'Jullie eten, wij nemen je vrouw'

De literaire liefdesverklaring van deze week: actrice Anna Drijver over De stad der blinden van José Saramago.

‘Ik heb De stad der blinden van José Saramago gelezen op Curaçao. Om me heen was alles mooi maar ik zat dagenlang in een nachtmerrie. Drie dagen en twee nachten werd ik beheerst door totale onrust wegens dit boek. Het gaat over een maatschappij die wordt overvallen door een besmettelijke ziekte: iedereen wordt blind. De eerste geïnfecteerden worden in een oud gesticht opgevangen. Het begint heel beschaafd: dank u wel, neem uw koffer mee. Zo ging dat ook bij de kampen: ‘Hoeveel onderbroeken neem ik mee en welke boeken pak ik in?’

„Je volgt de dokter en zijn vrouw, die als enige niet blind is. In de slaapzaal van het gesticht begint het dierlijke de overhand te nemen. Je leest dan hoe snel dat gaat. De wc raakt verstopt, dus mensen gaan overal maar pissen en schijten. Onder de blinden ontstaat ook weer een maatschappij van onderdrukten en overheersers.

„Eén groep – aangevoerd door een blinde man met een pistool – neemt het eten. Wat zich dan afspeelt begint met één iemand die een idee heeft en het ook durft uit te spreken, namelijk: jullie krijgen het eten als wij jullie vrouwen mogen. Dat omschrijft Saramago in een opmerkelijke stijl: ‘De schoften kwamen de vrouwen van de tweede slaapzaal waarschuwen dat ze hun dienstverleningsbijdrage moesten betalen, maar bij de deur van de eerste zaal bleven ze staan en vroegen of de vrouwtjes al bijgekomen waren van de erotische bestorming die andere nacht. Een puik nachtje, jawel, riep er één uit terwijl hij zijn lippen aflikte en een ander beaamde. Die zeven hier telde voor veertien, goed er zat één waardeloos exemplaar bij maar dat merkte je nauwelijks in de verwarring.

„Daarna zitten de mannen aan het eten en zij weten: onze vrouwen hebben zich voor dit voedsel laten verkrachten. Ze hebben zich opgeofferd. Het is de groepsdynamiek onder overheersers die leidt tot zulke vernederende daden. Zo onderwierpen de Servische soldaten tijdens de oorlog in Joegoslavië de moslimvrouwen niet alleen aan verkrachting, maar plasten ze daarna ook een kruis op hun rug. Dat is dan de ultieme belediging, dan is iemand helemaal gebroken. En als zo’n grens eenmaal overschreden is kun je moeilijk terug. Dat zie je ook keer op keer in dit boek.

„Al snel komen de gevangenen erachter dat de bewakers eveneens allemaal blind zijn geworden en breken ze uit. De vrouw van de dokter zorgt voor haar man en een paar andere blinde mensen. Ze vindt een huis waar ze de blinden wast. Dat is een heel mooi ritueel, iedereen is een soort baby. Ze zet muziek op en opeens komt er weer iets van beschaving terug, mensen krijgen schone kleren en kunnen in een bed slapen. Dat is een prachtige scène. Alles wat niet primair nodig is om te overleven is cultuur. Als je dat wegneemt zijn er alleen maar beesten die supermarkten plunderen of zich schuilhouden in kelders.

„De stijl van Saramago geeft het boek een beklemmende sfeer. Bij dialogen ontbreken aanhalingstekens en toch begrijp je de hele tijd wie er aan het woord is. Verder hebben mensen niet een naam, maar heten ze de schoften, de dokter, de vrouw van de dokter, de sergeant, de oude man. Het draagt bij aan het gevoel van blind zijn en aan de ontregeling die veroorzaakt wordt door de chaotische situatie.

Nergens wordt geduid waar het verhaal zich afspeelt, het zou overal kunnen gebeuren, ook hier. Daarmee is het een ingrijpend fictief verslag van hoe een hele maatschappij in één maand volledig kan instorten.”

José Saramago: De stad der blinden. J.M. Meulenhoff, 303 blz. €15,-