Macht, onmacht en begeerte

Kettly Mars: Wrede seizoenen. Vert. door Marianne Kaas. De Geus/Novib, 283 blz. €19,90

Nirvah Leroy wendt zich, in opperste wanhoop over het lot van haar opgepakte communistische echtgenoot, tot een machtige staatssecretaris in Haïti. Deze realiseert zich dat hij het lot van deze mooie vrouw in handen heeft. Ooit waren vrouwen van haar klasse onbereikbaar voor hem, maar nu ‘vertegenwoordigt ze datgene waarnaar meer dan naar al het andere op de wereld zijn begeerte uitging’. Nu heeft hij haar in zijn macht en stelt zich voor hoe hij haar ‘ruw zou (nemen), zonder een woord, zich bedwelmend aan haar klachten, genietend van de ontreddering in haar ogen op het moment dat hij klaarkwam’. Macht, onmacht en begeerte – dat zijn de belangrijkste thema’s in Wrede seizoenen, de onlangs vertaalde roman van de Haïtiaanse schrijfster Kettly Mars.

Mars is dit jaar een van de laureaten van het Prins Claus Fonds, personen die volgens het fonds allen een ‘uitmuntende prestatie op het gebied van cultuur en ontwikkeling’ hebben geleverd. Mars (1958, Port- au-Prince) wordt geëerd als een ‘krachtige en indringende schrijver die frisse inzichten heeft ten aanzien van de hedendaagse werkelijkheid en een levendig, genuanceerd beeld schetst van de Haïtiaanse maatschappij’.

Nu zijn er op Haïti veel schrijvers die een stem geven aan de historie en aan de recente politieke en klimatologische ellende die het land moet doorstaan. Ieder jaar is er een aantal te gast op het Franse festival Étonnants Voyageurs in St. Malo en sinds kort organiseert de organisatie ook een dochterfestival in Port-au-Prince. Tijdens de voorbereidingen voor het festival van dit jaar had de verwoestende aardbeving plaats, waarbij ook enkele schrijvers het leven verloren. Dat drama heeft inmiddels tot aangrijpende literatuur geleid, zoals Tout bouge autour de moi van Dany Laferrière en de bundel Pour Haïti (ed.S. Dracius).

Infuus

De Haïtiaanse literatuur ligt, zo lijkt het, aan het infuus van het dagelijks leven. De verhalen van de Haïtianen gaan bijna zonder uitzondering over het leven van alle dag in Haïti, over geweld, corruptie, chantage, willekeur en verscheurde families. De verhalen zijn vaak even chaotisch en heftig als de geschiedenis van Haïti.

Legendarisch is bijvoorbeeld Frankétienne, schrijver, toneelschrijver en schilder tegelijk, die zijn hele oeuvre zelf uitgaf, een politieke en literaire mythe. Zijn boeken zijn volledig onorthodox, bevatten prozagedichten, kreten, opsommingen en een veelvoud van stemmen waarbij klank en vorm, zo lijkt het, belangrijker zijn dan inhoud of plot. Met alle creatieve middelen waarover hij beschikt vecht hij tegen de misère, tegen de corruptie, tegen degenen die om redenen van persoonlijk gewin de heropbouw en de vooruitgang belemmeren.

Ook zijn collega Lyonel Trouillot, die net als Frankétienne, ondanks de gevaren waaraan schrijvers in Haïti blootstaan, het land nooit verliet, schreef, in het Frans en in het Creools, een belangrijk oeuvre bij elkaar. Met zijn recente roman, La belle amour humaine, wat toegankelijker dan zijn eerdere werk, greep hij dit jaar net naast de prix Goncourt.

De meest spraakmakende auteur uit Haïti is ongetwijfeld de eerder genoemde Dany Laferrière. Zijn werk is verrassend, vernieuwend, satirisch en vaak erg geestig. Ook andere bekende in het Frans schrijvende auteurs uit Haïti – er zijn ook Haïtiaanse auteurs die in het Engels schrijven – zoals Edwige Danticat, Marie-Cécile Agnant, Yanick Lahens en Evelyne Trouillot, blijven dichtbij de verwarrende ervaring van de hedendaagse Haïtiaan.

Waar binnen dit panorama bevindt zich nu de gelauwerde Kettly Mars en Wrede seizoenen? Saisons sauvages (2010) is haar vierde roman, een boek met een plot, dat een verhaal vertelt op de Amerikaanse manier. Bij haar geen taal-, vorm- of ritme- experimenten, geen humor of uitgesproken poëtisch taalgebruik, zoals bij andere Franstalige Haïtiaanse auteurs.

Mars schreef eerst poëzie en debuteerde in 2003 met Kasalé, een roman over natuur, spiritualiteit en ongrijpbare lokale tradities. Eerder dit jaar publiceerde ze, samen met collega-schrijver Leslie Péan Le prince noir de Lillian Russell, een roman over de gelijknamige vaudeville-ster, gesitueerd in19de-eeuws New York.

Mulattin

In Wrede seizoenen vertelt ze over de cruciale vragen waarvoor haar vrouwelijke hoofdpersoon, Nirvah Leroy, wordt gesteld. De mooie mulattin wordt de obsessie van de machtige staatssecretaris, zijn leven en zijn zwakke plek. Al snel is alleen haar lichaam hem niet genoeg: hij eigent zich haar 15-jarige dochter toe en uiteindelijk ook nog het onschuldige jongenslijf van haar zoon. Nirvah levert, bewust of onbewust, haar hele gezin uit aan een bezeten man.

Dan vertroebelt de tegenstelling goed versus kwaad. De dictator uit de onderste lagen van de bevolking, die er genoegen in schept zelf martelingen uit te voeren, blijkt in staat tot liefde en ontpopt zich zelfs tot een belezen amateurhellenist die de zoon van zijn gevangene helpt bij het leren van zijn Griekse grammatica. Nirvah van haar kant ziet mettertijd de goede kanten van haar verkrachter en wordt verscheurd tussen schuldgevoel en genot.

Het vergt nogal wat van de lezer om met deze wendingen mee te gaan. Mars schetst met vaardige hand de gruwelen van de dictatuur, die een vrouw zonder man aan haar zijde moet doorstaan. Ze kan een verhaal vaart geven. Maar de diepgaande morele dilemma’s waar het haar om te doen moet zijn geweest weet ze niet overtuigend met de lezer te delen.