Rutte is top. Maar de PVV heeft te veel macht

NRC vroeg VVD’ers naar hun mening over de partij.

Conclusie: lof. Al moeten de eigen principes niet uit het oog worden verloren.

Hij heeft een frisse, enthousiaste manier van optreden. Toont daadkracht. Is niet dogmatisch, wel zakelijk en open. No nonsense, maar mijdt tegelijk de discussie niet.

De lovende woorden van VVD-bestuurders voor premier Mark Rutte klinken bijna cliché. De steun die hij krijgt vanuit de partij is van Noord-Koreaanse omvang. Van het partijkader vindt bijvoorbeeld 92 procent het merkbaar dat Nederland sinds vorig jaar een liberale premier heeft. En een ook al overgrote meerderheid vindt Mark Rutte de beste VVD-bewindspersoon van het kabinet.

Voor het beleid van Ruttes kabinet is de steun vanuit het partijkader eveneens overweldigend – net als de steun voor de bezuinigingen van 18 miljard euro.

Van de politiek actieve VVD’ers is 69 procent ‘tevreden’ en 23 procent zelfs ‘zeer tevreden’ over het gevoerde beleid. Orde op zaken stellen, noemen de bestuurders bezuinigen. „Alleen uitgeven wat je in kas hebt”, schrijven ze. „De VVD loopt tenminste niet weg voor de aanpak van de financiën”,„duidelijke financiële keuzes”: dááraan merk je dat nu een liberale partij aan de macht is.

Zo optimistisch van toon is de VVD-partijleiding zelf ook. Kijk maar naar de eerste zin van de agenda en het programma voor morgen, als de VVD haar partijcongres houdt: „Het zijn mooie tijden voor de VVD.” En de tweede zin: „De VVD is de grootste partij van het land, de VVD regeert weer mee en de VVD levert de premier.”

Het gaat dus goed met de VVD, vindt de VVD. Maar kijk verder en voor het eerst sinds de vorming van dit kabinet wordt duidelijk dat ook deze regeringspartij een flinke kritische massa heeft. Dat blijkt uit een enquête die het onderzoeksbureau OverheidInNederland.nl in opdracht van NRC uitvoerde onder de harde kern van VVD’ers. Het bureau stuurde 1.943 bestuurders een vragenlijst, van gemeenteraadsleden tot Tweede Kamerleden, van wethouders tot waterschapsbestuurders, van burgemeesters tot senatoren. Van hen reageerden er 670, wat de uitkomsten representatief maakt. Ze kregen de kans om anoniem hun mening te geven en naast meerkeuzevragen hadden ze ook de ruimte om hun eigen gedachten te verwoorden en uit te schrijven.

Op algemene vragen mogen de bestuurders eensluidend positief en vol lof zijn, op de inhoud blijken de meningen wel degelijk verdeeld. Zo vindt eenderde van de bestuurders de invloed van de gedoogpartijen van het kabinet te groot.

Zonder steun van de streng gereformeerde SGP en de PVV van Geert Wilders kan het kabinet maar weinig beginnen in beide Kamers. Als gevolg daarvan heeft de VVD het afgelopen jaar al meerdere malen haar eigen liberale principes opzij moeten zetten – en dat vindt zijn weerslag in de reacties.

Neem de zondagsrust. Ondernemers moeten zelf weten of ze hun deuren openen op zondag, vindt de VVD. Desalniettemin laat de partij de winkelzondag met rust, om zich te verzekeren van steun van de SGP in de Eerste Kamer. Dat is tegen de zin van de bestuurders: 72 procent van hen vindt het een slecht idee de zondagssluiting te laten bestaan.

De spagaat tussen wat de verzamelde politici vinden en hoe de fractie handelt is net zo duidelijk te zien bij de kwestie van de weigerambtenaren. Tegen haar eigen principes in stemde de VVD-fractie vorige week tegen een motie die bepaalde dat trouwambtenaren voortaan alle soorten huwelijken moeten sluiten. Ambtenaren zouden ook bereid moeten zijn om lesbische of homostellen te trouwen.

De SGP en het CDA zijn tegen zo’n verbod op weigerambtenaren, en om de rust in de coalitie te bewaren, stemde ook de VVD tegen. Dat terwijl 66 procent van de VVD-bestuurders vindt dat de partij dat voorstel had moeten steunen. Hoeveel van zulke incidenten kan een partij aan, tot het kader er genoeg van heeft en vindt dat eigen principes weer de boventoon moeten voeren?

Een mogelijk volgende bron voor verdeeldheid heeft zich al aangediend: de hypotheekrenteaftrek. De snel groeiende schuldenberg op de huizenmarkt vormt een bedreiging voor de financiële stabiliteit in Nederland, zei Klaas Knot, president van De Nederlandsche Bank onlangs. Zijn remedie: aanpak van de hypotheekrenteaftrek. Niet morgen, nu.

De VVD houdt samen met het CDA en PVV hardnekkig vol dat zij deze kabinetsperiode niet aan de aftrek komen, maar vindt daarin, zo blijkt nu, het partijkader niet geheel aan haar kant. Bijna de helft is vóór handhaven van de aftrek, 34 procent vindt de huidige regel geen goede zaak en wil wel een aanpassing. Eenderde is geen kleine kritische groep, maar een serieus te nemen minderheid.

De verdeeldheid bij de VVD-bestuurders is ook duidelijk als het over de PVV gaat. De PVV heeft volgens een flink deel van de VVD’ers te veel invloed op het kabinetsbeleid, en 46 procent vindt ook dat de VVD zich meer zou moeten onderscheiden van de partij van Wilders.

Bewindslieden en Kamerleden moeten duidelijker tegenspraak bieden als de PVV met absurde zaken komt, zeggen de bestuurders. Niet: meegaan in populisme of meehuilen met angstzaaierij van de PVV, is het advies. Wel: tolerant en verdraagzaam zijn ten opzichte van moslims.

Opvallend is ook dat de PVV niet zo hoog scoort als partner bij eventuele volgende kabinetten. Een veel groter percentage VVD’ers zou liever met D66 samenwerken. Dan kan de partij gelijk dat thema aanpakken dat nu zo gevoelig ligt, midden in de eurocrisis: Europa. Dat staat namelijk hoog op hun lijst van zaken waarop de VVD zich meer zou moeten profileren. Daarna komen de sociale zekerheid en flexibilisering van de arbeidsmarkt. Aan een aanpassing van het ontslagrecht brandt dit kabinet zich ook niet, omdat de PVV dat tegenhoudt.

Terwijl coalitiegenoot CDA worstelt met het leiderschapsvacuüm heerst bij de VVD geen onduidelijkheid. Rutte is de man. Die steun is zó overduidelijk dat de paar procent die voor een andere minister als ‘de beste’ kiest, er mager bij afsteekt. Ivo Opstelten: 4 procent. Edith Schippers: 3 procent. Overigens mag fractieleider Stef Blok zich ook best meer profileren: ruim eenvijfde van de bestuurders vindt hem niet zichtbaar genoeg in de Tweede Kamer.