Talibaan dromen van hun terugkeer in Kabul

De Talibaan zijn allerminst eensgezind maar ze zien zich na het vertrek van de Amerikanen wel weer als de nieuwe machthebbers in Afghanistan. President Karzai nemen ze niet serieus.

Door een professoraal brilletje kijken donkerbruine ogen vol haat. Talibaan-commandant Musa uit de zuidelijke stad Kandahar mag zich dan vermommen met bril en geknipte baard bij bezoeken aan de hoofdstad Kabul, zijn blik verraadt hem. Al drie jaar legt hij met de tien strijders die hij onder zich heeft bermbommen en voert aanvallen uit op de Afghaanse overheid en de internationale vredesmacht ISAF. Als hij tijdens een interview in Kabul praat over de regering en de buitenlanders, heeft hij het vol verachting over ongelovigen, criminelen en vieze mannen.

Wie de Talibaan op dit moment zijn, hoe sterk de groep opstandelingen is en wat ze van plan zijn, kan Musa niet echt vertellen. Hij is een van de naar schatting 60.000 actieve Talibaan-manschappen. Deze groep bestaat vooral uit de actieve vechters, Talibaan-spionnen en ‘politieke kaders’ die Afghanen proberen te overtuigen zich bij hen aan te sluiten.

De duizenden mannen die de strijders van voedsel en onderdak voorzien, zijn niet meegeteld. En ook niet de parttimers, die af en toe hun wapen oppakken. Musa staat in contact met een tussencommandant die ook zijn oom is. Als hij bommen legt, overlegt hij dat met hem, vertelt hij.

Van hun leider Mullah Omar, die waarschijnlijk in Karachi is, horen ze niets, zegt hij. De grap wordt wel gemaakt dat Mullah Omar net zo onzichtbaar is als Allah, maar dat ze ook nog in hem geloven. Bij het laatste religieuze feest in oktober schreef de streng islamitische leider een brief, al is niet met zekerheid vast te stellen of hij echt de auteur is. In de brief worden strikte voorschriften gegeven om burgerslachtoffers te voorkomen. Die vallen regelmatig bij ‘hun’ zelfmoordaanslagen en bermbommen. De ingestelde ‘schaduwgouverneurs’ moeten de gemaakte slachtoffers aan commissies rapporteren.

Ook moeten de ‘gouverneurs’ letten op aanslagen die niet door de Talibaan worden gepleegd, maar wel dat stempel krijgen. Vaak genoeg ontploffen bommen in verband met een persoonlijke vete tussen bestuurders of tribale leiders. De politiecommandant van Kandahar, Abdul Razeq, executeerde zijn rivalen en belde vervolgens de media om te zeggen dat hij de Talibaan een kopje kleiner had gemaakt.

Tegelijkertijd wil Mullah Omar duidelijk ‘eenheid’ en geen ‘egoïstische leiders’ in zijn beweging – geen makkelijke opgave. De relatie met het Haqqani-netwerk, de oostelijke verzetsgroep die banden heeft met Al-Qaeda, lijkt niet altijd lekker te lopen. Officieel vallen ze onder de Talibaan, maar de strijders lijken steeds meer hun eigen gang te gaan. Haqqani presenteerde vorige week zelfs een boek waarin ze de internationale jihad uitroepen. Zoiets past totaal niet in de lijn van de nationalistische Talibaan-beweging rond Mullah Omar.

Ondertussen voelen de Talibaan toch dat ze aan de winnende hand zijn, zegt de Pakistaanse journalist Sami Yousoufzai die in contact staat met de beweging. De Amerikanen zitten „vooral in de verdediging” en denken na over hun vertrek.

Bovendien wordt de regering-Karzai al jaren niet meer serieus genomen door de Talibaan. Al bij de vorming van de regering in 2002 werden de kiemen van het verzet gelegd. Uit angst om omver geworpen te worden, installeerde Karzai met steun van de Amerikanen tientallen machtige krijgsheren die verantwoordelijk waren geweest voor de gruwelijke burgeroorlog in het begin van de jaren ’90. Onder de Talibaan werden deze wanbestuurders aan de kant gezet, maar bij Karzai kregen ze allemaal een herkansing. De krijgsheren ontketenden met steun van ISAF een strijd tegen hun rivalen, tegen Talibaan en eigenlijk tegen iedereen die hun niet goed gezind was.

De beweging van de Talibaan bestaat vandaag de dag uit streng gelovigen die de leiding hebben, maar de indruk is ook dat velen van hen de wapens oppakken omdat de regering-Karzai hen op de een of andere manier heeft dwars gezeten.

Hierdoor is het nut van grote conferenties als de zogeheten Loya Jirga, een vergadering van stamleiders vorige week in Kabul, en het overleg dat gepland staat op 5 december in het Duitse Bonn beperkt. Het thema ‘onderhandelen’ staat weliswaar hoog op de agenda, maar het is al bij voorbaat uitgesloten dat er een vertegenwoordiger van de Talibaan aanschuift. De partijen staan daarvoor na tien jaar strijd te ver uit elkaar.

Intussen proberen diplomaten van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken buiten Karzai om in het geheim verkennende gesprekken met de Talibaan te voeren. Er zou zelfs een brief aan de Talibaan zijn gestuurd waarbij Karzais regering wordt afgekraakt, vertelt een westerse bron die betrokken is bij het proces. „Over de voortgang van deze contacten valt nog niks te zeggen. Het is enkel kennismaken.”

Journalist Yousoufzai kreeg van de week een 3.000 woorden tellend plan van Talibaan-leiders toegespeeld. Daarin wordt niets gezegd over het delen van de macht met Karzai maar wordt vooral hardop nagedacht over hoe de eventuele nieuwe Talibaan-regering er moet uitzien als de Amerikanen in 2014 vertrekken. De auteurs die door Yousoufzai als modern en invloedrijk worden omschreven, willen dat de Afghanen ‘meer voorspoed’ krijgen en erkennen dat ze in hun eigen jaren te veel fouten hebben gemaakt. Zo was er wel veiligheid, maar was er te weinig aandacht voor de ‘lasten van de bevolking’, zoals ze het omschrijven volgens Yousoufzai. „Deze groep Talibaan wil het anders. Ze denken na over betere verhoudingen met de internationale gemeenschap en ze willen door een betere economie de burgers minder laten lijden, zoals tijdens hun eigen regime gebeurde”, legt de journalist uit.

Talibaan-aanvoerder Musa kan zich niets mooiers voorstellen dan een nieuwe machtsovername door de Talibaan. De man die zich tijdens het Talibaan-bewind afzijdig hield omdat hij tegen hun strenge regels was, is om. Hij werd drie jaar geleden onschuldig in de cel gezet en gemarteld en wil daarom niets meer weten van de huidige regering. „Ik kan het de regering-Karzai simpelweg nooit vergeven wat ze mij heeft aangedaan. Daarom steun ik de Talibaan.”