordt uitgebreid van 21.000 nu naar 30.000 in 2012 – dragen blauwe gevechtspakken en naar bezoekers die in golfkarren worden rondgereden op het complex even buiten Baoding, ten zuiden van Peking, wordt gesalueerd.

Bij het laaddok van Yingli, waar plek is voor veertig vrachtwagens tegelijk, zegt manager Liang: „Daar moeten de mannen nu tempo maken, want de schepen in Tianjin, hier drie uur rijden vandaan, moeten vannacht nog geladen worden. Ik schat dat tachtig procent van onze zonnecellen en batterijsystemen naar het buitenland gaat.”

Uit de kwartaalverslagen van Yingli Solar blijkt dat het bedrijf in de afgelopen drie kwartalen zelfs maar tien procent van de geproduceerde panelen, waarin veel westerse en ook Nederlandse technologie is verwerkt, heeft afgezet in China zelf.

Zoals ieder groot Chinees bedrijf heeft ook Yingli een museum. Daar is op kaarten en foto’s te zien dat de zonnepanelen vooral naar Noord- en Midden-Amerika, Japan, Spanje, Duitsland, Frankrijk en Israël en omgeving gaan. Vijftien procent van de Amerikaanse en bijna tien procent van de Europese markt is in handen van Yingli.

„Ik weet niet precies hoeveel zonnepanelen we al in Europa hebben verkocht, maar ik weet wel dat Chinese bedrijven 50 procent van de wereldmarkt in handen hebben en wij staan soms op de eerste en soms op de tweede plaats. Dat verschilt per kwartaal, we groeien hard”, zegt Liang.

Groeipercentages van meer dan 20 procent per kwartaal zijn de afgelopen jaren regel voor dit op Wall Street genoteerde bedrijf. Een uitschieter was de 36,6 procent groei in het tweede kwartaal van dit jaar. De onderneming, met een waarde van 1,5 miljard dollar, verwacht dit jaar een winst van rond de 400 miljoen dollar te boeken, een stijging van 23 procent in een jaar.

Liang wijst naar fabriekshallen in aanbouw aan de overkant van de brede weg. Pal daarnaast wordt een 19 verdiepingen hoge torenflat gebouwd om de hoofdzakelijk jonge werknemers, overwegend arbeidsmigranten uit centraal- en westelijk China, onder te brengen. Twaalf gigantische zonnepanelen worden naar het dak getakeld.

Naast hun basismaandloon van rond de 120 euro, exclusief overwerk, worden zij gratis gehuisvest in flats met airco, tv en internet en zorgt de bedrijfskeuken voor drie warme maaltijden per dag. Voor Chinese begrippen geen slechte deal, maar geen Europees of Amerikaans bedrijf kan daar tegenop.

Op straat passeren kuddes schapen en geiten, boeren in de omgeving gebruiken het betonnen parkeerterrein voor Yingli als dorsvloer en om maïs en peulvruchten te laten drogen. Straatlantarens zijn uitgerust met kleine zonnepanelen en het nabij gelegen zessterrenhotel van Yingli Solar draait volledig op zonne-energie.

Dat zijn uitzonderingen, want ook Baoding wordt van elektriciteit voorzien door twee kolengestookte centrales aan de andere kant van de stad. Boven de ‘Zonne-energiehoofdstad van China’ (Dagblad van Baoding) hangt een grijze deken van bouwstof, uitlaatgassen en woestijnstof.

Chinezen hebben geen onleesbare klimaatrapporten en statistieken nodig om vast te stellen dat hun land maar amper zon en wind gebruikt om de lucht wat frisser en gezonder te maken. De stedelingen, voelen aan hun geprikkelde longen en hun waterige ogen dat het internationale klimaatdebat een voor hen een weinig relevant praatcircus is.

„Pas vanaf 2040 gaat groene technologie in het vervullen van de Chinese behoefte aan energie een dominante rol spelen”, zegt directeur Li Junfeng van de Nationale Ontwikkelings- en Hervormingscommissie, het machtige partijorgaan voor de economische ontwikkeling van China, in een recent interview in het Volksdagblad.

De komende decennia blijven fossiele brandstoffen, vooral kolen, snelgroeiend China van elektriciteit voorzien. Sterker nog, de afhankelijkheid van kolen groeit, van 71,3 procent in 2000 naar meer dan 80 procent dit jaar. President Hu Jintao zei drie jaar geleden in de VN dat China het klimaatprobleem erkent, maar zijn regering blokkeerde wel een internationaal klimaatverdrag.

Sinds Hu’s toezegging dat de intensiteit van broeikasgassen per eenheid geconsumeerde energie in 2020 met 40 tot 45 procent verlaagd zal worden, heeft China bijna 38 miljard dollar besteed aan groene projecten. Het land beschikt nu al over 4.000 megawatt aan productiecapaciteit. Ook in het nieuwe vijfjarenplan is veel aandacht voor het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen.

„Ambitieuze, maar ook geduldige plannen. China blijft getrouwd met kolen en olie. Als de economische groei, zoals de verwachting is, zal afnemen wordt het moeilijker het tempo van de overschakeling van fossiele naar groene brandstoffen vol te houden”, zegt energiespecialist Charles Yonts van de zakenbank Credit Lyonnais in Shanghai.

Drie jaar geleden raakten de Chinese leiders volgens Yonts echter in de ban van het idee dat met een snelle ontwikkeling van groene technologie een reeks problemen opgelost kon worden: de afhankelijkheid van buitenlandse olie en de catastrofale milieuvervuiling zouden worden verminderd en het land zou een innovatieve leider worden.

Dat proces is op gang gebracht, maar verloopt trager dan gedacht. Er zijn praktische problemen met de opslag van zonne- en windenergie en met de aansluitingen op het bestaande netwerk. De kostprijs per kilowattuur – zon en windenergie is vijftig procent duurder dan kolengestookte elektriciteit – blijft het grootste struikelblok.

Bij Yingli wordt luchtig gedaan over deze hindernissen. „In het kader van het Gouden Zon-programma krijgen wij steeds meer Chinese orders binnen – dit jaar al voor 200 megawatt. De Chinese markt is zeer dynamisch en we gaan zeker de zon op steeds grotere schaal gebruiken”, zegt Liang.

Yingli levert aan zonne-energieparken in de provincies Xinjiang en Qinghai, aan universiteiten en het leger, dat bij zijn ruimtevaartcomplex een zonnepanelenpark bouwt. Buitenlandse ondernemingen worden bij deze projecten geweerd.

„Ook de prijs zal door het beleid van de overheid omlaag gaan als de subsidies op fossiele brandstoffen worden afgeschaft. Dat zal de komende jaren geleidelijk gebeuren”, denkt Liang.

De vicepresident heeft nog wel een prangende vraag. Niet over groene technologie, maar over voetbal. Zal Oranje de finale halen van het WK 2014 in Brazilië, dat net als het WK van vorig jaar in Zuid-Afrika, in het kader van China’s groene charmeoffensief, door Yingli wordt gesponsord.

Dat op de reclameborden in de Zuid-Afrikaanse WK-stadions de naam van zijn bedrijf verscheen, vervulde iedereen met trots, vertelt hij. „Tussen de verschillende productieploegen is nu de strijd begonnen welke best presterende ploeg de reis naar het WK in Brazilië zal gaan winnen”, grijnst Liang, die bij Spanje-Nederland op de tribune zat.

Oscar Garschagen

    • Oscar Garschagen