Roemenen en Bulgaren? Die komen toch wel

De minister houdt de grens voor Bulgaren en Roemenen nog twee jaar dicht. Helpt dat?

Nee, ze blijven komen. En vaak zonder vergunning.

Nederland is niet klaar voor een nieuwe stroom Oost-Europese arbeidsmigranten. Dat vindt minister van Sociale Zaken Henk Kamp (VVD). Dat vindt bijna de hele Tweede Kamer. En dat vindt het kabinet. Dus blijven de grenzen tot 2014 dicht voor Roemenen en Bulgaren.

Maar Roemenen en Bulgaren komen toch, zegt Godfried Engbersen, hoogleraar sociologie aan de Erasmus Universiteit. Engbersen: „Ze zullen actief worden in de informele economie.” Dat doen ze nu al. Van de Bulgaren in Nederland, werkt het grootste deel zwart, zo blijkt uit onderzoek van Engbersen dat hij deze week presenteerde. In het onderzoek werden 112 Roemenen, 164 Bulgaren en 353 Polen in negen gemeenten, van groot (Rotterdam en Den Haag) tot klein (Zundert en Hillegom) ondervraagd.

De meesten werken hier zonder vergunning, constateert Engbersen. Van de Roemenen had 35 procent geen werkvergunning, van de Bulgaren was dat 65 procent. Engbersen: „Als de overheid strengere voorwaarden stelt, dan groeit het illegale werk.” Het merendeel van de ondervraagde Roemenen en Bulgaren zonder werkvergunning werkt hier illegaal en verdient 1.000 tot 1.500 euro per maand. Ze werken vooral in de bouw, de horeca, de schoonmaak en in de huishouding.

Hoeveel Roemenen en Bulgaren hier werken, is onbekend. Schattingen gaan uit van 80.000 tot 100.000. Die werken niet allemaal illegaal. Er zijn legale constructies die de gesloten grenzen omzeilen. Roemeense en Bulgaarse zelfstandigen hebben wél vrij toegang. Voorwaarde is dat ze niet voor één opdrachtgever werken.

Vrije toegang is er ook voor personeel dat hier werkt, maar in dienst is van een Roemeens of Bulgaars uitzendbureau. Sommige tuinbouwbedrijven die sinds dit voorjaar geen vergunning meer krijgen voor de Roemenen die al jaren bij hen werken, huren dezelfde mensen nu in via een uitzendbureau in hun land van herkomst. Deze constructie lijkt snel populair te worden. Zo kwam Engbersen in Dordrecht veel gedetacheerde Roemenen tegen. Zij werken in de haven van Rotterdam, wonen in huizen van hun werkgever en moeten vaak op stel en sprong verhuizen.

Ook de ‘schijnzelfstandige’ is een populaire manier om de regels te omzeilen. In 2011 trof de Arbeidsinspectie bij controles 512 EU-burgers aan die zich presenteerden als zelfstandigen, zo schreef Kamp afgelopen vrijdag aan de Tweede Kamer. „Van bijna de helft is vastgesteld dat het schijnzelfstandigen betrof, grotendeels met de Bulgaarse nationaliteit.” Schijnzelfstandigen hebben maar één opdrachtgever, voor wie ze feitelijk in loondienst werken.

Tesseltje de Lange, universitair docent aan de Universiteit van Amsterdam, zou het verstandiger hebben gevonden de grenzen wel te openen. Voor haar promotie onderzocht ze zestig jaar arbeidsmigratie in Nederland. Uitbuiting, illegaal werk en schijnconstructies gaan vaak samen, zegt zij. „Schijnzelfstandigen en illegalen kun je makkelijker uitbuiten dan gewone Oost-Europese werknemers. Een juridische status kan ze helpen”, zegt De Lange.

Minister Kamp wil uitbuiting harder aanpakken. Nu de werkloosheid oploopt en een recessie dreigt, is het niet verstandig Roemenen en Bulgaren toe te laten, zei Kamp vrijdag in een toelichting op het besluit de grenzen dicht te houden.

Bulgaren en Roemenen doen laaggekwalificeerd werk en „concurreren dus met Nederlandse werknemers aan de onderkant van de arbeidsmarkt”, aldus Kamp. Laaggeschoolden zijn vaker werkloos dan andere werknemers. Volgens de minister is 10 procent van de mensen met alleen basisonderwijs werkloos, tegenover een gemiddelde werkloosheid van 5 procent. Bovendien, aldus Kamp, „staan 500.000 mensen in Nederland met een uitkering aan de kant”.

Bedrijven kunnen volgens Kamp makkelijk personeel vinden in Nederland, of in de 24 andere EU-landen waarvan de inwoners wel vrije toegang tot de arbeidsmarkt hebben, zoals Polen. Als bedrijven aantonen dat dit niet lukt, kunnen ze voor Roemenen en Bulgaren alsnog een Tewerkstellingsvergunning krijgen.

Kamp zorgde ervoor dat dit jaar nog maar 850 Roemenen en Bulgaren zo’n vergunning kregen. Onder zijn voorganger Donner (CDA) waren dat er 2.038. Volgend jaar streeft Kamp naar nul vergunningen. In 2014 zijn Roemenië en Bulgarije volwaardig lid van de Europese interne markt, en mogen hun burgers overal werken.