Waar is de democratie nog?

In de eurocrisis dreigt de democratie meer en meer op de achtergrond te raken. De markten hebben de politici machteloos gemaakt, betoogt Aalt Willem Heringa.

De Italiaan Giovanni Sartori schreef in 1994 het boekje Comparative Constitutional Engineering. Hierin bepleitte hij dat we een veiligheidsklep moeten inbouwen in constitutionele democratische modellen. Is een democratische regering na verkiezingen niet effectief in het aanpakken van problemen en het maken van wetgeving, dan schakelt het model over op een verlichte vorm van despotisme met een regering die de handen vrij heeft om in de laatste paar jaren van de zittingsduur van het parlement orde op zaken te stellen. Daarna zijn er weer verkiezingen en begint de cyclus opnieuw.

De prikkel is dat regeringen – en parlementen – de inschakeling van zo’n tweede fase zullen willen vermijden.

Sartori’s theorie is inmiddels ingevoerd in de praktijk, door de economische crisis en de druk van de markten en de grote eurolanden.

In Griekenland heeft de op een krappe meerderheid in het parlement steunende regering-Papandreou plaatsgemaakt voor een zakenkabinet-Papademos. In Italië gebeurde hetzelfde. Berlusconi trad af. Een interim-zakenkabinet, onder Monti, moet orde op zaken stellen.

Je kunt deze ontwikkelingen lastig ondemocratisch noemen – parlementen en bevolkingen stemden in – maar vrijwillig gebeurde het niet. De consequenties van doormodderen waren zo enorm dat moest worden toegegeven aan de externe druk.

De aandelenmarkten stegen toen Monti aantrad. Griekenland kan waarschijnlijk rekenen op fondsen als het zakenkabinet-Papademos zijn werk doet. De markten hebben democratisch verkozen politici machteloos gemaakt. Technocraten en experts krijgen het vertrouwen, al moeten hun maatregelen wel steunen op parlementaire instemming.

Nog drie andere ontwikkelingen wijzen op afbraak van democratie:

1Het pleidooi voor een sterke eurocommissaris voor Begrotingen en de toename van de bevoegdheden voor de Europese Commissie om de Europese Unie en de euro in het gareel te houden. Politici vertrouwen elkaar niet meer. Premier Rutte, die zo’n begrotingscommissaris bepleitte, moet toch ook beseffen dat zo’n internationaal toezicht ook Nederland kan betreffen, bijvoorbeeld als onze grote hypotheekschuld een risico wordt voor de financiële stabiliteit. Ook al is de Europese Commissie niet puur ondemocratisch, deze gedachte staat haaks op het gedachtengoed van Ruttes regering.

2Bepalingen in grondwetten waarmee begrotingstekorten aan banden moeten worden gelegd, met als ultieme controle de rechter. Moet die rechter aan het parlement laten weten dat het geen geld meer mag uitgeven? Moet een rechter de belastingen verhogen?

3Op nationaal niveau hebben we objectieve en onafhankelijke toezichthouders. Als er iets misgaat, moeten zij meer macht krijgen of worden uitgebreid, of we vragen het Internationaal Monetair Fonds om regeringen te dwingen het noodzakelijke te doen. Ik deel deze benadering, maar zie ook dat een brevet van onvermogen wordt afgegeven aan onze democratische systemen. Deze zijn kennelijk niet in staat om besluiten te nemen zonder waakhonden.

Is dit de weg die we willen gaan? Hoe onomkeerbaar is deze ‘ontdemocratisering’? Parlementaire meerderhede kunnen zich verschuilen achter ‘Brussel’, het IMF, de markten en internationale druk – en technocratische regeringen steunen – om de crisis aan te pakken en op te lossen.

Zo worden de democratie en het gezicht van dezelfde politici even gered.

Aalt Willem Heringa is hoogleraar vergelijkend staatsrecht en oud-decaan van de faculteit der rechtsgeleerdheid aan de Universiteit Maastricht.