Verbeten ondertoon bij show nieuw talent

Op de open dagen van de Rijksakademie tref je een handvol uitschieters die een bezoek waard zijn: de beloftes voor de toekomst van de kunst, zoals Min Oh.

Ze is het ultieme cornflakesmeisje: zo’n lichtblond elfje dat in een witte nachtpon en op blote voeten door het huis trippelt, zichzelf vermaakt met knutselen en een potje in haar eentje elastieken. Het zilverwitte licht van de ochtend is maagdelijk, niets vertroebelt het zicht.

Zo brengt de Koreaanse kunstenaar Min Oh Daughter in beeld: een tot in de kleinste details gestileerde, sprookjesachtige en razend knap gemonteerde videofilm, waarin het de elastieken uit het kinderspel een ritmisch verbond sluiten met rammelend serviesgoed in een kast en het geknisper van papier.

Min Oh (1975) is één van de vijftig kunstenaars die komend weekeinde hun atelierdeuren openen op de open dagen van de Rijksakademie. Alleen tijdens die twee dagen wordt buitenstaanders – een gemêleerd en groot gezelschap van (internationale) tentoonstellingsmakers, galeriehouders, verzamelaars, kunstenaars en kunstliefhebbers – een blik gegund in de ruimtes waar de kunstenaars twee jaar lang werken. Maar als het aan de plannen van staatssecretaris Halbe Zijlstra van Cultuur ligt gaat de prestigieuze kunstopleiding dicht. Daardoor zou het allerlaatste instituut dat in Nederland nog meetelt in de internationale hedendaagse kunst verdwijnen.

De sfeer op de preview van de open dagen is daarom wat wisselvallig. Natuurlijk heerst er opwinding onder de kunstenaars. De vloeren krijgen nog een extra beurt, een laatste kabel wordt aangesloten, de bijna accentloos Nederlands sprekende Rus Lev Kazachenko legt zich zuchtend neer bij een mankement aan de stroboscopische lichten die zijn atelier in een dramatisch clair-obscur zetten. De RijksakademieOPEN is belangrijk voor deze jonge kunstenaars: want wie van hen zal dit weekeinde worden gescout door een belangrijke galerie of tentoonstellingsmaker? Wie gaat in de voetsporen treden van beroemde oud-residenten als Marijke van Warmerdam, Yaël Bartana, Tjebbe Beekman, David Claerbout of Olga Chernysheva? Wie wordt de komende jaren het kunstcircuit in gekatapulteerd? Misschien spelen de zenuwen de Poolse liedjeszinger Pawel Kruk parten en zingt hij daarom tijdens zijn performance zo vals.

Maar er is ook een andere, meer verbeten ondertoon. Directeur Els van Odijk hamert erop: hier, aan de Rijksakademie, wordt de „kunst van de toekomst” gemaakt. En wie die kunst, en zo’n faciliteit, de nek om wil draaien – die is, ja, een beetje gek. Want kijk naar de kwaliteit van het tentoongestelde. Kijk naar het aanzien en de expertise die de academie in de bijna honderdvijftig jaar van haar bestaan heeft opgebouwd. „Iedereen denkt dat het niet zo’n vaart zal lopen”, zegt Martijntje Hallman, verantwoordelijk voor de toelating van kunstenaars op de Rijksakademie. „Maar die vaart loopt het wél.” Voor het studiejaar 2012/2013 hebben zich 2200 kunstenaars aangemeld, het grootste aantal ooit. In februari begint de maanden durende selectieprocedure. „Alsof er niets aan de hand is ja”, aldus Hallman.

Met het reusachtige aantal aanmeldingen in het achterhoofd kijk je extra kritisch naar de vijftig kunstenaars die op de Rijksakademie rondlopen. En zoals ieder jaar worden ook dit jaar de verwachtingen niet altijd waargemaakt. Sommige kunstenaars lijken meer bezig met hun plaats binnen de kunstgeschiedenis dan met iets anders – en het resultaat, helaas, is vrij bloedeloos. Anderen bricoleren er in installaties duchtig op los, maar op een manier die je al vaak op biënnales en grote groepstentoonstellingen bent tegengekomen. Bijna alle kunstenaars benadrukken in statements hun engagement met de buitenwereld – alsof dat het toverwoord is om als kunstenaar serieus genomen te worden. Maar de minimalistische uitstallingen, de persoonlijke mythologieën die voorbijtrekken, en zelfs de paar installaties en video’s die zich werkelijk buigen over leed van cocaboeren of vluchtelingenproblematiek, overtuigen maar zelden.

Ook dit jaar zijn het de uitschieters die een bezoek geslaagd maken. De al genoemde Min Oh is zo’n belofte voor de toekomst. De Nederlander Gert-Jan Kocken ook. Hij toont op twee kolossale landkaarten hoe de ingewikkelde loop van de geschiedenis in Berlijn en Hiroshima in de oorlogsjaren 1939 en 1945 is terug te brengen tot één ‘doorkijk’-beeld. De Franse Julien Beneyton geeft met een documentair schilderproject een indringend beeld van de dramatiek die achter een simpele tattoo schuil kan gaan. En de Nederlander Feiko Beckers laat in performances en films het leven en levensvragen éven stollen in een vorm, voordat alles weer verder gaat. Met groot effect.

RijksakademieOPEN 2011: 26 & 27 nov, A’dam. Inl: www.rijksakademie.nl. Tegelijk tonen 20 Amsterdamse galeries werk van alumni.