Tip tegen traangas: neem cola mee naar de Martelarenstraat

Mijn Egyptische vrienden gaan weer naar het front: deel twee van de revolutie begint.

Nu worden wanna-be-revolutionairen gescheiden van helden.

In Egypte draaien de revolutionairen overuren, energieker dan ooit. Het land staat in de fik. Sinds Mubarak werd uitgejoeld in februari, leek het van buitenaf gedaan met de misère. De hele wereld sprak met grote woorden van een Arabische Lente. Egypte werd exemplarisch voor hoe je dat doet, zo’n revolutie.

Na het vertrek van de decennia lang zittende dictator, beleefde ik in Kairo het vacuüm van het wachten op de wezenlijke verandering. Tahrir werd razendsnel opgeknapt. KFC, Hardees en McDonald’s straalden als nooit tevoren. Verkopers handelden in vlaggen, pinnen, T-shirts en weet- ik-veel wat aan Egypte-merchandise, terwijl nog elke vrijdag een handjevol demonstranten samenkwam. Kwijlende toeristen met rood-wit-zwart geschminkte wangen, maakten foto’s van de mannen die de leftovers van de miljoenenmars representeerden. Maar dwars door het nieuwe, lachende masker dat over de stad werd geplakt, scheen nog steeds de valse blik van vóór de eerste opstand.

De militairen werden aanvankelijk vereerd met een grap die door het hele land ging. ‘De tanks blijven, tot de allerlaatste Egyptenaar op de foto is geweest.’ Wat een gruwelijke gedachte, dat die lollige soldaten deze week met een pokerface op burgers schieten. Als het aan Tantawi ligt, heeft zijn SCAF nog wel even de touwtjes in handen. Ook na de aanvankelijke planning van de komende verkiezingen. Stilzwijgend zet hij de hardhandigheid à la Mubarak voort, zoals het recente rapport van Amnesty bekrachtigt. Exemplarisch is The Maspero Massacre van 9 oktober, toen bij een demonstratie van kopten, en met hen burgers uit andere walks of life, zevenentwintig mensen om het leven kwamen. Militaire trucks walsten over de betogers en daarna bleef het naargeestig stil.

Mijn vrienden, kopten en moslims, zongen tot voor kort met hun gitaar in de hand en weemoed in het hoofd de playlist van ‘de revolutie’, liedjes die zij eerder op Tahrir hadden gespeeld. Het was hip deel te zijn van de historische happening. Maar ondertussen scheidt de heftigheid van deze tweede ronde de helden van de wanna-be-revolutionairen, die het vooral voor de foto doen.

Zo staat Mostafa, een bevriende filmmaker, sinds zaterdagnacht in de frontlinie. Hij vecht fervent voor zijn vaderland en is na de mishandelingen eind januari immuun voor het geweld. Als hij knock-out wordt geschoten, kruipt hij na een uur terug het slagveld op. Dit type opstandeling is door het lot afgericht tot soldaat van het volk.

Overdag is het op Tahrir redelijk gemoedelijk, gevuld met mensen die het bewijsmateriaal van hun aanwezigheid voldaan op Facebook delen. Maar terwijl de meeste lenzen zijn gericht op het beroemde plein, woedt de ware slag om Kairo elders. Vele doden vallen in de Mohamed Mahmoudstraat, die intussen is omgedoopt tot ‘de Straat der Martelaars’. Hier staan demonstranten, mannen en vrouwen, oog in oog met de militaire politie, om hen bij het plein vandaan te houden. Zij schieten hier letterlijk de ogen uit de burgers en de provisorische motorfietsambulance rijdt af en aan. Levenloze lichamen, die als puin worden behandeld door de mannen van Tantawi, worden door anonieme helden weg getild. Voor de minder ervaren demonstrant, die uit nieuwsgierigheid of oprechte vechtlust de zijstraten opzoekt, schreef Amr, een goede vriend van Mostafa, een handleiding die inmiddels massaal wordt verspreid.

Uit eigen ervaring beschrijft hij essentiële technieken van zelfverdediging tijdens gewelddadige protesten. Amr geeft ook een checklist aan benodigdheden voor in de hitte van de strijd. De lijst gaat van een volledig opgeladen mobiel, naar een gasmasker dat je hele gezicht bedekt, tot en met een handschoen om zonder je te branden de busjes traangas terug te gooien. Ook is het handig cola mee te hebben, dit neutraliseert het brandende effect van traangas.

Via Twitter deelt Amr dat hij in de namiddag met zijn grote wagen naar het centrum rijdt, mochten er dekens, medicijnen en water vervoerd moeten worden. Sherif, een bevriende chirurg, schrijft over de urgentie van het werk in de veldhospitalen.

Mostafa toont me vage foto’s waarop een glimp van de smeulende straten is te zien. Met zijn van traangas piepende longen zegt hij dat het een total warzone is. Drie vriendinnen coördineren waar in de miljoenenstad bloed kan worden gedoneerd.

Binnen een kleine week is het omverwerpen van de zittende schurk weer de orde van de dag. Nu de vrijdag is aangebroken, stijgt alleen nog maar de moed. Want iedereen weet: dan komen de meeste mensen. Deze Kairenen zouden, zo gauw alle aangekoekte resten van Mubarak zijn weg gekrabd andere onderdrukten haast een workshopje revolutie kunnen geven. Hun les: je zet alleen iets in beweging door onbaatzuchtig op te staan.

Beri Shalmashi is filmmaakster en schrijft voor Uitgeverij De Geus aan haar debuutroman ‘Vijf witte kamelen’, die zich afspeelt onder de jonge elite in de Egyptische hoofdstad.