De Badkuip? Zo mooi, die mag wel op op een postzegel

De nieuwe gevel van het Stedelijk Museum staat al bekend als de ‘badkuip’. Over de architectonische waarde zijn de meningen verdeeld. Het materiaal wordt onder meer gebruikt voor kogelwerende vesten.

Gisterochtend, twaalf uur. Onder de glimmend nieuwe gevel smeren bouwvakkers met asfalt nog een vloertje aan. Over ongeveer vijf uur, als de duisternis invalt, wordt de gevel van het Stedelijk Museum in Amsterdam, een ontwerp van architectenbureau Benthem Crouwel, ‘onthuld’. Voor die gelegenheid wordt de gevel speciaal uitgelicht. Dan staat het vloertje vol met genodigden, onder wie de directeur van het museum, Ann Goldstein en wethouder van cultuur, Carolien Gehrels.

De ‘badkuip’ wordt de nieuwe gevel genoemd, niet alleen door de Amsterdammers, maar ook door de architect zelf. Die bijnaam heeft de nieuwbouw te danken aan vorm en kleur. Op het oog is het één lang, wit, glanzend vlak, dat slechts drie keer wordt onderbroken door naden, ‘uitzetlijnen’ van zo’n 15 millimeter, om eventuele uitzetting bij koud of warm weer op te vangen.

Maar schijn bedriegt. Het vlak – de totale oppervlakte van de badkuip bedraagt bijna 3.000 vierkante meter – bestaat uit 270 losse panelen. Die zijn gemaakt van een kunststof, een vezelversterkt composietmateriaal dat uit Twaron aramidevezel en Tenax koolstofvezel bestaat. Twaron wordt onder meer gebruikt in kogelwerende vesten en de vliegtuigindustrie. In de bouw wordt het gebruikt voor de versterking van bruggen en pilaren, vaak in gebieden waar aardbevingen voorkomen. Voordeel: producent Teijin meent dat het vijf keer lichter dan staal is en dat tegen extreme temperaturen kan. Die uitzetlijnen zijn dus eigenlijk nergens voor nodig.

De panelen zijn geproduceerd in Lelystad en daarna per oplegger naar Amsterdam vervoerd. Daar begon wat misschien wel het meest arbeidsintensieve deel van het project is – het bevestigen van de kunststof panelen aan de staalconstructie via 12.000 ophangpunten. De coördinaten van die punten werden weliswaar op de computer berekend, maar de steunen moesten ter plekke met de hand worden gesteld door een maatvoerder en een timmerman. „In twintig gevallen moest er een extra gat worden geboord” aldus ingenieur M. Coffeng van VolkerWessels.

Het stellen nam uiteindelijk geen zes maar tien weken in beslag – een minieme vertraging als je bedenkt dat de nieuwbouw van het Stedelijk oorspronkelijk in 2008 klaar had moeten zijn. Bovendien claimt bouwer VolkerWessels, die de bouw in april van dit jaar van Midreth over nam nadat deze failliet was gegaan, de vertraging elders te hebben ingelopen.

Volgens eigen zeggen heeft de badkuip VolkerWessels geen problemen opgeleverd. Of het moet de inhuldiging van Ajax zijn geweest, in mei van dit jaar. Toen sneuvelden ruiten, werden motorkappen opengetrokken en werden elektrische bedradingen kapot gemaakt.

Van de machine die de panelen aan de staalconstructie bevestigd, werd het besturingsmechanisme, met de grootte van een mobiele telefoon, gestolen. Bij VolkerWessels denken ze niet dat de dief wist wat hij mee nam, maar vervelend was het wel – „Het was de enige afstandsbediening in Europa”, aldus Coffeng.

Over de schoonheid van de badkuip, en de iconische waarde ervan, verschillen de meningen.

NRC-recensent Bernard Hulsman betoogde begin dit jaar het ding om te bouwen tot een zwembad en te laten afzinken in de Amstel. Vezelproducent en sponsor Teijin daarentegen schroomt niet de nieuwbouw van het Stedelijk Museum te vergelijken met het Guggenheim in Bilbao en de Eiffeltoren in Parijs: „De een gemaakt van titanium en de ander van staal”. En ook op de bouwplaats zeggen betrokkenen: “De badkuip? Die kan zo op een postzegel.”