Als het slecht gaat wordt mijn naam genoemd

Hij wordt genoemd als minister en aangeroepen als redder van België. Johan Vande Lanotte is nauw betrokken bij de stokkende kabinetsformatie van zijn land. „Ik ben op het punt gekomen dat ik zeg: zelfs een regering als in Nederland is beter dan niks.”

Portret van politicus Johan Vande Lanotte (Sp.a) in de haven van Oostende, België. Wouter Van Vooren

Zijn naam ging de afgelopen dagen rond als de redder van België in nood: de Vlaamse sociaal-democraat Johan Vande Lanotte – senator, oud-minister en vorig jaar al eens bemiddelaar in de eindeloze politieke crisis – zou koninklijk kandidaat ‘afkoeler’ zijn. Als formateur Elio Di Rupo, die op maandag zijn ontslag aanbood bij koning Albert, meer tijd nodig zou hebben om bij te komen van wéér een mislukking in de regeringsonderhandelingen.

De nieuwe crisis ontstond onder dreigende omstandigheden: de financiële markten wantrouwen België meer dan ooit, de Europese Commissie komt met een boete als er niet snel een begroting is voor 2012. Maar de Franstalige socialist Di Rupo bereikte met de zes partijen die een regering zouden gaan vormen, geen akkoord over zo’n begroting. Hij kreeg ruzie met Alexander De Croo, de leider van de Vlaamse liberale partij Open VLD die extra bezuinigingen eiste, en reed naar het kasteel van koning Albert in de Ardennen.

„Het gaat heel slecht”, zei Vande Lanotte tegen iedere journalist die hem belde over het gerucht van zijn aanstaande benoeming. „Want altijd als het heel slecht gaat in België, wordt mijn naam genoemd.”

Het Paleis belde hem niet. Op woensdagavond zat hij in de auto van Den Haag, waar hij een lezing hield over populisme, naar zijn huis in Oostende. Op zijn BlackBerry las hij dat Di Rupo weer bij de koning was. „Dan gaat hij verder met onderhandelen. Anders zou de koning nu aan het bedenken zijn wie hij in stelling brengt.”

Waarom wordt u genoemd als het slecht gaat?

„Omdat ik veel ervaring heb. Ik heb geen hoog ideologisch profiel en mijn reputatie is dat ik snel oplossingen kan bedenken.”

U geldt als fixer.

„Voilà.” Hij lacht hard. „En ik ben aangenaam, intelligent en fantastisch. Maar er zijn er weinig die dat vinden.”

In Den Haag was hem gevraagd wat hij erger vond: een minderheidsregering met gedoogsteun van Geert Wilders of géén regering. Vande Lanotte zei: „Ik ben op het punt gekomen dat ik zeg: zelfs een regering zoals in Nederland is beter dan niks.”

Dat zou u vorig jaar niet hebben gezegd?

„Nee, maar toen wist ik nog niet dat we héél 2011 zouden verliezen. Ik ben het inhoudelijk niet met de Nederlandse regering eens, maar het land wordt bestuurd. Je kunt je natuurlijk wel afvragen hoe lang het duurt, als de beloftes over migratie niet worden waargemaakt. En daar komt niks van in huis. Wilders zal de coalitie beginnen te jennen.”

U zat de afgelopen weken bij de onderhandelingen als ‘tweede man’ van uw partijvoorzitter Bruno Tobback. Wat ging er mis?

„Alle partijen vragen al wekenlang aan Open VLD: wat is voor jullie het belangrijkste? Waar moeten we zeker zoeken naar een compromis? Waar willen jullie uitkomen? Dan zeiden ze: ‘alles is belangrijk’. Maar zo kom je er niet. Wij hadden misschien meer moeten aandringen.”

Wat had Di Rupo anders moeten doen?

„Hij had misschien meer tijd moeten besteden aan bilaterale gesprekken, vooral met de liberalen. Maar dat is achteraf makkelijk praten. Zulke gesprekken wekken ook argwaan op bij de andere partijen. Het probleem bij Di Rupo is dat hij een gedistingeerde discutant is. Hij kan niet omgaan met de scherpe analyses van Alexander De Croo. De Croo is geen onaangename man, maar over Di Rupo’s voorstellen zei hij steeds: ‘daar gaat Europa ons op buizen’. Laten zakken. Dan is degene die de ideeën heeft bedacht dus een dommerik.”

Zo vatte Di Rupo dat op?

„Zo zou ik het zelf aanvoelen. Als je zakt op iets waar je dag en nacht aan hebt gewerkt. Daar hoef je geen overdreven gevoelige persoonlijkheid voor te hebben. En Di Rupo is een wetenschapper, een scheikundige. Hij kijkt naar het zetelaantal dat partijen vertegenwoordigen, weegt dat af en maakt een compromis waarbij iedere partij voor een deel, naar rato, iets krijgt. Dat vindt Open VLD niet leuk, die partij wil boven zijn gewicht meetellen. Partijen vinden het ook niet leuk dat Di Rupo het compromis zelf bedenkt. Ze willen het uitgevochten hebben.”

Di Rupo had zes partijen aan tafel. Aan Franstalige kant zijn eigen socialisten (PS), de liberalen (MR) en conservatieven (CDH). Uit Vlaanderen waren het de sociaal-democraten (sp.a), liberalen (Open VLD) en christen-democraten (CD&V). De grootste partij in Vlaanderen, de Vlaams-nationalistische N-VA die het einde van België wil, deed al sinds de zomer niet meer mee. Dat hielp bij de akkoorden over staatshervorming, met meer bevoegdheden voor Vlaanderen, Wallonië en Brussel, die werden bereikt na 459 dagen onderhandelen. De N-VA vond dat de Vlaamse partijen te veel hadden toegegeven aan de Franstaligen, maar stond aan de kant.

In de opiniepeilingen groeide de N-VA, en de partijen aan tafel wisten dat er geen weg meer terug was: als de onderhandelingen mislukten, ging de afgesproken staatshervorming niet door en zou België politiek weer helemaal vastzitten.

Dat de gesprekken deze week toch vastliepen, had alles te maken met de N-VA. Die is nationalistisch maar ook rechts-liberaal en een grote concurrent van de Vlaamse liberalen.

In Den Haag legde Johan Vande Lanotte aan zijn publiek uit hoe N-VA-leider Bart De Wever de Vlaamse liberalen deze week nog meer klem zette: hij stelde voor een noodregering te vormen, maar zonder de Franstalige socialisten die van België volgens hem een tweede Griekenland maken. Vande Lanotte: „Als de liberalen straks toch een compromis sluiten en zeggen: ‘we hadden geen alternatief’, zegt De Wever: ‘ik heb jullie een alternatief gegeven’ en eet hij hen nog meer op. Door elk compromis worden de partijen aan tafel kwetsbaarder.”

Zal dan ook de nieuwe regering, als die er komt, kwetsbaar zijn?

„Niet noodzakelijk. De druk kan ook juist de samenhang versterken. De tweede regering van Verhofstadt, tussen 2003 en 2007, was met partijen die het allemaal goed hadden gedaan bij de verkiezingen. Maar dat ging helemaal niet goed. Ze gingen hun eigen gang. En de partijvoorzitters die bij Di Rupo aan tafel zitten, komen niet in de regering. Er zal een nieuwe ministersploeg zijn.”

Daar zult u bij zijn?

„Die vraag stelt zich nog niet. We hebben afgesproken om daar nog niet mee bezig te zijn. We zijn ook al te lang aan het onderhandelen.”

Er zijn berichten dat de Vlaamse liberalen zo’n 600 miljoen aan extra bezuinigingen eisten, waardoor het stukliep. Klopt dat?

„Wij hebben die bedragen gehoord, maar niet bevestigd gekregen. Het zou gaan om 200 miljoen extra voor de ministeries en 400 miljoen op de sociale zekerheid.”

Dat is nog minder dan de Europese boete die België krijgt als er half december geen begroting is. Waar gaat het dan echt over? Over ‘links’ Wallonië en ‘rechts’ Vlaanderen die elkaar niet begrijpen?

„Het is een feit dat er een heel verschillende economische situatie is. Bij het voorstel om leasewagens extra te belasten was ook mijn partij kritisch. Van al die wagens zit maar 10 procent in Wallonië. In Brussel zit 30 procent en in Vlaanderen 60 procent. In Vlaanderen gaat het om mensen met een relatief laag loon, die door die wagen wat extra hebben. Het effect van zo’n maatregel is in Wallonië en Vlaanderen fundamenteel verschillend. Dat is ook zo bij de maatregel om het tijdskrediet te beperken: als je je loopbaan tijdelijk onderbreekt en toch een vergoeding krijgt. Dat is niet iets waar arbeiders veel gebruik van maken. Zo’n maatregel raakt Wallonië nauwelijks, maar wij vinden het heel vervelend.”

Volgens politiek commentator Béatrice Delvaux van Le Soir bereiden Franstalige politici zich voor op de splitsing van België. Ze zouden daarvoor de tien tot twintig jaar gebruiken waarin ze nog geld krijgen van de federale overheid.

„Ik zou in hun geval hetzelfde doen.”

Dat verklaart vooral waarom de onderhandelingen zo moeizaam gaan?

„Als je te horen krijgt dat er een scheiding moet komen van tafel en bed, ga je beter op je eigen belangen letten. Wallonië heeft nog een lange weg te gaan. Ze zitten diep in de miserie. Als je grote werkloosheid hebt, los je dat niet op door meer bedrijven aan te trekken. Mensen hebben niet zomaar de skills voor werk. Je moet ze trainen en voortdurend begeleiden. Meer dan nu gebeurt.”

Koning Albert ziet zijn land uit elkaar groeien en moet steeds weer bemiddelaars aanwijzen. Hoe belangrijk was hij tot nu toe?

„Hij is een speler, maar bescheiden. Niet inhoudelijk sturend, wel stabiliserend. Een rustgevende factor.”

Zelf werd hij er niet zo rustig van. Hij hield in de zomer een boze televisietoespraak. Hij is het beu?

„Net als alle inwoners van dit land.”

Toch is daar niet veel van te merken. Hoe komt dat?

„Belgen zijn eeuwen en eeuwen gedomineerd geweest door buitenlandse mogendheden. We hebben geen geschiedenis van verzet. Ik was laatst in Belgrado. Die stad is wel zestig of zeventig keer belegerd geweest en elke keer is daar hevig tegen gevochten. Wij zouden zeggen: ‘passeert u maar’. Bij de Guldensporenslag in 1302, toen Vlaamse troepen het Franse leger versloegen, hadden we het geluk dat de Fransen met hun paarden vastliepen in de modder.

„Wij hebben een traditie van relativeren van de overheidsmacht. Daardoor zijn Belgen plantrekkers. Wij gaan onze eigen gang. Niet altijd volgens de regels van de kunst, maar toch.”

De financiële markten en Europa houden België in hun greep. Belgen hebben nog maar weinig ruimte om hun plan te trekken.

„Het is paradoxaal. De overheid zit in een keurslijf dat elke dag strakker wordt aangetrokken. Maar het vermogen van de NV België is immens: vijf keer het bruto binnenlands product. De burgers hebben enorm veel spaargeld. Dat is een buffer. En toch slaagt België erin om zich Europees in zo’n slechte positie te wringen.”

Koning Albert joeg de onderhandelaars deze week weer op. Hij is 77, er wordt gezegd dat hij moe is. Wil hij stoppen?

„Het is een hardnekkig gerucht dat hij zich wil laten opvolgen als deze crisis voorbij is. Dat hij zijn zoon deze crisis niet wil aandoen.”

Er zijn zorgen over de kwaliteiten van die opvolger. Kent u prins Filip? Kan hij koning worden van een ingewikkeld land als België?

„Hij zou zich moeten inwerken. Ik ken hem niet goed genoeg om er iets van te zeggen. Ik heb er geen zorgen over, maar ik heb er ook nooit diep over nagedacht. We moeten ook hopen dat we er niet elke vier jaar twee jaar over doen om een regering te vormen.”

Is de kans niet groot dat het ingewikkelder wordt? Als de N-VA doorgroeit? En veel tijd om te regeren is er niet meer, een groot deel van de termijn is voorbij.

„Als, als. We moeten het nog zien. De nieuwe regering zal de komende twee jaar hard moeten werken. Het regeerakkoord zal vol zijn. Voor een psychiatrisch patiënt is het ’t beste om hard te werken, om een psychodrama te voorkomen. En wat een psychodrama is voor een patiënt, is verkiezingskoorts voor een regering.”

Deze regering van zes partijen komt er?

„Ik zie niet in welke andere mogelijkheden er nog zijn.”

Op vrijdagochtend weten koning Albert en Di Rupo al dat kredietbeoordelaar Standard &Poor’s de rating van België verlaagt. Het wordt pas ’s avonds bekend. Di Rupo praat lang met de partijvoorzitter van de Vlaamse liberalen. En daarna weer met alle onderhandelaars. „Als het nu niet lukt”, sms’t Vande Lanotte op vrijdagavond, „is er waarschijnlijk niemand die nog weet wat er moet gebeuren.”

    • Petra de Koning