Vier miljoen mensen hebben nog steeds hulp nodig

De ergste droogte in zestig jaar, meldden de Verenigde Naties begin juli. In Ethiopië, Kenia, Somalië en Djibouti leden twaalf miljoen mensen onder voedseltekorten. De situatie in Zuid-Somalië was het ergst. In zes regio’s heerste officieel hongersnood. De crisis zou in november op zijn hoogtepunt zijn, want pas dan werd nieuwe regen verwacht.

Inmiddels is het november, maar de hongersnood is van de voorpagina’s verdwenen. Hoe is het nu in het zuiden van Somalië?

De situatie lijkt te verbeteren, zeggen hulporganisaties voorzichtig. De Food Security and Nutrition Analysis Unit, die de voedselsituatie in Somalië nauwlettend in de gaten houdt, verklaarde vorige week dat er in nog drie regio’s hongersnood heerst – een term die de Verenigde Naties reserveren voor situaties waarin dagelijks ten minste twee van de 10.000 inwoners sterven van de honger en ten minste 30 procent acuut ondervoed is. In de Somalische regio Middle Shabelle, en onder ontheemden in Afgoye en Mogadishu, verkeren nog 250.000 mensen in acute hongersnood. Dat is minder dan voorspeld. De VN waarschuwden 6 september dat binnen vier maanden ongeveer 750.000 mensen door acute hongersnood zouden sterven als ze geen hulp kregen. Nu, bijna drie maanden later, schatten de VN dat sinds april tienduizenden mensen om het leven zijn gekomen. Vier miljoen mensen hebben nog steeds hulp nodig.

De hongersnood in Zuid-Somalië heeft twee belangrijke oorzaken: het uitblijven van regen, waardoor er sprake was van de slechtste oogst in zeventien jaar en zeer hoge voedselprijzen. En er was een gebrek aan humanitaire hulp, doordat hulporganisaties nauwelijks toegang hadden tot de acht regio’s die in handen waren van de islamitische terreurorganisatie Al-Shabaab.

In oktober is die hulp toch op gang gekomen, waardoor de voedselprijzen flink zijn gedaald. Het Internationale Rode Kruis (ICRC) kreeg na moeizame onderhandelingen met Al-Shabaab toestemming voor een grote hulpoperatie. De organisatie heeft tot doel tot december 1,1 miljoen mensen van voedselhulp te voorzien. Uiteindelijk zal er met zo’n 2.000 vrachtwagens ongeveer 400.000 ton voedsel worden gedistribueerd.

De operatie van het ICRC wordt bemoeilijkt door de overvloedige regen van de laatste weken. „Wegen zijn veranderd in modderpoelen, waardoor we andere manieren moesten vinden om de distributiecentra te bereiken. Soms zelfs met pakezels”, zegt Yves van Loo, woordvoerder van het ICRC in Somalië.

De invasie van het Keniaanse leger in Zuid-Somalië heeft tot nu toe geen grote impact gehad op de hulpoperatie, zegt Van Loo. „Tot onze verbazing. ” Toch heeft het ICRC op sommige plekken wel zijn distributiecentra moeten verplaatsen vanwege de strijd. En bij een Keniaanse luchtaanval op een vluchtelingenkamp in Somalië werden vijf mensen gedood en 45 verwond, terwijl het ICRC voedsel aan het uitdelen was.

De invasie heeft de route naar vluchtelingenkamp Dadaab in Noord-Kenia afgesloten. Daarom arriveren steeds meer vluchtelingen in Ethiopië, vooral in het kamp Dolo Addo. „Een maand geleden waren het er vijftig per dag, twee weken geleden duizend en nu driehonderd”, zegt Arjan Hehenkamp, directeur van Artzen zonder Grenzen. „Ze komen uit de zwaarst getroffen gebieden.”

De invasie zorgt volgens de VN en Oxfam voor nog een probleem: ontheemde boeren kunnen niet terug naar hun land om gewassen te planten, waardoor een overvloedig regenseizoen verloren dreigt te gaan in Zuid-Somalië. „Als boeren niet in veiligheid kunnen werken, dan kan er in januari weer een mislukte oogst zijn en een aanhoudende voedselcrisis volgend jaar.”