Overal spijt in Turkije

Spijt is een teken van zwakte in Turkije, maar plots vliegen de excuses om je oren. Zoals die van de premier Erdogan voor de moord op alevieten. Maar wat betekent die spijt?

Aan het eind van een uur dansen om de waarheid, pakt Huseyn Elmas de hand van zijn bezoeker. Hij drukt hem stevig in de zijne. „Ik bied mijn verontschuldigingen aan, voor alle vragen die ik niet heb beantwoord. Dat spijt me.” Om maar te zeggen: ik heb geen moeite met sorry zeggen als dat nodig is. Spijtbetuiging mag dan onder Turkse mannen bekendstaan als een teken van zwakte, een aanval op je eer, je charisma, je trots. Niet voor hem, Huseyn Elmas. Niet voor alevieten zoals hij.

Plots vliegen in Turkije de schuldbekentenissen je om de oren. Spijt is trending topic sinds premier Recep Tayyip Erdogan afgelopen woensdag namens de Turkse staat zijn verontschuldigingen aanbood voor de bloedige onderdrukking van de opstand van alevieten in de oostelijke provincie Dersim eind jaren dertig. „Als de staat zijn verontschuldigingen moet aanbieden, als die mogelijkheid bestaat, dan bied ik bij deze mijn excuses aan.”

Dat was nog nooit eerder vertoond in het 88-jarige bestaan van de Turkse republiek. Dit is een land waar de nationale identiteit is gebouwd op de vernedering van het verlies van een wereldrijk, waar trots een noodzaak is en taboes een kwestie van leven of dood.

„Lees de geschiedenis van de republiek als de geschiedenis van opstanden tegen taboes”, schreef de Turkse academicus Taner Akcam, die uitgebreid onderzoek deed naar het waarom van de Armeense genocide in 1915 en andere bloedbaden in de twintigste eeuw. De eenheidsstaat die voortkwam uit het kosmopolitische Ottomaanse rijk, het samenraapsel van verschillende geloven en culturen, kon volgens hem alleen bestaan bij de gratie van het taboe, de ontkenning van zijn diversiteit. Wie dat spijt, brengt het voortbestaan van de staat in gevaar.

Dat hebben ze geweten in Dersim, een regio van alevitische Koerden, bekeerde Armeniërs, Zaza en Turken die zich eind jaren dertig weigerden neer te leggen bij de wetten van de eenpartijstaat van Mustafa Kemal Atatürk. Ze werden bijeengedreven, vergiftigd, gebombardeerd. „Dertienduizend doden”, beweerde premier Erdogan deze week. „Een veelvoud daarvan”, zegt Huseyn Elmas, een accountant die de vereniging voor alevieten in Istanbul bestuurt. „Waarom biedt hij ook niet zijn excuses aan voor andere bloedbaden in de Ottomaanse tijd? Waarom excuses aanbieden als je alevieten nog steeds hun eigen religieuze onderwijs niet toestaat, hun gebedshuizen niet erkent?”

Wie zich excuseert, moet het goed doen vindt Elmas. Hij gaat staan en laat zien hoe de alevieten boete doen. Hij legt de rechterhand op zijn bolle buik en sluit zijn ogen. „Alevieten geloven dat het goede van God komt en het slechte van de mens. Daarom is het voor ons makkelijk om verontschuldigingen te maken. Maar voor sunnieten [zoals premier Erdogan en de meerderheid van de Turken] is alles, het goede en het kwade, door God geschapen. Wie schuld bekent erkent dat God een fout heeft gemaakt. Dat is uit den boze.”

Maar meneer Elmas heeft zijn eigen taboes. Hij piekert er niet over het argument van premier Erdogan te accepteren dat niet deze regering, maar de oppositiepartij CHP de alevieten de meeste spijt is verschuldigd. De CHP was de partij die in de jaren dertig aan de macht was en de eenpartijstaat van Atatürk leidde. Het was die ideologie die de bloedige onderdrukking van minderheden noodzakelijk maakte.

„Het is fout om Atatürk de schuld te geven”, zegt Elmas. „Laten we ergens anders over praten.” Alevieten als meneer Elmas zweren bij het secularisme van Atatürk. Ze stemmen al tientallen jaren om die reden op zijn partij. Die seculiere ideologie is wat ze beschermt tegen het conservatisme van hoofddoekdragende sunnieten zoals de vrouw van premier Erdogan, geloven ze. Ook al was het diezelfde ideologie die leidde tot de massaslachting van Dersim.

„De CHP moet zijn duistere kanten nog onder ogen komen”, zegt Ferhat Tunc, een alevitische Koerd. Tunc spreekt tussen de eierrekken aan de muur van een kleine opnamestudio in Istanbul. Hier zingt hij in het lokale dialect van het vroegere Dersim over de gebeurtenissen van de eind jaren dertig.

Hoe de bevolking op de vlucht slaat voor het Turkse leger en zijn heenkomen zoekt in de grotten en de bergen rondom Dersim. Uit angst dat het gehuil van hun baby’s de schuilplek van de dorpelingen zal verraden snijden moeders de kelen van hun pasgeboren kinderen door. „Die geschiedenis staat niet in de boeken. We zingen het, zodat de verhalen van onze ouders en voorouders niet verloren gaan.”

Tunc is een muzikant die al vaak is gearresteerd voor zijn activistische liederen. De Turkse taboes zijn zijn inspiratie. De excuses van Erdogan noemt hij „niet gemeend”. „Het is een begin. Maar waarom betuig je spijt over iets dat meer dan zeventig jaar geleden gebeurde op hetzelfde moment dat de gevechtsvliegtuigen de Koerden bombarderen, en iedere week honderden Koerden worden opgepakt? Waar heb je dan eigenlijk spijt van?”

    • Bram Vermeulen