Aanklagen kan niet zomaar in de krant, ook niet in 'je eigen verhaal'

Mogen mensen ‘zomaar’ van alles roepen in een interview?

Die kritiek hoor je wel eens van lezers, als een bekende (of onbekende) Nederlander in een vraaggesprek zijn hart heeft gelucht. Kan dat zomaar, onder het motto ‘het is toch zijn/haar verhaal’? Moet er geen wederhoor volgen, als X iets onaardigs zegt over Y, of Z klaagt dat W schuldig is aan a of b?

Het was de inzet van een zaak bij de Raad van de Journalistiek tegen NRC Handelsblad. De ex-partner van cabaretier Javier Guzman had geklaagd dat zij door hem in een interview (‘Ik heb behoefte aan politieke correctheid’, 5 maart) zonder wederhoor was neergezet „als een haatdragende vrouw die haar dochter weghoudt bij haar vader”.

Guzman, die door Hester Carvalho werd geïnterviewd over zijn voorstelling ‘Oorverdovend’, klaagt in dat gesprek over de positie van gescheiden vaders. „Nu mag ik haar [zijn dochter] al een tijdje niet zien, maar ik laat me niet bang maken. [...] Want waarom bestaat er zoiets als de Dwaze vaders? Zijn al die vaders gek? Natuurlijk niet. Ook vrouwen zijn soms daders.”

Het verweer van de krant luidde: wederhoor is bij een interview geen automatisme; de ex-partner wordt in het stuk nergens expliciet van beschuldigd (Guzman spreekt in algemene en bedekte termen over de zaak); de ex-partner wordt ook niet met naam genoemd; en de kwestie speelt een rol in zijn voorstelling, de aanleiding voor het gesprek.

Conclusie van de Raad: de klacht was ongegrond. Terecht, vind ik.

Normaliter vermeldt de krant uitspraken van de Raad alleen als een klager gelijk krijgt (conform het adagium: goed nieuws is geen nieuws), maar deze uitspraak kan iets verhelderen over interviews.

Want niet alles kan ‘zomaar’. Ja, iedere journalist droomt van dat opzienbarende interview waarin de minister-president, de president-commissaris, de commissaris van politie, de politieke cabaretier of de cabareteske politicus eindelijk zijn diepste zielenroerselen blootlegt. Compleet met betraande ontboezemingen over een turbulent liefdesleven of een jeugd in de mijnstreek. Vaak spelen geïnterviewden daar tegenwoordig al op in, overigens. Aan de andere kant, geen journalist wil een pure notulist zijn: kritiekloos meeschrijven heeft een slechte naam. Iemand laten ‘leeglopen’, heet het dan, afkeurend.

Dat was hier niet gebeurd. Carvalho was zich, schrijft de krant, „bewust van de gevoelige situatie en heeft daarom slechts een klein gedeelte van het interview geserreerd gepubliceerd. Van een carte blanche om zijn visie te etaleren, zoals klaagster stelt, is geen sprake”. Dat blijkt, want het interview was behoedzaam opgeschreven, ontbloot van elke neiging tot het uitbraden van persoonlijk leed.

Er zijn natuurlijk ook ambachtelijke regels. De Leidraad van de Raad voor de Journalistiek zegt het zo: „De journalist past, indien dit redelijkerwijs mogelijk is, wederhoor toe bij betrokkenen die door een publicatie worden gediskwalificeerd, ook wanneer zij hierin slechts zijdelings een rol spelen.” Dat geldt dus ook voor interviews.

Nu kun je erover twisten of beschuldigen („Hij zat met zijn handen in de kas”) en beledigen („Hij is een vrek”) vallen onder de paraplu „diskwalificeren”. En waarom zou je iemand niet mogen diskwalificeren, bijvoorbeeld door op te merken: „Hij is een beroerde twitteraar”? Toch iets anders dan „Hij zit hier alleen omdat hij zwart is.”

Maar de strekking is duidelijk. Bij ernstige beschuldigingen aan het adres van iemand die met naam wordt genoemd – en al helemaal als het gaat om strafbare feiten – moet wederhoor volgen. Dat hoeft niet altijd in hetzelfde stuk, meent de Raad, maar wel „bij voorkeur”.

Juridisch ligt het een stuk subtieler. De Rotterdamse rechtbank oordeelde in 2005 dat een uitlating van een jurist, die had beweerd dat een (met naam genoemde) rechter, tegen de professionele regels in, met een advocaat had gebeld over een zaak „in beginsel onrechtmatig” was, maar toch mocht worden gepubliceerd. Ook hier telde de context: de woordkeuze was niet nodeloos grievend, de uitspraak betrof één alinea in een groter stuk van achttien pagina’s, er was een zeker maatschappelijk belang in het geding, en de journalist had de opvatting „niet tot de zijne gemaakt”.

Maar ook de rechter stelde als algemene regel vast dat „naarmate uitlatingen een ernstiger karakter hebben en deze meer persoonlijke schade kunnen toebrengen, er meer onderzoek wordt gedaan naar de feitelijke basis daarvan”.

De krant pakte het dan ook anders aan bij een interview met Verona van de Leur, de turnster die zichzelf heeft herontdekt als „erotisch model” (Gehersenspoeld als turnster, gereset tot webcamgirl, 12 november). Los van het Engels in die kop, was het een recht-voor-zijn-raapstuk, waarin Van de Leur van leer trok tegen trainers Frank Louter (die haar „menselijker” had moeten behandelen) en Esther Heijnen („sluw”) .

De trainers kregen wederhoor in een apart kader bij het stuk. Louter zei, vaderlijk: „Ik begrijp dat Verona deze periode als zwaar ervaren heeft”. Heijnen hield het bij „Ik weet hoe het echt zit.”

Zo kan het natuurlijk ook. Al smaakte dat weerwoord van Heijnen ook weer naar meer – hoe zit het dan „echt”? Maar goed, je kan niet alles in één keer hebben.

Sjoerd de jong