Stuttgart krijgt referendum en megastation

Boze burgers in Stuttgart willen niet dat miljarden euro’s worden besteed aan een nieuw station. Dit weekeinde mogen ze zich daarover uitspreken in een ingewikkeld referendum.

Met opmerkelijke vasthoudendheid demonstreren nog steeds duizenden mensen bij Stuttgart Hauptbahnhof. Nog steeds wordt niet geaccepteerd dat dit mooie bovengrondse kopstation moet wijken voor een nieuwe ondergrondse pendant, ‘Stuttgart 21’ geheten, die miljarden kost en die de stad jarenlang in een bouwput verandert.

„De kostenexplosie van Stuttgart 21 is burgerbedrog. Waarom moeten we de Duitse spoorwegen nog langer geloven?” roept Brigitte Dahlbender, een van de gangmaaksters van de demonstratie. Er klinkt gejoel; een man begint op een trommel te slaan. Stuttgart is voor de zoveelste keer protestmetropool.

Al meer dan twee jaar houdt de omstreden bouw van het nieuwe station niet alleen deze Zuid-Duitse stad, maar ook de rest van de Bondsrepubliek bezig. De regering van Baden-Württemberg is er mede door ten val gekomen, en het protest heeft het Duits verrijkt met de term Wutbürger – boze burgers.

Nu heeft deze deelstaat, die een halve eeuw door christen-democraten werd geregeerd, een groene minister-president die tegen Stuttgart 21 is. Heel Duitsland heeft zich kunnen verbazen over de aanhoudende ‘burgerprotesten’.

Maar ook de nieuwe premier, Winfried Kretschmann, kon het project niet zomaar stoppen, al wilde hij dat graag. Stuttgart 21 is door de gemeenteraad goedgekeurd. Er is veel geld ingestoken, ontwerpen zijn gemaakt, voorbereidingen getroffen en het oude station is al deels gesloopt.

De kwestie speelt vooral onder een bepaalde groep kiezers: de 40- tot 60-jarigen. Actievoerster Brigitte Dahlbender staat model voor de Wutbürger. Dahlbender is 56 jaar, hoogopgeleid, mondig, groen en links. De milieubewuste Wutbürger is tegen verandering en overlast in z’n directe omgeving en kan door burgerprotesten een grote hindernis zijn bij de aanleg van grote projecten.

Zijn woede heeft een prijs: als hij wint en als Stuttgart 21 wordt afgeblazen, is minimaal 350 miljoen en maximaal 1,5 miljard euro aan gemaakte en te verwachten kosten voor niets verstookt.

„Stuttgart 21 is democratisch gelegitimeerd en toch wringt het”, zegt prof. Dieter Rucht, die de besluitvorming over het project onderzoekt. „De procedure was ondoorgrondelijk, de burgers werden genegeerd. De aanleg is bekokstoofd door de bouw en de politiek. Onder het mom van: dit heeft alleen maar voordelen. Veel Stuttgarters voelen zich niet serieus genomen.”

En dus moest er iets gebeuren, vond premier Kretschmann. Hij liet een referendum over Stuttgart 21 uitschrijven. Zondag mogen de kiezers van Baden-Württemberg hun oordeel over het project geven.

Maar een eenvoudig ‘voor’ of ‘tegen’ de aanleg van het nieuwe station is niet aan de orde. Daar is het te laat voor. Het referendum gaat over de vraag of Baden-Württemberg moet doorgaan met de financiering van Stuttgart 21. Samengevat staat op de stembiljetten: „Gaat u ermee akkoord dat de deelstaat stopt met betalen voor het ondergrondse station van Stuttgart – ja of nee?”

Kiezers die tegen het nieuwe station zijn, moeten ‘ja’ invullen; voorstanders ‘nee’. De vraagstelling wordt als verwarrend ervaren.

Stel dat de tegenstanders winnen, is het project dan van de baan? „Nee”, zegt prof. Rucht. „Als de tegenstanders winnen, is dat nog geen garantie dat het ondergrondse station niet wordt aangelegd. De spoorwegen kunnen besluiten de kosten voor eigen rekening te nemen.”

Rucht geeft toe dat dit kras zou zijn. Waarschijnlijker is dat Stuttgart 21 dan in z’n geheel opnieuw moet worden beoordeeld. Maar het is geen uitgemaakte zaak dat de tegenstanders winnen. Peilingen geven aan dat het aantal kiezers pro en contra elkaar ongeveer in evenwicht houdt.

Daar komt bij dat wettelijk minstens eenderde van alle kiesgerechtigden in Baden-Württemberg ‘ja’ moet aankruisen om de voortgang van Stuttgart 21 te blokkeren. Dat zijn minstens 2,5 miljoen van de ongeveer 7,5 miljoen kiezers. En dat veronderstelt een zeer hoge opkomst, terwijl de opkomst bij referenda traditioneel laag is.