Signeren

In Putten was het. Mijn uitgever had mij eropuit gestuurd om in heel Gelderland mijn boeken te gaan signeren, een tour die begon in Putten, daarna naar Apeldoorn, vervolgens Zevenaar en Dieren en ik zou eindigen in Zutphen. De steden Arnhem en Nijmegen deed ik niet aan, het was juist begonnen om de kleinere boekhandels, voor wie het, ook toen al, moeite kostte om het hoofd boven water te houden.

Eerst Putten, waar ik van tien tot elf aanwezig zou zijn. In diepe stilte zaten wij bijeen, de boekhandelaar en ik. De klok tikte. „Het is nog vroeg”, zei hij, „er komen nog wel mensen, denk ik.” Er verstreek een half uur. Waar zullen we het eens over hebben? Putten is nu beroemd door die moordzaak en die gerechtelijke dwaling, maar destijds was het vooral bekend door de oorlog, toen de Duitsers als represaillemaatregel de hele mannelijke bevolking in Duitsland te werk hadden gesteld. Dat was misschien iets om over te praten. Maar deze man was nog te jong om daar iets over te kunnen vertellen. Ander onderwerp. Maar toen ging de winkeldeur open en een vrouw duwde een kinderwagen naar binnen. Ze reed ermee naar mijn tafeltje en vroeg: „Signeert u ook oude boeken?” „Natuurlijk!” antwoordde ik bereidwillig, al lang blij dat ik eindelijk een klant had. Ze boog zich over de kinderwagen, schoof de baby wat opzij en tastte onder het matrasje, waar ze een boek tevoorschijn haalde. Het was inderdaad een werkje van mijn hand, ongeveer zeven jaar daarvoor uitgegeven. Ik pakte het aan om zwierig mijn handtekening voorin te zetten. Het voelde klam en een beetje vochtig aan en het was nogal warm, voor een boek. De inkt van mijn vulpen vloeide een beetje uit. „Dank u wel” „Geen dank, mevrouw.” En daar ging ze weer, mijn boek schoof ze weer zorgvuldig onder haar zuigeling.

Er verstreken nog twintig minuten, er kwamen geen klanten meer.