Speelschema? Pff, dat is wel veel plannen

Het niveau in Suriname was vroeger best aardig.

Maar door een gebrek aan organisatie en geld stelt het voetbal weinig meer voor.

Suriname ging deze maand kansloos onderuit in de eerste van drie voorrondes voor het WK 2014. Natio verloor met 3-1 en 4-0 van El Salvador. Suriname deed het nog minder dan bij de vorige kwalificatiepoging toen buurland Guyana twee keer werd verslagen.

Wie Suriname ziet spelen, heeft veel verbeeldingskracht nodig om zich WK-deelname voor te stellen. Technisch ziet het er aardig uit, tactisch zou de coach van een Nederlandse derdeklasser vol afgrijzen de andere kant opkijken. Terwijl zich elk jaar talloze voetbaltalenten aandienen.

Trainer Sef Vergoossen, die eind jaren negentig overwinterde met Roda JC in Suriname, had het meteen in de gaten. Volgens hem zijn creoolse jongens in Suriname gemaakt om te voetballen. Snelheid en techniek te over, fysiek ijzersterk. En tactiek en spelinzicht zijn aan te leren. De vraag is alleen hoe? Want Vergoossen mag dan nog steeds gelijk hebben, het ontbreekt in Suriname aan geld en accommodaties om voetballers op te leiden. Een fatsoenlijk competitieschema is al een hele toer voor de Surinaamse bond (SVB). Elk jaar is het afwachten wanneer de hoofdklasse begint. De jeugdcompetities draaien iets beter. Daarbij geldt wel de aantekening dat elke vereniging slechts één team per leeftijdscategorie mag inschrijven. Zo komt het vaak voor dat er net zoveel spelertjes op de bank zitten als er in het veld staan.

De kortetermijnpolitiek komt ook tot uiting in het gebrek aan jeugd bij clubs in de hoogste klasse. Ondanks de eisen van de FIFA, maar daar hebben de verenigingen geen boodschap aan. Ze zijn nogal eens afhankelijk van één rijke zakenman, die voetbal vooral als instrument beschouwt om zijn bedrijf of zichzelf in de schijnwerpers te zetten. Neem Ronny Brunswijk. Behalve parlementslid, coalitiegenoot van president Bouterse en vermogend goud- en houthandelaar is ‘Bravo’ ook eigenaar en voorzitter van landskampioen Intermoengotapoe. Hij mag zichzelf graag in de spits van Inter opstellen bij belangrijke wedstrijden. Met zijn 49 jaar vindt hij zich nog jong genoeg.

In de jaren zeventig was het niveau van het Surinaamse voetbal wel anders. Met bondscoach André Kamperveen, naar wie het nationale stadion is vernoemd, plaatste Suriname zich bijna voor het WK 1978 in Argentinië. In de laatste groepsfase verloor de ploeg met 8-1 van Mexico, maar rond de onafhankelijkheid in 1975 zette Suriname de toon in de Caraïbische regio. Hoofdklasser Transvaal werd tot drie keer toe kampioen van de Concacaf (Noord- en Midden-Amerika en Caraïben) en in 1980 ging deelname aan de Spelen in Moskou alleen niet door wegens de internationale boycot.

Daarna ging het snel bergafwaarts. Toen de militaire periode onder legerleider Desi Bouterse in december 1982 het dieptepunt bereikte met de moord op vijftien vooraanstaande burgers, was dat ook de doodsteek voor het Surinaamse voetbal. Niet alleen werd het land voor twee jaar verbannen van de internationale velden, het verloor in die decembernacht ook Kamperveen, toen vicevoorzitter van wereldvoetbalbond FIFA. Zijn opvolger Jack Warner uit Trinidad, destijds Kamperveens assistent, zou jarenlang FIFA-bestuurder blijven.

Waar Trinidad & Tobago voorheen geen partij was voor Suriname, zijn de rollen de laatste decennia omgedraaid. De eilanden plaatsten zich met dank aan bondscoach Leo Beenhakker voor het WK 2006. Beenhakkers stunt lag mede aan de inzet van buitenlandse profs met een dubbele nationaliteit van wie de meesten nooit in Trinidad waren geweest. Die methode zou Suriname goed van pas komen met alle Nederlandse profs van Surinaamse origine.

Spelers als Sigourney Bandjar (RKC), Gianni Zuiverloon (Real Mallorca) of Mitchell Piqué (ADO) willen best voor natio spelen maar de Surinaamse politiek voelt weinig voor een ‘sportpaspoort’. De meeste volksvertegenwoordigers vinden dat Suriname zonder ‘Nederlanders’ de nationale kleuren moet verdedigen. Bovendien zijn ze bang voor precedentwerking in andere sectoren.

In die context kiezen spelers voor de hoogste bieder waarbij ze de afspraken met hun vorige club voor het gemak vergeten. De SVB kan daar naar eigen zeggen niets tegen beginnen zolang voetballers de amateurstatus hebben. Die kun je niet aan hun contract houden. Zo is van enige opbouw geen sprake en zitten de grootste talenten rond hun zestiende aan hun plafond. Ondanks alle (familie)banden en de gemeenschappelijke taal, zit een opleiding in Nederland er niet in vanwege de EU-regeling. Voetballers van buiten de EU moeten bovengemiddeld goed zijn en daar bovenmodaal voor worden betaald. Vandaar dat de afgelopen jaren regelmatig Surinaamse talenten op stage kwamen maar gedesillusioneerd weer terugvlogen. FC Twente, dat regelmatig komt scouten in Suriname, heeft overwogen dan maar een opleiding op Surinaamse bodem te beginnen. Maar toen ze kennismaakten met de infrastructuur zagen ze daar snel vanaf in Enschede. Zoals ook de pogingen van Clarence Seedorf om het voetbal te ontwikkelen voorlopig zijn gestrand.

Het is vooral het gebrek aan organisatie waardoor buitenlandse partijen aarzelen om in het Surinaamse voetbal te investeren. Zusterfederatie KNVB beperkt zich tot trainersopleidingen, terwijl de Suriprofs bang zijn dat lokale bestuurders politiek bedrijven met voetbal. Daarom steunen ze liever maatschappelijke projecten met de opbrengsten van hun jaarlijkse benefietwedstrijden.

Begin 2013 zijn er verkiezingen voor een nieuw bondsbestuur. Misschien dat er dan managers aantreden waarop overheid, bedrijfsleven, buitenlandse organisaties en vooral de voetballers op kunnen vertrouwen. Voor het WK van 2018 is dat rijkelijk laat. Maar in Suriname blijven ze hopen: het nationale team onder 23 jaar is nog in de race voor de Olympische Spelen. Je weet maar nooit.

    • Diederik Samwel