Chinese werkbijen eisen hun recht op

Chinese migranten in de grote steden hebben er genoeg van dat hun kinderen worden buitengesloten van goede scholen. Ze voeren actie voor toelating. „Wij betalen hier belasting en we geven onze werkkracht aan de stad.”

Kindergarden children prepare to take an afternoon nap at a branch of Lingzhi primary school, which is housed inside a rented four-storey residential building, in Wuhan, Hubei province November 14, 2011. The civilian-run school, founded in 1999 mainly for children of migrant workers, has about 600 students in its two branches, local media reported. REUTERS/Stringer (CHINA - Tags: EDUCATION SOCIETY) REUTERS

Liu Yang is pas echt een tijgermoeder. Iedere zaterdag demonstreert zij voor het Bureau van Onderwijs in Shanghai, samen met tientallen andere moeders en vaders van schoolgaande tieners. Deze ouders, arbeidsmigranten, eisen het recht op dat hun kinderen in deze metropool aan de Chinese oostkust tot de middelbare scholen en daarna misschien tot de universiteiten worden toegelaten.

„Wij betalen belastingen, we geven onze werkkracht aan de stad, maar onze kinderen worden hier niet toegelaten tot de middelbare scholen, waardoor zij ook niet naar de universiteit kunnen. Wij willen voor onze kinderen het recht om hier toelatingsexamens te doen”, vertelt Liu Yang die al zeven jaar met haar man en inmiddels 14-jarige zoon in Shanghai woont.

Communistisch China is een standenmaatschappij, een gespleten samenleving, waarin het geboorteregistratiesysteem (hukou) dat in de jaren vijftig door Mao Zedong werd ingevoerd een van de voornaamste breuklijnen veroorzaakt. Liu, haar man en negen miljoen andere plattelanders mogen wel in Shanghai werken, maar hebben,omdat zij niet niet over een grootstedelijk hukou beschikken, geen rechten.

In Peking met acht miljoen rechteloze arbeidsmigranten, Shenzhen met zeven miljoen en Guangzhou met negen miljoen is het niet anders en ook daar demonstreren iedere zaterdag op de stoepen van de lokale vestigingen van het ministerie van onderwijs groepjes, tamelijk moedige en vastberaden ouders.

„Wij zijn maar nederige werkbijen”, zegt Liu Yang die het vooral te doen is om het openbreken van het onderwijssysteem. Omwille van haar 14-jarige zoontje en de twee miljoen andere migrantenkinderen in de vier grootste Oostkuststeden. De demonstranten hebben een veel bezochte website (www.yaoyugongping.cn) geopend voor een officiële petitie aan de overheid en al 66.000 handtekeningen verzameld.

„Natuurlijk heb ik de politie in huis gehad. Zij hebben ons gewaarschuwd heel voorzichtig te zijn en niet met de media te praten. Maar we staan in ons recht, want premier Wen Jiabao heeft al gezegd dat hij ons probleem wil oplossen”, zegt Liu, die de Chinese media mijdt maar wel met een Nederlandse krant durft te praten omdat het artikel niet in het Chinees of het Engels wordt afgedrukt.

In Shanghai zitten arbeidsmigranten in openbare scholen in aparte klassen, eten in aparte kantines en maken geen schijn van kans om toegelaten te worden tot de zestien internationaal geroemde particuliere scholen. In Peking worden migrantenkinderen helemaal niet tot het openbare schoolsysteem toegelaten. De speciale, doorgaans illegale scholen voor migrantenkinderen in de hoofdstad worden op het ogenlik gesloten. Dat leidt vaak tot dramatische taferelen en heftige botsingen met de politie.

„Mijn zoon kan na de negen jaar op de lagere en de middenschool wel in Shanghai naar een technische school om kapper, kok of fabrieksarbeider te worden, maar hij mag geen toelatingsexamen voor het voortgezet onderwijs doen. Hij wil ingenieur worden”, legt Liu uit.

Volgend jaar, als hun zoon de middenschool heeft afgemaakt, moeten zij of haar man hun banen opzeggen om samen met hem terug te gaan naar hun geboortedorp in de provincie Anhui waar hij wel examen mag doen. Korte of langere scheidingen om redenen van werk of studie zijn in Chinese families niet ongebruikelijk, maar tegen dit moment ziet zij nu al enorm op.

Liu Yang: „Ik wil mijn zoon niet terugsturen naar mijn bejaarde ouders, ik wil niet van hem gescheiden worden dus we moeten terug, waardoor waarschijnlijk mijn inkomen verloren gaat. Ik kan best een paar maanden of een paar jaar zonder mijn man, hoewel dat tegenwoordig ook niet zo’n veilig idee is. Maar ik kan beslist niet zonder mijn zoon.”

Zij leidt een schoonmaakploeg van dertig vrouwen en meisjes, haar man is installateur van vloerverwarming. Samen zijn zij ontsnapt aan de diepe armoede in een uithoek van Anhui. Ze willen niet terug.

Er is nog een probleem, dat algemeen door onderwijsspecialisten wordt erkend. „In Shanghai, Peking, Shenzhen en Guangzhou worden andere, eigen boeken gebruikt, de examens verschillen totaal van elkaar, de systemen sluiten niet op elkaar aan”, vertelt Lui aan de hand van materiaal dat op de website staat van de ‘Ik-wil-examen-doen-beweging’.

„Dat klopt’’, zegt professor Gu Jun, onderwijsexpert van de Fundan Universiteit. Peking, Shanghai, Shenzhen en Guangzhou, de vier oudste en grootste economische zones van het land, hebben eigen schoolsystemen mogen ontwikkelen die in educatief opzicht verschillen van het nationale systeem.

Het onderwijs in deze metropolen is moderner, meer op het individu gericht, er is meer ruimte voor Engels, muziek, gymnastiek en kalligrafie. „Het onderwijs in de rest van China is klassikaal, gericht op feitenkennis en standaardexamens”, aldus Gu, die erkent dat migrantenkinderen gediscrimineerd worden.

Hij spreekt over een vorm van „rationele en noodzakelijke discriminatie”. Als de openbare en particuliere schoolsystemen in de vier metropolen worden opengesteld voor de tienerkinderen van arbeidsmigranten, zullen deze scholen bezwijken onder de vloedgolf.

„Shanghai, Peking en sommige andere steden hebben hun eigen onderwijssystemen, die zij zelf financieren. Zonder hulp van de centrale overheid kan dit probleem nooit worden opgelost. We moeten van het hukou-systeem af, maar dat duurt zeker nog een jaar of twintig. Eens zal dat wel moeten gebeuren als wij werkelijk een stad van wereldklasse willen zijn, en dat willen wij”, zegt Gu, die – het verrast niet – over een Shanghaise hukou beschikt.

Mevrouw Liu Yang wil niet nog twintig jaar wachten. Zij heeft haar hoop op premier Wen Jiabao gevestigd en prijst ‘opa Wen’ om zijn overigens nog weinig effectieve pogingen het discriminerende hukou-systeem te veranderen.

Waar zij zich intussen het meest aan stoort, zijn de boze reacties op straat van echte Shanghaiers en de haatdragende e-mails die op de site binnenkomen.

Bezitters van grote steden-hukou’s vinden arbeidsmigranten ‘stinken’ en ‘lui’. Ze zouden alleen maar uit zijn op de banen van de echte Pekingers en Shanghaiers, die in de ambtenarij, de partijbureaucratie en het bedrijfsleven werken. Arbeidsmigrantenkinderen zijn „wild tuig”, aldus een van die e-mails.

Liu Yang: „Waarom mogen zij, omdat zij toevallig in de stad geboren zijn wel en wij, de boeren, niet meedoen aan de Chinese droom?”